Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 16.05.2001
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
VO N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zestien mei tweeduizend en één in openbare zitting van de tweede F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., enig rechter,
G. G., griffier.
In zake : AR : nr. 99/788/A
NV A., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,
eisende partij,
verschijnende bij meester G. S. loco Meester F. V., advocaat. kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Ministerie van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de gewestelijk directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur a.i. van het BTW-controlekantoor Kontich gevestigd te 2550 Kontich, Mechelse steenweg 83, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur a.i., rekenplichtige van het derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen. Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij Meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, …,
Gezien de stukken in hel dossier der rechtspleging, o.m. :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder R. D. C. in vervanging van gerechtsdeurwaarder M.-R. P. te Antwerpen op 26 januari 1999.
- de beschikking gewezen conform artikel 750, § 2 Ger. W, d.d. 22 december 2000.
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 18 april 2001,
De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/1632, uitgevaardigd op 8 januari 1999, van nul en generlei waarde te horen verklaren, minstens het bestreden dwangbevel te vernietigen in de mate van de in de bestreden navordering weerhouden maatstaf van heffing per geleverd tijdschrift aan de V.V.W. het bedrag van 17,5 BEF overschrijdt, dienvolgens eiseres te horen ontslaan van de in dit dwangbevel van haar gevorderde sommen, verweerder te horen veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel, waarvan thans vernietiging wordt gevorderd en verweerder tevens te horen veroordelen tot de kosten van het geding.
Relevante feiten
Eiseres exploiteert een publiciteitsagentschap,
Tussen eiseres en de VZW, V. V. W. (verder genoemd V.V.W.) werd een overeenkomst gesloten waarbij de V.V.W. aan eiseres het recht verleend om :
- op te treden als uitgever van het tijdschrift "Varen" van de V.V.W.;
- de exclusieve publiciteitswerving van het tijdschrift te organiseren en de inkomsten hieruit te innen;
- de inkomsten te incasseren uit de verkoop van het tijdschrift aan niet-leden,
- de inkomsten te incasseren van de kleine aankondigingen geplaatst door niet-leden, en waarbij eiseres zich verbond tot :
- de creatie, de lay-out, het zetwerk en het drukken van het tijdschrift,
- tienmaal per jaar 10.500 exemplaren van het tijdschrift gratis ter beschikking te stellen aan de V.V.W.,
- de betaling van alle verschuldigde commissielonen voortspruitend uit de publiciteitswerving,
- het ter beschikking stellen van een aantal computers aan de redacteurs van de V.V.W.,
- de betaling van een jaarlijkse vergoeding van 500.000 BEF.
Nadat bij eiseres een BTW-controle werd uitgevoerd, werd op 3 juli 1998 een correctie-opgave opgesteld.
Volgens deze correctieopgave werden de leveringen van de tijdschriften aan de V.V.W. ten onrechte niet aan de belasting onderworpen en dient als normale waarde van een tijdschrift de gefactureerde eenheidsprijs genomen te worden aan het persagentschap dat instaat voor de verdeling aan de kleinhandelaars die de losse nummers verkopen, zijnde afhankelijk van de periode tussen 62 BEF en 72,641 BEF.
Aangezien het tijdschrift tienmaal per jaar verscheen en per uitgave door eiseres aldus 10.500 exemplaren werden geleverd, werd de normale waarde van de door eiseres geleverde tijdschriften en de hierop verschuldigde BTW, dan ook als volgt bepaald, namelijk :
jaar normale waarde verschuldigde BTW à 6 %
1994 6.825.000 BEF 409.500 BEF
1995 7.035.000 BEF 422.100 BEF
1996 7.627.305 BEF 457.638 BEF
1997 7.627.305 BEF 457.638 BEF
TOTAAL 1.746.876 BEF
Bij gebreke aan akkoord werd op 21 december 1998 een proces-verbaal opgesteld en werd op 8 januari 1999 een dwangbevel uitgevaardigd waardoor eiseres de hierna vermelde bedragen verschuldigd werd, namelijk :
- BTW : 1.746.876 BEF
- geldboete : 349.000 BEF
- intrest over de verschuldigde BTW vanaf 21 januari 1998
- moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten vanaf de betekening of kennisgeving van het dwangbevel
- vervolgingskosten.
Beoordeling
Eiseres erkent dat de leveringen van de tijdschriften aan de V.V.W. aan de BTW, onderworpen zijn, doch betwist de maatstaf van heffing waarop de BTW door verweerder werd berekend.
Krachtens artikel 26 van het wetboek van BTW wordt voor de leveringen van goederen de belasting berekend over alles wat de leverancier van het goed als tegenprestatie verkrijgt or moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd.
