Tribunal de première instance d'Anvers, 16 décembre 2004 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 16 décembre 2004

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 16 décembre 2004Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2004-12-16-0955

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
16 décembre 2004

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

42 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 16.12.2004

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

BESCHIKKING gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zestien december tweeduizendenvier door de BR kamer, in openbare zitting van de BESLAGRECHTER in de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :

J. V., beslagrechter in deze rechtbank,

M. V. B., griffier.

In zake : 04-6946-A

V. S. J. M., zonder beroep, geboren te … op …, wonende te …, …;

ingeschreven in het register van de BTW onder het nummer BE …;

eisende partij,

VERWERENDE PARTIJ OP TEGENVORDERING,

- verschijnend bij Meester J. B., advocaat, kantoorhoudend te …, …;

tegen :

De Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister bevoegd voor de Federale Overheid Financiën - Dienst Invordering - Sector BTW, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het Eerste BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, Italiëlei 4;

- woonstkiezend op het kantoor van gerechtsdeurwaarder G. C. te …, …;

VERWERENDE PARTIJ,

EISENDE PARTIJ OP TEGENVORDERING,

- verschijnend bij Meester L. A., advocaat, kantoorhoudend te …, …;

Gezien de stukken van het dossier van de rechtspleging zoals zij voorkomen op de inventaris ervan, ondermeer :

- de inleidende dagvaarding d.d. 17 november 2004;

- de conclusie neergelegd op 29 november 2004 waarbij verwerende partij een tegenvordering stelt;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik: der talen in rechtszaken;

Gehoord partijen in hun middelen en besluiten;

Gezien de door partijen neergelegde stukken en conclusies;


Overwegende dat bij exploot van 12 oktober 2004 van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder D. C., gerechtsdeurwaarder te Antwerpen, uitvoerend roerend beslag werd gelegd op verzoek van verwerende partij en waarbij de openbare verkoping van de in beslag genomen goederen werd bepaald op 19 november 2004.

Dat het beslag werd gelegd in uitvoering van een bijzondere rekening opgesteld voor het tijdvak van 31 januari 2004 tot 30 april 2004 en een dwangbevel d.d. 22 juni 2004, dat werd betekend met bevel tot betaling op 30 juli 2004.

Dat thans verzet wordt ingesteld tegen dit beslag teneinde dit ongegrond te horen verklaren en verwerende partij verbod te horen opleggen tot de gerechtelijke verkoop der roerende goederen inbeslaggenomen bij exploot van 12 oktober 2004 en waarvan de verkoop is gesteld op 19 november 2004 en verwerende partij te horen veroordelen tot alle kosten van het geding.

Overwegende dat de verwerende partij bij conclusies d.d. 29 november 2004 een tegenvordering stelt die ertoe strekt eisende partij te horen veroordelen om te betalen aan de verwerende partij, ten titel van schadevergoeding voor tergend en roekeloos geding, het bedrag van … EUR.

Dat eisende partij de verschuldigde bedragen blijkbaar niet betwist. Dat het BTW-aangiften betreffen die eisende partij zelf heeft aangegeven als zijnde verschuldigd.

Dat uit de door verwerende partij neergelegde stukken blijkt dat verwerende partij in het verleden tevens meermaals tot gedwongen invordering van verschuldigde BTW diende over te gaan, waarop eisende partij telkens ten onrechte in verzet ging.

Dat eisende partij thans eveneens geen enkel argument aanhaalt dat er op wijst dat de gedwongen tenuitvoerlegging door verwerende partij onrechtmatig zou zijn.

Dat het tergend en roekeloos karakter van de vordering van eisende partij bewezen voorkomt.

Dispositif

OM DEZE REDENEN :

Wij, beslagrechter,

Tegensprekelijk rechtdoende

Verklaren de vordering van de eisende partij toelaatbaar doch niet gegrond en wijzen haar ervan af.

Verklaren de tegenvordering van de verwerden partij toelaatbaar en gegrond.

Veroordelen de eisende partij om te betalen aan de verwerende partij het bedrag van … EUR (… euro) te vermeerderen met de gerechtelijke intresten.

Veroordelen eisende partij tot de kosten van het geding.

Vereffenen deze in hoofde van de eisende partij op … EUR (dagvaarding) en op … EUR (rechtsplegingsvergoeding) en in hoofde van verwerende partij op … EUR (rechtsplegingsvergoeding)

M. v. B. J. V.