Taux sur la valeur ajoutée, champ d'application · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 7 mai 2002

Rechercher
Texte en néerlandais

Taux sur la valeur ajoutée, champ d'applicationTaux sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-valeur-ajoutee-champ-application-tribunal-anvers-2002-05-07-17ba

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
7 mai 2002

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

91 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 07.05.2002

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeven mei tweeduizend en twee, in openbare zitting van de dertiende B kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :

Dhr. L. L., rechter,

Mw C. C., griffier.

In zake : A.R. Nr. 95/1886/A :

De naamloze vennootschap V.O.D. S.,

ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nummer …, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …,

EISENDE PARTIJ

voor wie Meester M. V. H. optreedt, advocaat loco Meester G. D. S., advocaat, kantoor houdende te …, …,

1. DE BELGISCHE STAAT,

vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Ontvanger van het Derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen. ltaliëlei 4 bus 4,

2. DE BELGISCHE STAAT,

vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van het BTW-controlekantoor Malle 1, wiens burelen gevestigd zijn te 2390 Oostmalle (gemeente Malle), Lierselei 120.

VERWERENDE PARTlJEN,

voor wie Meester J. P. optreedt, advocaat, loco Meester M. V. H., advocaat, kantoor houdende te …, ….

en inzake van A.R. 95/7268/A :

De naamloze vennootschap V.O.D. S.,

ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nummer …, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …,

EISENDE PARTIJ

voor wie Meester M. V. H. optreedt, advocaat loco Meester G. D. S., advocaat, kantoor houdende te …, …,

TEGEN

DE BELGlSCHE STAAT,

vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Ontvanger van het Derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,

VERWERENDE PARTIJ

voor wie Meester J. P. optreedt, advocaat, loco Meester V. H., advocaat, kantoor houdende te …, …,


Gelet op de proceduredocumenten, inzonderheid

inzake AR 95/1886/A :

- de inleidende dagvaarding, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. met standplaats te Antwerpen op 27 april 1995;

- de beschikking overeenkomstig artikel 750 § 2 Ger. W. d.d. 3 november 2001;

En inzake A.R. 95/7268/A :

- de inleidende dagvaarding, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. met standplaats te Antwerpen op 27 april 1995;

- de beschikking overeenkomstig artikel 750 § 2 Ger.W. d.d. 13 november 2001;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de rechtsmiddelen en conclusie van partijen;


VOORWERP VAN DE VORDERINGEN,

De vordering van eiseres zoals geformuleerd in besluiten, strekt ertoe de vorderingen ingeleid bij dagvaardingen van 27 april 1995 en 1 december 1995 samen te voegen.

De verklaring van de heer V. O. J., gedelegeerd Bestuurder van de N.V. VOD S., gedaan op 15 juli 1992 alsook de door de Belgische Staat eventueel uitgevoerde compensatie nietig te verklaren conform art. 60 par.3 Vennootschapswet, dienvolgens het verzet tegen het dwangbevel Reg.127/1762, uitgevaardigd lastens eiseres door de Belgische Staat in datum van 7/09/1995 uitvoerbaar verklaard op 8/09/1995 ontvankelijk en gegrond te verklaren.

Het verzet tegen het dwangbevel Reg 127/1600, uitgevaardigd lastens eiseres door de Belgische Staat in datum van 16/12/94, uitvoerbaar verklaard op 19/12/94 ontvankelijk en gegrond te verklaren,

de Belgische Staat te veroordelen om aan eiseres terug te betalen een BTW tegoed, ten bedrage van … Bef, meer de wettelijke en vergoedende intresten vanaf 23.01.1995. Verder verweerders te veroordelen tot de kosten van het geding.

FEITEN :

- Door de Belgische Staat wordt per 29 november 1994 bijzondere rekening opgemaakt ingevolge art. 8 par. 1 van het K.B. nr 24 van 29 december 1992 voor het tijdvak van 31 juli 1994 tot 31 oktober 1994.

