Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Corps de la décision
Jugement du Tribunal de première instance de Gand dd. 24.10.2002
Recouvrement - Contrainte - Loi sur la motivation formelle des actes administratifs - Déductions - Frais d'introduction en Bourse
La loi du 29 juin 1991 sur la motivation formelle des actes administratifs est intégralement applicable à la contrainte et au procès-verbal joint (sur lequel la contrainte est fondée et dont le contenu fait partie de la motivation de la contrainte). Ceci implique que la motivation, telle que renseignée dans le procès-verbal joint à la contrainte, doit être suffisante pour permettre à la requérante d'apporter une preuve contraire. Le fait que le défendeur n'a pas répondu aux arguments développés par la requérante dans un courrier antérieur et que le contenu du procès-verbal définitif s'écarte d'un courrier antérieur de l'administration, ne change rien à ce qui précède. La demande de l'administration est en effet définitivement précisée dans le procès-verbal, nonobstant l'échange antérieur de courriers.
La requérante est assujettie pour son activité économique de réalisation de software. L'exercice d'une activité économique exige la réunion de capital et de travail. En l'espèce, l'émission et l'introduction en Bourse par la requérante d'actions représentatives de son capital ne constituent qu'une opération de financement interne destinée à la continuation et au développement de son activité. Elles forment un ensemble avec l'activité économique de la requérante pour laquelle existe un droit à déduction. Les dépenses litigieuses faites en relation avec l'émission des actions et l'entrée en Bourse sont dès lors des frais rentrant dans l'activité de la requérante, pleinement assujettie à la TVA, et, en tant que telles, constituent un élément du prix des opérations à la sortie. Par conséquent, la requérante a droit à la déduction de la taxe en amont afférente aux frais relatifs à l'émission des actions et à l'introduction en Bourse.
Alleenzetelend rechter : M. De Backer
Advocaten : Mr. Verbist, Mr. Martens
N.V. A.S.G.
tegen
de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën
Vonnist de rechtbank als volgt.
1. Rechtspleging
Gelet op het dwangbevel van 16.6.1999, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 17.6.1999 en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 18.6.1999.
Gelet op de inleidende dagvaarding aan verweerder betekend op 9.8.1999.
De rechtbank neemt kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde stukken.
De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
2. De vordering
De vordering van eiseres strekt ertoe :
- het dwangbevel te vernietigen
*
in hoofdorde wegens het niet-bewezen zijn van de vordering door onvoldoende en gebrekkige motivering van het proces-verbaal;
*
in subsidiaire orde wegens de ongegrondheid van de vordering van de administratie;
- de terugbetaling te bevelen van alle bedragen die wederrechtelijk werden geïnd, verhoogd met de intresten sedert de datum van betaling;
- verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.
De verweerder vraagt het verzet ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding.
3. Feiten
Eiseres, de N.V. A.S.G., heeft als activiteit het realiseren van softwareprogramma's en is alsdusdanig onderworpen aan de B.T.W.
In 1996 heeft eiseres in het kader van een kapitaalsverhoging nieuwe aandelen uitgegeven en de notering van haar aandelen op de beurs Easdaq aangevraagd en bekomen.
In het kader van deze kapitaalsverhoging en beursnotering werden in 1996 en 1997 facturen ontvangen van Easdaq N.V. (beurskosten), I.B. SPRL (drukkosten), E. & Y. (prestaties i.v.m. de beursgang) en Info. N.V. («admission on Easdaq»). Op deze inkomende facturen werd B.T.W. aangerekend die eiseres in aftrek bracht op grond van art. 45 W.B.T.W.
Sindsdien ontvangt eiseres ieder jaar een factuur met de omschrijving «annual fees to be paid for «year»». Voor 1998 is dat de aankoopfactuur nr. 23 d.d. 26.1.1996 van Easdaq N.V. ten bedrage van 902.869 frank + 189.602 B.T.W., waarvan zij de B.T.W. in aftrek brengt.
De B.T.W. administratie verwerpt deze aftrek.
Lastens eiseres werd op 6.1.1999 proces-verbaal opgesteld waaruit blijkt dat eiseres verschuldigd is :
B.T.W. : 1.676.730 frank
boete : 167.000 frank
intresten p.m.
Eiseres weigerde te betalen wat leidde tot de uitvaardiging van een dwangbevel waarbij na aanrekening van een tegoed in rekening courant betaling werd gevorderd van 1.111.480 frank als B.T.W. en nalatigheidsintresten vanaf 21.5.1999.
Eiseres kan zich hiermee niet verzoenen en brengt de zaak voor deze rechtbank.
4. Standpunt van de partijen
In hoofdorde stelt eiseres dat het proces-verbaal d.d. 6.1.1999 waarnaar het dwangbevel verwijst onvoldoende is gemotiveerd nu verweerder niet geantwoord heeft op de argumentatie van eiseres zoals deze in briefwisseling met de administratie werd naar voor gebracht en de inhoud van het proces-verbaal afwijkt van een vroeger schrijven van de administratie.
Ten gronde stelt eiseres :
in hoofdorde dat de gemaakte kosten in verband met de kapitaalverhoging en de beursintroductie algemene onkosten zijn die een onderdeel zijn van de economische activiteit van eiseres zodat de B.T.W. hierop geheven aftrekbaar is; dat de jaarlijkse vergoeding gefactureerd door Easdaq een algemene onkost is zodat de B.T.W. hierop geheven eveneens aftrekbaar is;
in ondergeschikte orde dat de uitgifte van aandelen niet kan aanzien worden als een handeling bedoeld in art. 44, § 3, 10º W.B.T.W.
