Tribunal de première instance d'Anvers, 27 mai 2003 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 27 mai 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 27 mai 2003Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2003-05-27-07a2

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
27 mai 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

33 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 27.05.2003

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

BESCHIKKING gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zesentwintig mei tweeduizendendrie door de kamer, in openbare zitting van de BESLAGRECHTER in de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :

G. V. R., beslagrechter in deze rechtbank,

M. V. B., griffier.

In zake : 01/5235/A

BVBA A. K., ingeschreven in het handelsregister van Antwerpen onder nummer …, met zetel te …, …;

eisende partij,

verschijnend bij Meester V. E. loco mr. J. H., advocaat, kantoorhoudend te …, …;

tegen :

de BELGISCHE STAAT, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde. Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de eerste aanwezend inspecteur van het TWEEDE BTW-ONTVANGKANTOOR TE ANTWERPEN waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4;

verwerende partij,

verschijnend bij Meester G. V. R. loco Mr. J. B., advocaat, kantoorhoudend te …, …;

Gezien de stukken van het dossier van de rechtspleging zoals zij voorkomen op de inventaris ervan, ondermeer :

- de inleidende dagvaarding d.d. 23 augustus 2001;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in rechtszaken;

Gelet op de verordeningen van de Raad van ministers nr. 974/98 d.d. 3/5/1998 en nr. 1103 97 d.d. 17/06/1997 en de wetten van 26/6/2000 en 30/6/2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en besluiten;

Gezien de door partijen neergelegde stukken en conclusies;


Gezien de dagvaarding van 23 augustus 2001 houdende verzet tegen twee dwangbevelen, betekend op 22 mei 2001 en ertoe strekkende opschorting te bekomen van de uitvoering van deze dwangbevelen onder verbeurte van een dwangsom van 25.000 BEF hetzij 619,73 EUR per dag vertraging;

Overwegende dat eiseres stelt dat gedaagde ten onrechte overging tot het betekenen van de dwangbevelen, in de eerste plaats om reden dat enerzijds de medecontractant van eiseres de verschuldigde BTW reeds voldeed en deze geen tweemaal kan worden in rekening gebracht, vervolgens om reden dat het tweede dwangbevel betrekking heeft op BTW verschuldigd op een rekening courant dewelke evenwel was gesaldeerd geworden en tenslotte dat op 26 januari 2001 hetzij voor de uitvoerbaarverklaring er nog een betaling gebeurde aan gedaagde van 1.200.000 BEF of 29.747,22 EUR en op 25 februari 2001 nogmaals 450.000 BEF of 11.155,21 EUR zodat er enkel nog een saldo bleef van 22.821 BEF of 565,72 EUR op datum van uitvoerbaarverklaring 6 maart 2001;

Overwegende dat gedaagde hierop terecht antwoordt dat de aan eiseres aangerekende BTW geenszins dubbel gebruik uitmaakt doch het gevolg is van de verwerping van de onrechtmatig verrichte aftrek van BTW door eiseres;

Overwegende dat eveneens gedaagde terecht verwijst naar een akkoordverklaring van eiseres van 7 december 2000 (stuk 3 gedaagde);

Overwegende dat eiseres in gebreke blijft enige dwaling of bedrog in hoofde van gedaagde bij de totstandkoming van dit akkoord aan te tonen;

Overwegende dat de door eiseres thans in mindering gebrachte betalingen aan gedaagde door deze laatste weliswaar erkend worden, doch betrekking blijken te hebben op andere verschuldigde bedragen dan waarvoor de dwangbevelen werden betekend;

Dispositif

OM DEZE REDENEN :

Wij, beslagrechter;

Tegensprekelijk rechtdoende

Verklaren de vordering ontvankelijk doch ongegrond;

Wijzen eiseres af en verwijzen haar in de kosten van het geding, aan haar zijde begroot op dagvaarding en rolrecht 80,64 EUR en rechtsplegingsvergoeding 11,55 EUR en aan de zijde van gedaagde begroot op rechtsplegingsvergoeding 111,55 EUR.

M. V. B. G. V. R.