- Gezien geen betaling vanwege eiseres volgt wordt per 16 december 1994 dwangbevel betekend.

- Bij schrijven dd. 23 januari 1995 meldt zich een raadsman voor eiseres welke stelt dat deze niet akkoord kan gaan met de gevorderde bedragen, gezien er in hoofde van eiseres nog een tegoed is van de BTW ten belope van … Bef.

- de Belgische Staat reageert hierop, stellende dat het tegoed van … Bef (rek.uitrreksel 31/1/93) werd terugbetaald aan BVBA T. conform de overdracht-compensatie welke werd aangevraagd door M. V. O. J..

- Vervolgens wordt blijkbaar tussen partijen briefwisseling gevoerd betreffende de vraag of de heer V. O. binnen zijn statutaire bevoegdheden handelde.

- Per 8 maart 1995 wordt door de Belgische Staat betekening-bevel gedaan, gevolgd door uitvoerend beslag op roerend goed op 27 maart 1995.

- Eiseres gaat per 26 april over tot verzet-dagvaarding (zaak gekend onder A.R. 95/1386/A).

- Per 16 juni 1995 wordt door de Belgische Staat opnieuw bijzondere rekening opgemaakt ingevolge art. 8, par. 1 van het K.B. nr 24 van 29 december 1992, dit voor het tijdvak van 31 januari 1995 tot 30 april 1995 .

- Het dwangbevel wordt overgemaakt per 7 september 1995,

- 21 september 1995 betekening-bevel,

- 30 oktober 1995 uitvoerend beslag op roerend goed,

- 1 december 1995, dagvaarding in verzet tegen dwangbevel (zaak gekend onder A.R. 95/7268/A.)

BEOORDELING.

Op basis van de door partijen ontwikkelde argumenten en de voorgelegde stukken komt de rechtbank tot volgende besluiten :

- Ontvankelijkheid van de vorderingen :

Door de Belgische Staat wordt opgeworpen dat de vorderingen niet ontvankelijk zijn gezien geen rechtsgeldig bewijs wordt voorgebracht van het feit dat de raad van Bestuur van eiseres de beslissing nam tot dagvaarding over te gaan.

Het door eiseres voorgebrachte stuk 13 « Notulen van het verslag van de raad van bestuur van de N.V. VOD S., gehouden op de zetel van de vennootschap op 17 november 1995 » is ten deze duidelijk "met algemeenheid van stemmen werd beslist de BTW administratie te dagvaardigen".

De vorderingen zijn dan ook ontvankelijk.

- Samenvoeging :

Zowel eiseres als de Belgische Staat vorderen de samenvoeging van de zaken gekend onder A.R.95/1886/A en 95/7268/A.

Het betreft beide dwangbevelen voor openstaande BTW-schulden van dezelfde partij, welke niet betaald worden gezien deze partij zich erop beroept nog een bedrag van de belastingen tegoed te hebben , waarmee deze schuld dient gecompenseerd te worden.

Met het oog op een goede rechtsbedeling, dienen beide zaken dan ook samengevoegd te worden.

- Ten gronde :

Eiseres betwist op zich niet de BTW-schuld, waarvoor de dwangbevelen, respectievelijk REG 127/1600 en REG 127/1762 werden uitgevaardigd.

Trouwens de gevorderde bedragen zijn het gevolg van de door eiseres zelf ingediende en voor oprecht en volledig verklaarde periodieke BTW-aangiften, zodat ze opzichtens verweerders een erkenning inhouden van de daarin opgenomen door eiseres verschuldigde BTW.

Reden van het verzet tegen de dwangbevelen is dat eiseres stelt dat de Belgische Staat haar nog een som van … Bef verschuldigd is.

De samenstelling van dit bedrag wordt door eiseres voorgerekend in het schrijven van haar raadsman dd. 23 januari 1995 (stuk 2 eiseres).

De Belgische Staat is akkoord dat per 31/01/93 er een tegoed in het voordeel van eiseres was, groot … Bef. doch stelt dat dit bedrag op vraag van de heer V. O. J. werd toegerekend op openstaande schulden aan de BTW van BVBA T..

