Tribunal de première instance d'Anvers, 2 décembre 2002 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 2 décembre 2002

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 2 décembre 2002Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2002-12-02-94d6

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
2 décembre 2002

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

36 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 02.12.2002

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twee december tweeduizend en twee in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : AR nr. 02/1328/A

…, geboren op …, zelfstandige, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, wonende te …, ….

eisende partij,

niet verschijnend.

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur der Belasting over de Toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Eerstaanwezend Inspecteur van het 1e BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4,

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging. onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. te … op 4 maart 2002,

- de conclusie van verweerder neergelegd ter griffie op 10 april 2002.

Gelet·op de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de verweerder in zijn middelen en gezegden ter zitting van 4 november 2002.

Overwegende dat eiseres, alhoewel behoorlijk opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek niet is verschenen noch iemand voor haar.

Overwegende dat het voordeel van artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek werd gevorderd.


Eiseres heeft met exploot van 4 maart 2002 verweerder laten dagvaarden in verzet tegen 7 dwangbevelen, waaromtrent een gerechtsdeurwaarder bevel tot betalen aan haar had betekend per 21 januari 2002.

Haar motivering stelt weliswaar dat de dwangbevelen werden uitgevaardigd op grond van bijzondere rekeningen, maar dat die bijzondere rekeningen zijn “gebaseerd op omzetresultaten dewelke mijn verzoekster niet heeft behaald”.

Verweerder stelt terecht dat deze grief in genendele kan opgaan, nu bijzondere rekeningen het gevolg zijn van door de belastingplichtige, hier eiseres, zelf verrichte BTW-aangiftes.

De rechtbank stelt van daaruit vast dat het eiseres er door middel van een schorsende procedure in verzet enkel om te doen is geweest om haar BTW-schulden voor zich uit tee schuiven, en om middels die feitelijkheid nog verder uitstel van betaling te bekomen.

Eiseres doorbreekt alzo de gelijkheid met haar medebelastingplichtigen die zich wel correct houden aan hun betalingsverplichtingen, en zij besteedt klaarblijkelijk de van haar klanten ontvangen sommen aan andere doeleinden naar eigen goeddunken.

Deze zuiver dilatoire handelwijze van eiseres verdient geen honorering.

Haar vordering is toelaatbaar, maar behoorlijk ongegrond.

Dispositif

OM DIE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak ten aanzien van verweerder en bij vonnis geacht op tegenspraak te zijn gewezen overeenkomstig artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek ten aan­ zien van eiseres.

Alle andere en strijdige middelen verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar maar ongegrond, wijst eiseres er van af, en veroordeelt haar tot de kosten van het geding, deze aan haat: zijde door haar niet begroot, en aan de zijde van verweerder begroot in conclusie, doch door de rechtbank in hoofde van deze laatste vereffend op 167,33 EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding.

N. D. L. B.