Tribunal de première instance d'Anvers, 27 juin 2000 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 27 juin 2000

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 27 juin 2000Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2000-06-27-5ff7

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
27 juin 2000

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

39 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 27.06.2000

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op zevenentwintig juni tweeduizend in openbare zitting van de dertiende B kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :

Mw. M. D., rechter;

Mw. C. C., griffier.

in zake : AR nr. 97/7502/A

NV I. A., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …, …;

eisende partij,

verschijnend bij Meester F. M., advocaat, kantoorhoudende te …, … in eigen naam en loco Meester A. P., advocaat, kantoor houdende te …, …;

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolgingen benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de ontvanger-rekenplichtige van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,

verwerende partij,

verschijnend bij Meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, …


Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

- de inleidende dagvaarding betekend op 23 december 1997 door het ambt van gerechtsdeurwaarder P. G. met standplaats te …;

- de besluiten van partijen;

- het tussenvonnis d.d. 9 mei 2000 waarbij het debat werd heropend;

Gelet op de wet van 15 juni1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 30 mei 2000;


Overeenkomstig de voorzieningen van de richtlijnen 76/308/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 15 maart 1976 en de richtlijnen 77/794/EEG van de Commissie van 4 november 1997 verzocht de heer Ontvanger van het Hauptzollambt Potsdam om bijstand bij de invordering van een hoofdsom van 808.891 BF aan BTW lastens verwerende partij;

Deze invordering betrof de verschuldigdheid van BTW aan de Duitse Schatkist voor goederen vervoerd onder dekking van een T2dokument, uitgegeven te Antwerpen op 15.11.1991 met bestemming Potsdam.

De Belgische Staat, op benaarstiging van de Administratie van BTW heeft een dwangbevel uitgevaardigd op 3 december 1977 in uitvoering van een proces-verbaal van 7 september 1995; Dit proces-verbaal was opgesteld op basis van een executoriale titel van het Hauptzollamt Potsdam d.d. 21mei 1994, tot invordering van de BTW t.b.v. 808.891,49 BEF, vermeerderd met intresten t.b.v. 113.007,58 BEF.

Het verzet van verzetdoende partij tegen het dwangbevel d.d. december 1997 dient onontvankelijk te worden verklaard, aangezien elke betwisting ten gronde voor de bevoegde Duitse rechtbank dient te worden gebracht en de betekening van een dwangbevel vormt in het kader van de procedure van de tenuitvoerlegging enkel een noodzakelijke fase.

Verwerende partij verwijst naar een schrijven van 15 november 1993 van de Administratie van Douane Accijnzen van Antwerpen D1, waarin gesteld wordt :

“Betreft : niet zuivering van document T2 nr. … d.d. 15.11.1991 : Naar aanleiding van de door de firma voorgelegde stukken deel ik U mede dat het in hoofding gemeld T-document als gezuiverd mag beschouwd worden."

Verwerende partij houdt voor dat het dan ook met het vertrouwensbeginsel onverenigbaar is dat ondanks dit schrijven door de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen tegen haar een dwangbevel werd uitgevaardigd ter invordering van de BTW;

Verwerende partij blijft echter in gebreke de nodige documenten voor te leggen die haar stelling bewijzen;

De voorgelegde brief gaat uit van de Administratie van Douane en heeft betrekking op een vordering inzake het niet aanzuiveren van een T2 document, dat niet binnen de daartoe voorziene periode het douanekantoor van vertrek heeft bereikt.

De invordering, waarvoor thans een dwangbevel werd uitgevaardigd, betreft een invordering van BTW, die uiteraard verschuldigd is en waarvoor de aangever eveneens aansprakelijk is;

Het verzet van eisende partij dient dan ook onontvankelijk te worden verklaard;

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,

alle andere en strijdige conclusies verwerpend;

verklaart het verzet van eisende partij onontvankelijk;

veroordeelde verzetdoende partij tot de kosten van huidig geding,

vereffent deze kosten in hoofde van verzetdoende partij tot 3.974 BF (kosten inleidende dagvaarding) en 12.900 BF (rechtplegingsvergoeding) en in hoofde van verwerende partij tot 12.900 BF (rechtsplegingsvergoeding).

C. C. M. D.