Tribunal de première instance d'Anvers, 21 octobre 2006 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 21 octobre 2006

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 21 octobre 2006Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2006-10-21-5168

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
21 octobre 2006

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

61 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instanve d'Anvers du 21.10.2006

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op elf oktober tweeduizend en zes in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., griffier.

Inzake : A.R. Nr. 04/7431/A

L. J., zelfstandige, met ondernemingsnummer …, wonende te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester E. D. B. loco meester F. V., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

A. Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

B. Federale overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Eerstaanwezend Inspecteur van het BTW-controlecentrum Boom, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2850 Boom, J. Van Cleemputplein 7.

verwerende partij,

verschijnende bij meester L. A., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder Ph. D. te … op 2 december 2004 voor wat betreft verwerende partij sub A, en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder D. C. te … op 2 december 2004 voor wat betreft verwerende partij sub B,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 13 september 2006.


De vordering strekt ertoe verweerder te veroordelen tot de integrale teruggaaf van de door eiseres betaalde BTW en aanhorigheden ten bedrage van … EUR en … EUR. te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten en geldboeten naar aanleiding van de correctieopgave van 3 september 2001 en met de kosten van het geding.

Relevante feiten

Eiseres exploiteerde een kleinhandel in lederwaren.

Voor deze kleinhandel heeft de administratie een gezamenlijke controle uitgevoerd inzake personenbelasting en BTW.

Op 3 september 2001 heeft de accountant van eiseres inzake BTW een correctieopgave voor akkoord ondertekend waarbij onder meer de niet bewezen kortingen op ontvangsten ten bedrage van … BEF voor het jaar 1998 en voor het jaar 1999, exclusief BTW, werden verworpen.

Vervolgens heeft eiseres - volgens verweerder - zonder enig voorbehoud hierop de verschuldigde sommen inzake BTW betaald, hetgeen door eiseres niet wordt betwist.

Op 3 september 2001 heeft voornoemde accountant ook inzake personenbelasting zich akkoord verklaard met een meeromzet van … BEF, inclusief BTW, voor de inkomsten 1998 en de inkomsten 1999.

Inzake personenbelasting werden aanslagen gevestigd conform dit akkoord, doch ingevolge de bezwaarschriften werden deze aanslagen bij directorale beslissing van 1 augustus 2002 vernietigd wegens schending van artikel 346, lid 1 WIB 92 gezien de aanslagen ten name van beide echtgenoten werden gevestigd en voornoemde accountant enkel door eiseres was gemandateerd.

Bij toepassing van artikel 355 WIB 92 heeft de administratie bij bericht van wijziging van 3 oktober 2002 haar voornemen aangekondigd om nieuwe aanslagen inzake personenbelasting te vestigen en de aangegeven brutowinst van eiseres opnieuw te verhogen met voornoemde meeromzet van … BEF, inclusief BTW, voor de inkomsten 1998 en de inkomsten 1999.

Eiseres en haar echtgenoot verklaarden zich niet akkoord met dit bericht van wijziging waarop inzake personenbelasting akkoordverklaringen werden ondertekend waarbij voornoemde meeromzet van … BEF, inclusief BTW, voor de inkomsten 1998 en de inkomsten 1999 niet meer in aanmerking werd genomen.

Hierop verzocht de raadsman van eiseres bij brieven van 4 mei 2004 en 9 juni 2004 om teruggaaf van de betaalde sommen inzake BTW gezien het latere akkoord inzake personenbelasting zou impliceren dat er van een meeromzet van … BEF voor het jaar 1998 en voor het jaar 1999, exclusief BTW, geen sprake is.

Bij aangetekende brief van 10 juni 2004 heeft de administratie aan de raadsman van eiseres bericht dat op zijn verzoek niet kon worden ingegaan gezien het afgesloten akkoord rechtsgeldig is.

Beoordeling

Betreffende de ontvankelijkheid van de vordering

Door gebruik te maken van het informeel administratief bezwaar is eiseres - volgens verweerder- onderworpen aan de termijnen van artikel 1385undecies Ger.W. zodat haar vordering van 2 december 2004 laattijdig zou zijn en aldus onontvankelijk zou zijn.

Uit de tekst van artikel 1385undecies Ger.W. blijkt duidelijk dat de termijnen van dit artikel slechts van toepassing zijn wanneer een administratief beroep georganiseerd is.

Inzake BTW bestaat er geen georganiseerd administratief beroep zodat de termijnen van artikel 1385undecies Ger.W. niet van toepassing zijn en de vordering dan ook toelaatbaar is.

Betreffende de volmacht van de accountant

De hierna vermelde vaststaande feiten bewijzen ongetwijfeld dat de accountant van eiseres volmacht had om op 3 september 2001 voor haar de correctieopgave inzake BTW voor akkoord te ondertekenen, namelijk :

- op 15 maart 1988 gaf eiseres volmacht aan haar accountant om in haar naam het fiscaal dossier te behartigen t.o.v. de administratie der BTW en waar zulks vereist is stukken in haar plaats te ondertekenen,

- voornoemde accountant ondertekende systematisch de BTW aangiften van eiseres,

- voornoemde accountant ook op 4 januari 1995 een correctieopgave inzake BTW voor eiseres voor akkoord ondertekende, waarvan de geldigheid nooit werd betwist,

- eiseres zonder enig voorbehoud de verschuldigde sommen inzake voornoemde correctieopgave van 3 september 2001 heeft betaald, hetgeen door eiseres niet wordt betwist.

Betreffende de akkoordverklaring van 3 september 2001

Nu het bewezen is dat de accountant van eiseres op 3 september 2001 volmacht had om voor haar de correctieopgave inzake BTW voor akkoord te ondertekenen, is deze akkoordverklaring rechtsgeldig.

Bijgevolg is eiseres gebonden door deze akkoordverklaring en kan zij hierop slechts terugkomen als zij het bewijs levert dat zij zich in rechte of in feite heeft vergist, hetgeen zij mag bewijzen door alle middelen van recht, met uitzondering van de eed.

Uit het loutere feit, dat inzake personenbelasting voornoemde meeromzet van … BEF, inclusief BTW, voor de inkomsten 1998 en de inkomsten 1999 niet meer in aanmerking werd genomen, kan geenszins worden afgeleid dat de akkoordverklaring van 3 september 2001 inzake BTW is aangetast door een vergissing in rechte of in feite : hierbij dient trouwens te worden opgemerkt dat de BTW administratie vanzelfsprekend niet gebonden is door de besluiten van een andere belastingadministratie.

Volgens eisers heeft eiseres wel degelijk kortingen verleend aan haar klanten en is er aldus geen sprake van een meeromzet, doch dit zijn louter beweringen die geenszins worden bewezen.

Eiseres levert bijgevolg niet het minste bewijs dat de akkoordverklaring van 3 september 2001 is aangetast door een vergissing in rechte of in feite en is aldus gebonden door deze akkoordverklaring.

Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.

Dispositif

OM DIE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

N. D. P. W.