Tribunal de première instance d'Anvers, 15 février 2001 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 15 février 2001

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 15 février 2001Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2001-02-15-2a2a

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
15 février 2001

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

53 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 15.02.2001

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, kamer 5C, rechtdoende in correctionele zaken, heeft het volgende vonnis uitgesproken :

Notitie nummer : AN61.LM.831-94

in zake van HET OPENBAAR MINISTERIE :

TEGEN :

1. M. H. L., landbouwer, geboren te …, op … wonende te …, …, Belg

2. S. A. P. C., handelaar-landbouwer, geboren te …, op 5 april 1944 wonende te …, …, Belg

BETICHT VAN :

Hetzij door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bij stand niet had kunnen worden gepleegd;

In het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, ondermeer te Malle en te Brecht,

Het betreft zaken waar de belastingplichtige zijn verlieslatende bezigheid wenst te koppelen aan een andere door hem gevoerde winstgevende activiteit om de verliezen van het ene op de winsten van het andere te imputeren. Geargumenteerd wordt dan ook dat het handelt om een beroepsbezigheid en geen hobby.

In casu heeft beklaagde de door hem gevoerde winstgevende activiteit niet aangegeven omdat hij de verliezen uit zijn hobby afzet tegen de gerealiseerde winsten om hieruit te besluiten dat het niet om een commerciële activiteit zou handelen.

Beklaagde kan niet voorwenden niet op de hoogte te zijn van de wettelijke reglementering terzake nu hij in het verleden steeds als handelaar werkzaam was.

Dat de tenlasteleggingen BIL C en E dan ook bewezen zijn in hoofde: van tweede beklaagde.

Strafmaat

De Rechtbank meent dat de feiten ernstig zijn en getuigen van een frauduleuze ingesteldheid waardoor het regelmatig economisch verkeer in het gedrang komt.

Rekening houdend anderzijds met het strafrechtelijk verleden van beklaagden, met de lange periode tussen de feiten en de uiteindelijke bestraffing en met het gegeven dat voor wat betreft feiten A, BI en D door beklaagden tot regularisatie werd overgegaan terwijl tweede beklaagde zich na de feiten liet inschrijven in het handelsregister en een BTW-nummer aanvroeg voor de door hem gevoerde activiteiten is hiernavolgende bestraffing gepast :

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gelet op de artikelen 162, 186, 194, 195, 226, 227 van het Wetboek van Strafvordering,

artikelen 1, 3, 7 van het Strafwetboek,

artikelen 11, 12. 14, 31, 32. 34, 35, 36, 37 en 41 der wet van 15 juni 1935,

artikelen 28, 29 der wet van 1 augustus 1985,

en bij toepassing van de artikelen en wetsbepalingen als aangehaald in de tenlasteleggingen A, B, C, D en E,

alsmede van artikelen 25, 38, 40, 65, 66 van het Strafwetboek,

Rechtdoende op tegenspraak :

VEROORDEELT :

- M. H. voor de vermengde feiten A, BI en D tot een gevangenisstraf van één maand en een geldboete van … frank,

Aangezien de veroordeelde vroeger geen enkele veroordeling tot een criminele straf of tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan twaalf maanden heeft opgelopen;

dat in die omstandigheden een genademaatregel van aard is om de verbetering van deze veroordeelde te doen verhopen;

Beveelt dat bij toepassing en binnen de perken van artikel 8 der wet van 29 juni 1964, gewijzigd door artikel 4 van de wet van 10 februari 1994, de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf uitgesproken ten laste van de veroordeelde, wordt uitgesteld voor een termijn van drie jaar vanaf heden.

- S. A. voor de vermengde feiten A, B, C, D en E tot een gevangenisstraf van drie maanden en een geldboete van … frank.

Aangezien de veroordeelde vroeger geen enkele veroordeling tot een criminele straf of tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan twaalf maanden heeft opgelopen:

dat in die omstandigheden een genademaatregel van aard is om de verbetering van deze veroordeelde te doen verhopen;

Beveelt dat bij toepassing en binnen de perken van artikel 8 der wet van 29 juni 1964, gewijzigd door artikel 4 van de wet van 10 februari 1994, de tenuitvoerlegging van de drie jaar, uitgesproken ten laste van de veroordeelde, wordt uitgesteld voor een termijn van drie jaar vanaf heden.

Verplicht M. H. en S. A. ieder tot betaling van :

- de helft van de kosten van het geding, in totaal belopende … frank,

- een bijdrage van … frank als bijdrage voor de financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, bij toepassing van artikel 1 van de wet van 5 maart 1952, gewijzigd door de wet van 24 december 1993. vermeerderd met 1990 decimes per frank en gebracht op … frank,

- een vergoeding van … frank, bij toepassing van artikel 91 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950, gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 23 december 1993.

Bepaalt de duur van de gevangenisstraf waardoor de geldboeten vervangen kunnen worden, bij gebrek aan betaling binnen een termijn vermeld in artikel 40 van het strafwetboek, op elk drie maanden.

Alles wat voorafgaat is in de Nederlandse taal geschied.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting op vijftien februari tweeduizend één.

AANWEZIG :

E. L., ondervoorzitter, voorzitter van de kamer, rechter

G. B., rechter,

L. L., toegevoegd rechter,

D. R., substituut-procureur des Konings,

A. L., griffier.

Doorhaling goedgekeurd van regels en woorden.

A.L. L. L. G. B. E. L.