Bij ruil en, meer algemeen, wanneer de tegenprestatie niet uitsluitend uit een geldsom bestaat, wordt krachtens artikel 32 van het wetboek van BTW, die prestatie voor de berekening van de belasting op haar normale waarde gerekend.
Verder bepaalt art. 32, tweede lid van het Wetboek van BTW dat onder normale waarde wordt verstaan de prijs die hier te lande, op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt, in dezelfde handelsfase voor iedere van de prestaties kan verkregen worden onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen.
Voornoemde overeenkomst waarin de BTW zich ertoe verbond om onder meer de publiciteitswerving van het tijdschrift te laten organiseren door eiseres en de inkomsten hieruit te laten innen door eiseres, die zich op haar beurt onder meer ertoe verbond tot :
- de creatie, de lay-out, het zetwerk en het drukken van het tijdschrift,
- het gratis tienmaal per jaar ter beschikking stellen van 10.500 exemplaren van het tijdschrift aan de BTW,
- de betaling van een jaarlijkse vergoeding van 500.000 BEF aan de V.V.W. is ongetwijfeld een overeenkomst onder bezwarende titel, waarbij wederzijdse leveringen en diensten werden bedongen, en is dan ook aan de BTW onderworpen.
De tegenprestatie van een goederenlevering kan bestaan in een dienst indien er een rechtstreeks verband bestaat tussen de goederenlevering en de dienst en de waarde van deze laatste in geld kan worden uitgedrukt.
Indien de tegenprestatie van de goederenlevering niet bestaat in een tussen partijen overeengekomen geldsom, moet de waarde van de dienst, om subjectief te zijn, de waarde zijn welke eiseres, als begunstigde van de dienst die de tegenprestatie voor de goederenlevering vormt, toekent aan de diensten waarvan zij zich wil verzekeren, en moet zij overeenkomen met het bedrag dat zij bereid is daaraan te besteden.
Wanneer het gaat om de levering van een goed, kan die waarde niets anders zijn dan de aankoopprijs die de leverancier heeft betaald voor het artikel dat hij als tegenprestatie voor de betrokken dienst zonder bijbetaling levert (H.v.J. 2 juni 1994, F.J.F. 94/204).
De maatstaf van heffing als tegenwaarde van een levering moet aldus kunnen uitgedrukt worden in geld en bestaat uit een subjectieve waarde aangezien de belastinggrondslag voor leveringen van goederen de werkelijk ontvangen tegenprestatie is en niet een volgens objectieve maatstaven geschatte waarde.
In casu bestaat de tegenprestatie van de V.V.W. voor de leveringen van de tijdschriften niet uit een geldsom, doch uit diensteen door de V.V.W. en is er ontegensprekelijk een rechtstreeks verband tussen deze leveringen en deze diensten en kan de waarde van deze diensten bovendien in geld worden uitgedrukt.
Om subjectief te zijn moet de waarde van de door de V.V.W. verrichte diensten de waarde zijn welke eiseres bereid was te besteden teneinde van de V.V.W. het recht te bekomen om :
- op te treden als uitgever van het tijdschrift "Varen",
- exclusief de publiciteitswerving van het tijdschrift te organiseren en de inkomsten hieruit te innen,
- de inkomsten te incasseren uit de verkoop van het tijdschrift aan niet-leden,
- de inkomsten te incasseren van de kleine aankondigingen geplaatst door niet-leden.
Teneinde dit recht te bekomen was eiseres in ieder geval bereid om tienmaal per jaar 10.500 exemplaren van het tijdschrift gratis ter beschikking te stellen van de V.V.W. en een jaarlijkse vergoeding van 500.000 BEF te betalen aan de BTW.
Uit deze jaarlijkse vergoeding van 500.000 BEF blijkt dat de wederzijdse leveringen en diensten van eiseres en de V.V.W. niet gelijkwaardig waren zodat eiseres aldus dient belast te worden over een bedrag dat gelijk is aan de normale waarde van de tegenprestatie van de V.V.W., hetgeen om subjectief te zijn overeenkomt met de waarde die eiseres bereid was om voornoemd recht te bekomen, verminderd met de jaarlijkse vergoeding van 500.000 BEF.
Bijgevolg dient eiseres minstens belast te worden op de waarde van de 10.500 exemplaren van het tijdschrift, die zij bereid was tienmaal per jaar gratis ter beschikking te stellen van de V.V.W., zijnde aldus 105.000 exemplaren per jaar.
Zoals hoger vermeld kan de waarde van de leveringen van deze tijdschriften niets anders zijn dan de a:mkoopprijs die eiseres betaalde voor deze tijdschriften, in casu de kostprijs hiervan, die hij als tegenprestatie voor de diensten van de V.V.W. leverde.
