Tribunal de première instance d'Anvers, 2 février 2005 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 2 février 2005

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 2 février 2005Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2005-02-62d4

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
2 février 2005

Parcours procédural

2 étapes · 1 an 7 mois
  1. Décision affichéeTribunal de première instance d'Anvers02.02.2005
  2. Décision sur appelCour d'appel d'Anvers26.09.2006

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

59 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 02.02.2005

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twee februari tweeduizend en vijf in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : AR nr. 03/5420/A

CARAT NV, met BTW-nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester W. H. en meester A. M., advocaten, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen vertegenwoordigd door :

A. Minister van Financiën, van wie het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14,

B. Federale Overheidsdienst Financiën, directie taxatie BTW Antwerpen, vertegenwoordigd door de heer eerstaanwezend inspecteur, diensthoofd Antwerpen 10, van wie de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 4 september 2003,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 22 december 2004.


De vordering strekt ertoe te zeggen voor recht dat eiseres voor het verlenen van een recht op toegang tot haar sauna- en badinrichting en voor het verlenen van het recht gebruik te maken van deze infrastructuur, toepassing moet maken van het verlaagd tarief van 6 % en dat zij voor alle andere handelingen en gecombineerde handelingen waarvoor een globale prijs geldt, toepassing moet maken van het gewone tarief van 21 %, verweerder te veroordelen tot teruggave van alle bedragen die eiseres aldus ten onrechte aan verweerder heeft betaald, te verhogen met de intresten en de kosten van het geding.

Relevante feiten

Eiseres baat een inrichting uit waarin zij haar cliënteel verschillende diensten inzake sauna, baden, lichaamsverzorging en horeca aanbiedt.

De sauna-inrichting bestaat uit verschillende soorten saunakamers, inclusief baden en voorzieningen zoals een doorlopend binnen- en buitenzwembad.

Het verlenen van toegang tot voornoemde infrastructuur houdt steeds het recht in voor de bezoeker om gecombineerd gebruik te maken van de sauna- en badinrichting; de toegangsprijs biedt de gebruiker steeds de mogelijkheid van gebruik zowel van de sauna-inrichting als van de badinrichting zodat er aldus één tarief is voor een gecombineerde toegang.

De sauna- en badinrichting is fysisch gescheiden van de plaatsen waarin de andere handelingen worden verricht, zijnde de cafetaria en het schoonheidssalon (lichaams- en gelaatsverzorging en zonnebank); de toegang tot de sauna- en badinrichting verschaft geen toegang tot het schoonheidssalon of omgekeerd.

De aangerekende prijs voor de toegang tot de sauna- en badinrichting staat volledig los van de handelingen van het schoonheidssalon of van de cafetaria; boekhoudkundig worden de ontvangsten van de sauna- en badinrichting volledig afgesplitst van de andere ontvangsten.

Bijgevolg is eiseres derwijze georganiseerd dat haar handelingen, bestaande uit het verlenen van het recht op toegang tot de sauna- en badinrichting en uit het verlenen van het recht om van deze infrastructuur gebruik te maken, exact te onderscheiden zijn van haar andere handelingen.

Volgens eiseres zijn haar handelingen, bestaande uit het verlenen van het recht op toegang tot de sauna- en badinrichting en uit het verlenen van het recht om van deze infrastructuur gebruik te maken, onderworpen aan het BTW-tarief van 6 %, en zijn al haar andere handelingen, inclusief de gecombineerde handelingen waarvoor een globale prijs geldt, onderworpen aan het BTW-tarief van 21 %.

Bij brief van 19 augustus 2003 besliste de centrale administratie echter dat de verstrekte diensten in essentie geen actieve sportbeoefening, noch het bijwonen van culturele, sportieve of vermakelijkheidsactiviteiten tot voorwerp hebben, doch integendeel in de regel persoonsverzorging tot doel hebben zodat de handelingen van eiseres, bestaande uit het verlenen van het recht op toegang tot de sauna- en badinrichting en uit het verlenen van het recht om van deze infrastructuur gebruik te maken, onderworpen zijn aan het BTW-tarief van 21 %.

Beoordeling

Ingevolge rubriek XXVIII van Tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven is de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 %, met uitzondering van :

a) de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen,

b) de terbeschikkingstelling van roerende goederen.

Volgens het Grote Winkler Prins Encyclopedie is een sauna een type bad van Finse oorsprong, dat een combinatie van hete luchtbad en stoombad is, en zijn de hoofdfasen van het sauna bad achtereenvolgens :

- verblijven in het met droge hete lucht gevulde vertrek waardoor veel zweet wordt afgescheiden en daarmee wat afvalstoffen,

- werpen van koud water op de hete oven, om een korte tijd damp, een dampstoot, te laten ontstaan,

- bewerking van de huid met berk twijgen ter bevordering van de huiddoorbloeding,

- wassen met warm water,

- afspoelen met warm of beurtelings warm en koud water,

- afkoelen en rusten;

verder geeft de sauna - volgens het Grote Winkler Prins Encyclopedie - een subjectief gevoel van welbevinden, wordt vermoeidheid tegengegaan, voelen de spieren losser aan en levert de sauna slechts gevaren op voor hartpatiënten en lijders van koortsige ziekten.

Verder bestaat het maatschappelijk doel van eiseres in :

- het verstrekken van diensten in verband met de lichaamsverzorging (diensten voor het lichamelijk welzijn zoals verstrekt in inrichtingen voor thalassotherapie, kuuroorden, Turkse baden, sauna's, stoombaden, solariums, massagesalons e.d.),

- het uitoefenen van de activiteiten door paramedici op het gebied van hydrotherapie, medische massage, kinesitherapie en aanverwante activiteiten,

- de exploitatie van fitnesscentra, centra voor de beoefening van aerobic, bodybuilding, enz.,

- huidverzorging, epileren, manicure en pedicure,

- de uitbating van een drankgelegenheid.

Hieruit blijkt ontegensprekelijk dat de handelingen, bestaande uit het verlenen van het recht op toegang tot de sauna- en badinrichting van eiseres en uit het verlenen van het recht om van deze infrastructuur gebruik te maken, in hoofdzaak geenszins bestemd zijn voor cultuur, sport of vermaak, doch wel voor persoons- en lichaamsverzorging, zodat het verlaagd tarief van 6 % dan ook niet van toepassing is.

Dispositif

OM DIE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 334,66 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 174,76 EUR rechtsplegingsvergoeding.

N. D. P. W.