Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 03.06.2002
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op drie juni tweeduizend en twee in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
In zake : AR nr. 01/1555/A
…, bedrijfsleider, wonende te …, …
eisende partij,
verschijnende bij meester J. D. loco meester K. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, van wie het kabinet is gevestigd te 1000 Brussel, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, op vervolging en benaarstiging van de Rekenplichtige van het Eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester D. V. Loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. te Antwerpen op 1 maart 2001.
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 29 januari 2002,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de Wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 6 mei 2002.
De dagvaarding in verzet strekt ertoe :
- de vordering in rechte van verzoeker ontvankelijk en gegrond te horen verklaren;
- de nietigheid van het dwangbevel van 8 augustus 2000 en de dwangbevelen met refertenummer RCIV …, RCIV …, RCIV …, RCIV …, RCIV …, respectievelijk uitgevaardigd door de Rekenplichtige van het Eerste BTW -Ontvangkantoor te Antwerpen, W. T. op 24 februari 1992, E. J. op 12 juni 1985, F. R. op 13 juli 1983 en P. B. op 6 oktober 1995, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de Heer W. K., de Heer D. M. en de Heer P. B. en de Heer G. V. M., Hoofdcontroleurs van het Achtste BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen op 24 oktober 1992, 18 juni 1985, 13 juli 1983 en 10 oktober 1995, daartoe gemachtigd door de Heer Gewestelijk Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, te horen uitspreken;
- verweerster zich te horen veroordelen tot terugbetaling aan verzoeker van alle betaalde en/of ingehouden bedragen uit hoofde van de bestreden dwangbevelen, verhoogd met moratoire intresten;
- verweerster zich te horen veroordelen tot de kosten van het geding;
- het te wijzen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad, spijt welk rechtsmiddel ook, zonder zekerheidstelling en met uitsluiting van elk vermogen tot kantonnement.
Relevante feiten
Op 8 augustus 2000 werd door de administratie een herhaald bevel uitgevaardigd waarbij zij van eiser de betaling vordert van de hiernavolgende bedragen :
* ingevolge dwangbevel met refertenummer RCIV … een bedrag van 340.835 BEF vermeerderd met intresten.
* ingevolge dwangbevel met refertenummer RCIV … een bedrag van 21.404 BEF vermeerderd met interesten.
* ingevolge dwangbevel met refertenummer RCIV … een bedrag van 65.969 BEF vermeerderd met interesten.
* ingevolge dwangbevel met refertenummer RCIV … een bedrag van 84.658 BEF vermeerderd met interesten .
* ingevolge dwangbevel met refertenummer RCIV … een bedrag van 998.182 BEF vermeerderd met interesten.
Betreffende de verjaring van de dwangbevelen met refertenummers RCIV …, RCIV …, RCIV … en RCIV …
Eiser stelt dat de dwangbevelen met refertenummers RCIV …, RCV …, RCIV …, RCIV … verjaard zijn en de administratie nalaat het bewijs te leveren dat de verjaring geldig zou zijn gestuit.
De administratie stelt dat de dwangbevelen waarvan sprake geldig werden gestuit door haar voorlopige verklaring van schuldvordering van 23 september 1985 en door haar definitieve verklaring van schuldvordering van 5 september 1986 in het faillissement van eiser van 12 september 1985, dat later ingetrokken werd bij arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 21 oktober 1986.
Ter verdediging van haar stelling verwijst de administratie naar haar stukken 12 en 13, zijnde een kopie van een voorlopige verklaring van schuldvordering gedateerd 23 september 1985 en een kopie van een definitieve verklaring van schuldvordering gedateerd 5 september 1986.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 29 juli 1991 afstand deed van de reeds gelopen tijd van verjaring en er geen andere dan de hierboven genoemde stuitingsdaden werden verricht door de administratie voor 29 juli 1986, zodat de aangifte van schuldvordering van cruciaal belang is bij de beoordeling van het al dan niet verjaard zijn van de dwangbevelen met refertenummers RCIV …, RCIV …, RCIV …, RCIV ….
Nu de administratie beweert een aangifte van schuldvordering te hebben gedaan in het faillissement van eiser op 5 september 1985 en 12 september 1986, doch nalaat het bewijs hiervan te leveren kan de rechtbank onmogelijk nagaan of er nu al dan niet een aangifte van schuldvordering werd ingediend in het faillissement van eiser met betrekking tot de hierboven vermelde dwangbevelen en kan zij bijgevolg ook niet oordelen over de verjaring van deze dwangbevelen.
De rechtbank oordeelt dat de debatten dientengevolge dienen heropend te worden teneinde de administratie toe te laten het bewijs te leveren van de door haar beweerde indiening van aangifte van schuldvordering in het faillissement van eiser en kennis te krijgen van het standpunt van de partijen met betrekking tot het eventueel door de administratie aangebracht bewijs en dit alles met toekenning van termijnen van conclusie waarbij de administratie als verweerder het laatste woord moet krijgen.
Dispositif
0M DIE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige middelen verwerpend.
Al vorens recht te doen.
Beveelt in toepassing van artikel 774, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek ambtshalve de heropening der debatten teneinde verweerster toe te laten het eventueel bewijs te leveren van de door haar beweerde aangiftes van schuldvordering en de partijen toe te laten hun standpunt weer te geven met betrekking tot het eventueel door verweerder aangebracht bewijs.
Zegt dat partijen overeenkomstig artikel 775 van het Gerechtelijk Wetboek zullen verschijnen voor deze kamer van de rechtbank, zetelend in het Gerechtsgebouw te 2000 Antwerpen, Britselei 57, op de zitting van maandag, éénentwintig oktober tweeduizend en twee om 11.00 uur tot 11.30 uur (zaal 12),
Bepaalt de conclusietermijnen als volgt :
- conclusie voor eiser : uiterlijk op 3 juli 2002;
- conclusie voor verweerder : uiterlijk op 3 september 2000.
Houdt de beslissing omtrent de kosten aan.
N. D. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.