Standpunt van eiseres is dat met het schrijven van de Heer V. O. ,waarbij deze machtiging geeft aan de Belgische Staat tot aanwending van het BTW tegoed van eiseres, ter aanzuivering van de schulden van BVBA T., geen rekening mocht gehouden worden nu deze beslissing nietig is, daar de heer V. O. deze beslissing niet kon nemen gelet op de tegenstrijdigheid van belangen.

Aan de Belgische Staat wordt het verwijt gemaakt onvoorzichtig gehandeld te hebben door deze compensatie zonder nazicht door te voeren, terwijl verder de effectieve compensatie niet aangetoond wordt.

Dat de compensatie effectief doorgevoerd werd komt vast te staan uit de door de Belgische Staat overgelegde stukken (stuk 14, 15).

Rest de vraag of de Belgische Staat op verzoek van de heer V. O., kwestieuze compensatie mocht doorvoeren. De heer V. O. betreft gedelegeerd bestuurder van eiseres, doch was tevens zaakvoerder van de BVBA T..

Bij schrijven dd. 15 juli 1992 meldt de heer V. O. aan de Belgische Staat :

“Ondergetekende, V. O. J., gedelegeerd bestuurder van de NV VOD S., … te …, gekend als BTW-belastingsplichtige onder het nr … op de BTW-controle ,Malle 1, machtigt hierbij de BTW-administratie tot aanwending van het BTW tegoed van de NV VOD S., ter aanzuivering van de schulden van de BVBA T., … te …, gekend als BTW belastingsplichtige onder het nr … op de BTW-controle Malle 1.- Opgemaakt te Zandhoven op 15 juli 1992, NV VOD S., V. O. J., gedelegeerd bestuurder."

Uit de door de Belgische Staat overgelegde stukken, meer bepaald de oprichtingsakte van eiseres en publicatie in het Staatsblad, komt met zekerheid vast te staan dat de heer V. O. als gedelegeerd bestuurder de bevoegdheid had deze opdracht aan verweerders te geven.

Art.15 van de statuten luidt : « Onverminderd de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid van de raad van bestuur als college, wordt de vennootschap ten aanzien van derden rechtsgeldig verbonden door de gedelegeerde bestuurder”.

Dat er in casu strijdigheid van belangen zou zijn waardoor de heer V. O. niet eigenmachtig mocht beslissen doch de goedkeuring van de raad van beheer voor deze beslissing behoefde, is een intern vennootschapsrechtelijk probleem, doch past de geldigheid van de door de Belgische Staat, op vraag van de gedelegeerd bestuurder van eiseres, doorgevoerde compensatie niet aan.

Daarenboven werd deze beslissing van de gedelegeerd bestuurder van eiseres blijkbaar goedgekeurd door de algemene vergadering, nu deze verklaring van de heer V. O. dateert van 15 juli 1992, de aanwending voor schulden van de BVBA T. van 1993, terwijl door eiseres slechts gereageerd werd op 23 januari 1995.

Ten overvloede kan er nog op gewezen worden dat de aandeelhouders van eiseres voor meer dan 95 % eveneens aandeelhouder waren van de BVBA T..

Waar de schuld van eiseres ten overstaan van de Belgische Staat vaststaand is, en waar er geen schuld van de Belgische Staat meer is ten opzichte van eiseres, is het verzet van deze laatste tegen de door verweerder uitgevaardigde dwangbevelen ongegrond.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

rechtdoende op tegenspraak :

Voegt de zaken, gekend onder A.R.95/1886/A en 95/7268/A, samen in het kader van een goede rechtsbedeling,

Verklaart de vorderingen gekend onder A.R.95/1886/A en 95/7268/A ontvankelijk,

Wijst de vorderingen af als niet gegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, op heden vereffend aan de zijde van de Belgische Staat op : … EUR.

C. C. L. L.