Het wordt niet betwist dat de gemiddelde jaarlijkse kostprijs 8.409.536 BEF bedraagt voor gemiddeld jaarlijks 150.000 exemplaren van het tijdschrift zodat de gemiddelde kostprijs per exemplaar 56 BEF bedraagt.
Om de maatstaf van heffing te bepalen is het dan ook niet relevant dat de Landelijke Bond van Watersportverenigingen van België slechts 17,5 BEF per exemplaar van het tijdschrift betaalde, te meer daar dit tijdschrift niet enkel het ledenblad is van de V.V.W., doch ook van deze Landelijke Bond van Watersportverenigingen van België.
De Landelijke Bond van Watersportverenigingen van België is dan ook geen onafhankelijke partij zodat deze prijs dan ook niet als een normale waarde kan beschouwd worden. zeker nu deze prijs lager is dan de kostprijs.
Om de maatstaf van heffing te bepalen is het ook niet relevant dat de V.V.W. voor elk nummer dat de 10.500 exemplaren overschrijdt slechts 25 BEF diende te betalen, te meer daar supplementaire nummers vanzelfsprekend goedkoper kunnen geleverd worden dan het basispakket van 10.500 exemplaren waarin de vaste kosten moeten verrekend worden. Deze prijs kan dan ook evenmin beschouwd worden als de normale waarde van de gratis ter beschikking gestelde exemplaren van het tijdschrift, zeker nu deze prijs eveneens lager is dan de kostprijs.
Bijgevolg bedraagt de waarde van de gratis aan de V.V.W, ter beschikking gestelde exemplaren van het tijdschrift aldus 105.000 exemplaren x 56 BEF, zijnde 5.880.000 BEF per jaar, zijnde het bedrag dat eiseres bereid was, naast de jaarlijkse vergoeding van 500.000 BEF te besteden teneinde van de V.V.W. het recht te bekomen om :
- op te treden als uitgever van het tijdschrift "Varen",
- exclusief de publiciteitswerving van het tijdschrift te organiseren en de inkomsten hieruit te innen,
- de inkomsten te incasseren uit de verkoop van het tijdschrift aan niet-leden.
- de inkomsten te incasseren van de kleine aankondigingen geplaatst door niet-leden.
De maatstaf van heffing bedraagt aldus 5.880.000 BEF per jaar zodat de hierop verschuldigde BTW aan 6 % 352.800 BEF bedraagt.
Voor de jaren 1994 tot 1997 bedraagt de maatstaf van heffing aldus 5.880.000 BEF x 4, zijnde 23.520.000 BEF, en de verschuldigde BTW 352.800 BEF x 4, zijnde 1.411.200 BEF.
Aangezien voornoemde maatstaf van heffing de kostprijs is van de gratis ter beschikking gestelde exemplaren van het tijdschrift is deze maatstaf in ieder geval realistisch.
Niettegenstaande bij een overeenkomst die commerciële publiciteit tot voorwerp heeft, de waarde van de goederen of diensten die worden geleverd door diegene voor wie de publiciteit wordt gemaakt, aanzienlijk hoger kan liggen dan de tegenprestatie die door de ontvanger van de goederen of diensten wordt geleverd, geldt dit in casu niet.
In casu heeft eiseres immers geenszins publiciteit gemaakt voor de V.V.W., en is het bovendien bewezen dat de wederzijdse prestaties gelijkwaardig werden gemaakt doordat eiseres een jaarlijkse vergoeding van 500,000 BEF betaalde aan de V.V.W.
Zoals hoger vermeld bedraagt de subjectieve waarde van de door de V.V.W. als tegenprestatie verrichte dienst dan ook 5.880,000 BEF per jaar.
Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad
Conform artikel 92bis van het wetboek van BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.
Dispositif
0M DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
rechtdoende op tegenspraak.
alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar en gedeeltelijk gegrond en wijst het meer en anders gevorderde af.
Verklaart het bestreden dwangbevel van nul en generlei waarde in de mate dat meer dan 1.411.200 BEF BTW wordt nagevorderd en in de mate dat een geldboete en intresten worden gevorderd op meer dan 1.411.200 BEF.
Beveelt de herberekening van het dwangbevel.
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald en/of ingehouden en lof toegerekend.
Veroordeelt eiseres tot 4/5 en verweerder tot 1/5 van de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 12.900 BEF rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 6.450 BEF rechtsplegingsvergoeding en door eiseres begroot op 3.592 BEF dagvaardingskosten en 12.600 BEF rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 3.592 BEF dagvaardingskosten en op 6.450 BEF rechtplegingsvergoeding;
G. G. P. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.