Taux de la taxe · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 10 septembre 2007

Rechercher
Texte en néerlandais

Taux de la taxeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-taxe-tribunal-bruges-2007-09-10-0f52

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
10 septembre 2007

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

57 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 10.09.2007

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak 05/876/A Rep. nr. 2007/11571

de BVBA E. C., (BTW-nr. BE …, Nat.nr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,

eiseres,

voor wie optreedt Meester J. B., advocaat met kantoor te …, …, …,

tegen :

De FOD FINANCIËN, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de e.a. inspecteur van het 3e BTW-controlekantoor te 8000 Brugge, en van de e.a. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te 8000 Brugge, beiden met kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4,

verweerder,

voor wie is opgetreden Meester I. G., (balie …) loco Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,

I. RECHTSPLEGING

Gelet op ,het tegensprekelijk vérzoekschrift houdende verzet dwangbevel de dato 22.03.2005.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 12 juni 2007.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiseres·is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge de economische activiteit van het voeren van een groot- en kleinhandel in boeken, tijdschriften, lingerie, video's, DVD's en cd-roms, het verhuren van video's en het verlenen van diensten, nl. het vertonen van video's en DVD's in kamers en cabines ter plaatse. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 15 september 2004 werd door een ambtenaar bij het AOIF sector BTW, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde.

Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld.

Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen m.b.t. de inbreuken op de vaststelling van de tarieven werd door de heer J. S. e.a. verificateur bij de FOD Financiën, sector BTW, op 9 november 2004, een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd (zie stuk 3 verweerder).

Wegens niet-betaling werd op 17.12.2004 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 21.12.2004 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard (zie stuk 4 verweerder).

Dit dwangbevel werd op 24.12.2004 bij aangetekend schrijven aan eiseres ter kennis gebracht.

2.2. Eiseres vraagt dat :

- De vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.

- Het bestreden dwangbevel wordt nietig verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat de erin opgenomen sommen niet verschuldigd zijn.

- Verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden, vermeerderd met de moratoire interesten.

- Verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.

2.3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres als ontvankelijk en ongegrond wordt afgewezen en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, aan zijn zijde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.

III. BEOORDELING

3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen .van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. nopens de grond

3.2.1. Eiseres stelt dat het vertonen van video's en CD-roms in kamers en cabines ter plaatste te kwalificeren is als de toekenning van het recht op toegang van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak, alsmede het recht gebruik ervan te maken. De ruimtes die voorzien zijn in de winkel dienen immers als een bioscoop te worden gekwalificeerd. Bijgevolg dienen deze diensten te worden onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 %.

3.2.2. Verweerder stelt daarentegen dat de diensten van eiseres (nl. de exploitatie van cabines waarin tegen vergoeding geprogrammeerde videofilms worden bekeken) belastbaar zijn tegen het BTW-tarief van 21 % omdat zij vallen onder de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen.

3.2.3. Tabel A, rubriek XXVIII van de bijlage bij KB nr. 20 bepaalt dat onderworpen zijn aan het tarief van 6 % : de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken, met uitzondering van a) de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen; b) de terbeschikkingstelling van roerende goederen.

In de administratieve aanschrijving nr. 6 van 9 maart 1994 wordt de BTW-regeling inzake automaten toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat de aangetroffen ontvangsten in de automatische ontspanningstoestellen en gelijkaardige toestellen onderworpen zijn aan het BTW-tarief van 21 %. Verder wordt gesteld dat onder gelijkaardige toestellen wordt verstaan : "andere automaten van zeer diverse aard, zoals de automatische competitie- of behendigheidspelen die niet als kans- of geldspelen worden aangemerkt, de automaten die spijzen en dranken verschaffen om ter plaatse te worden verbruikt, de automatische weegschalen, de verrekijkers met automaat, de muziekautomaten juke-boxes) of filmprojectie-automaten.

3.2.4. Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving geen andere bedoeling en draagwijdte heeft dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij heeft met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindend karakter.

Evenwel kan de rechtbank een dergelijke administratieve toelichting en/of toegeving op de wettekst niet negeren, wil zij voor alle rechtsonderhorigen die in dezelfde omstandigheden zijn, een gelijke behandeling garanderen.

3.2.5. De cabines die eiseres exploiteert kunnen niet gelijkgesteld worden met een bioscoop. In tegenstelling met een bioscoop gaat het. hier immers om zeer kleine ruimtes waar de consument door een muntinworp zijn eigen filmkeuze bepaalt.

De door eiseres uitgebate cabines behoren ontegensprekelijk tot de automatische ontspanningstoestellen, categorie gelijkaardige toestellen, nl. de film projectie- automaten. De ontvangsten die voortspruiten uit de exploitatie van deze cabines zijn het gevolg van handelingen, waarvoor op grond van artikel 37 en 38 W.BTW, BTW moet worden geheven tegen het tarief van 21 %.

3.2.6. De vordering van eiseres dient derhalve als ongegrond te worden afgewezen.

3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag tien september tweeduizend en zeven.

Aanwezig zijn :

H. N., alleenrechtsprekend rechter;

S. C., griffier.

C. S. N. H.