Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 24.03.2010
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vierentwintig maart tweeduizend en tien (in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., alleenzetelend rechter,
N. V., griffier.
In zake : AR nr. 08/56411A
de BVBA V., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester R. H. loco meester C. V., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de heer Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 32.
verwerende partij,
verschijnende bij meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 15 september 2008,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 19 december 2008,
- de conclusies en stukken van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 24 februari 2010.
Eiseres voert groothandel in ijzerwaren, gereedschappen en bevestigingsmateriaal.
Zij is maandaangeefster.
Controle BTW Puurs maakte in hoofde van eiseres een bijzondere rekening op over 31 januari 2008 tot 30 april 2008.
De bijzondere rekening sluit aan op gedane maar niet betaalde aangifte van BTW.
Ze houdt opgave van hoofdsom, (van 200 % tot 10 % herleide) boete en intrest in.
Eiseres verrichtte louter ten dele betalingen wat de Ontvanger noopte om op 2 juni 2008 eerst nog een betalingsverzoek te sturen om 22 augustus 2008 dwangbevel uit te vaardigen dat nog diezelfde dag uitvoerbaar werd verklaard.
Het werd betekend op 8 september 2008 met bevel tot betalen.
Eiseres richtte zich daarop niet tot de directeur maar koos de dadelijke weg naar de rechtbank.
Haar raadsman legde op 15 september 2008 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.
[Hetzelfde was op 30 november 2006 reeds gebeurd over 30 april 2006 tot 31 juli 2006. Deze zaak hangt nog steeds onbehandeld onder AR 06/7442/A].
Afschrift van. het dwangbevel (niet van de betekening) is aan het verzoekschrift gehecht.
Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.
Eiseres vordert vooreerst nietigverklaIing van het dwangbevel.
Met het dwangbevel als administratieve titel blijkt evenwel niets loos te zijn.
Eiseres vordert geen onwettig verklaring van de fiscale vordering die in het dwangbevel vervat zit.
Eiseres vordert de BTW-schuld, in hoofdsom, boete en intrest te mogen voldoen in termijnen.
Verweerder stelt dat eiseres alvast geen afbetalingsplan heeft voorgelegd aan de Ontvanger.
Ter zitting blijkt dat de volledige hier betrokken som is afbetaald.
Dat maakt de vordering van eiseres te dezen zonder voorwerp.
Ten overvloede heeft de rechtbank geen rechtsmacht tot toekenning van betalingsfaciliteiten op hoofdsom en intrest (vgl. Cass.24 april 2008, bv. RABG 2008/18 en R.W. 2009-10,1052).
Wat betreft de toegepaste boete heeft de rechtbank volle rechtsmacht, zelfs tot verlening van onbepaald uitstel indien dat wordt gevraagd.
De volle rechtsmacht houdt onder meer evenredigheidstoetsing in.
Te dezen blijkt de volle wettelijke boete van 200 % initieel reeds herleid te zijn geworden tot 10 %, aldus 1/20, zulks conform de modulatie van KB 41, Tabel G inzake BTW.
De rechtbank beoordeelt deze herleiding te dezen als evenredig met de feiten.
Eiseres kan zich daarover overigens niet beklagen, nu het hier niet de eerste wetsovertreding van dezelfde aard blijkt te zijn (zie hogerop : 2006).
Nog meer ten overvloede treft de rechtbank vanwege eiseres hier niet het minste stavingstuk dat doet of kan doen blijken dat zij zich in een toestand bevindt dan wel zou bevinden om in aanmerking te komen voor vermindering of kwijtschelding van de opgelegde boete.
Eiseres voldoet aldus niet haar minimale stelplicht noch haar onderbouwingplicht.
Partijen namen standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,
Veroordeelt eiseres tot de kosten,
Vereffent de kosten in hoofde van eiseres op 1.200,00 EUR (twaalfhonderd euro) bij wijze van rechtsplegingvergoeding.
N. V. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.