Verweerder stelt dat de uitgifte van aandelen een vrijgestelde handeling is krachtens art. 44, § 3, 10º W.B.T.W., zodat overeenkomstig art. 45, § 1 W.B.T.W. de aftrek uitgesloten is ook als het doel van de vrijgestelde handeling uiteindelijk gelegen is in het verrichten van een belaste handeling.
5. Bespreking
5.1. M.b.t. de motivering van het dwangbevel
Ten onrechte stelt eiseres dat het dwangbevel met aangehecht proces-verbaal d.d. 6.1.1999 niet afdoende werd gemotiveerd.
Terecht stelt eiseres dat de Wet Motivering Bestuurshandelingen ( d.d. 29.6.1991) integraal van toepassing is op het dwangbevel met aangehecht proces-verbaal (waarop het dwangbevel is gesteund en waarvan de inhoud deel uitmaakt van de motieven van het dwangbevel). Dit houdt in dat de motivering zoals vermeld in het proces-verbaal d.d. 6.1.1999 aangehecht aan het dwangbevel afdoende moet zijn om eiseres in staat te stellen een tegenbewijs op te bouwen.
In casu stelt de rechtbank vast na nazicht van de voorliggende stukken dat de motivering van het proces-verbaal d.d. 6.1.1999 (waarop het dwangbevel is gesteund) eiseres in staat stelt te begrijpen op grond van welke feitelijke en juridische gegevens de beslissing van verweerder is genomen, dit is des te meer het geval nu eiseres zelf op p. 8 van haar dagvaarding de zienswijze van verweerder verwoordt.
Het feit dat verweerder niet heeft geantwoord op de argumenten aangebracht door eiseres in haar schrijven d.d. 14.12.1998 en dat de inhoud van het definitieve proces-verbaal d.d. 6.1.1999 vanwege de Administratie lastens eiseres afwijkt van een eerder schrijven van de administratie alwaar zij stelt dat de uitgifte van aandelen een handeling buiten de werkingssfeer van de B.T.W. is doet hieraan geen afbreuk. De vordering van de administratie wordt immers definitief vastgelegd in het definitief proces-verbaal, niettegenstaande eerdere briefwisseling.
5.2. Ten gronde
5.2.1. De B.T.W. geheven van geleverde goederen en verleende diensten is overeenkomstig art. 45, § 1, 1º W.B.T.W. aftrekbaar «in de mate dat die goederen en diensten worden gebruikt voor het verrichten van :
1º belastbare handelingen
...
5.2.2. M.b.t. de facturen (nr. 10, 12, 23, 46, 50, 61, 68, 97) die verband houdende met de kapitaalsverhoging en de beursintroductie
Eiseres is belastingplichtige voor haar economische activiteit van het realiseren van softwareprogramma's. De uitoefening van een economische activiteit vereist een samengaan van kapitaal en arbeid.
Verweerder betwist niet dat in casu de uitgifte van aandelen via de beurs dient ter financiering van de productie en de verkoop van softwareprogramma's.
In casu zijn de uitgifte en de beursintroductie van aandelen door eiseres die haar eigen kapitaal vertegenwoordigen slechts een interne financieringsoperatie ter voortzetting en uitbreiding van de economische activiteit van eiseres en betreffen het geenszins economische activiteiten in de zin van art. 4 W.B.T.W. De uitgifte en de beursintroductie vormen een geheel met de economische activiteit van eiseres waarvoor recht op aftrek bestaat.
Ten deze is er dan ook geen sprake van twee soorten handelingen nl. enerzijds handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat en anderzijds andere handelingen.
De kwestieuze uitgaven gemaakt in verband met de uitgifte van aandelen en de beursgang zijn dan ook kosten die kaderen in de activiteit van eiseres die volledig aan de B.T.W. is onderworpen en alsdusdanig een element uitmaken van de prijs van de uitgaande handelingen. Bijgevolg heeft eiseres recht op aftrek van de voorbelasting gemaakt m.b.t. de kosten i.v.m. de uitgifte van aandelen en de beursintroductie.
Ook de Minister van Financiën heeft in die zin geantwoord op een parlementaire vraag d.d. 15 mei 2000 ( Vr. en Antw. Senaat, 31 oktober 2000, nr. 2-25, 1176) waar hij stelt dat de B.T.W. die slaat op de uitgaven inzake advies en audit naar aanleiding van de uitgifte van aandelen en obligaties (of met het oog op het aangaan van een lening) aftrekbaar is volgens de normale regels in de mate dat de verzamelde fondsen of de geleende sommen worden aangewend voor de voortzetting of de uitbreiding van de economische activiteit die recht op aftrek verleent.
M.b.t. de vergoeding gefactureerd door Easdaq voor de beursnotering
Deze uitgave is een algemene kost m.n. de officiële informatieverstrekking naar het economisch verkeer ten behoeve van handelspartners en derden, bijgevolg heeft eiseres recht op aftrek van de B.T.W. op deze factuur.
Dispositif
Op die gronden,
De rechtbank,
Rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;
Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond;
Vernietigt het bestreden dwangbevel;
Veroordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling van de bedragen die desgevallend inmiddels teveel werden geïnd;
Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :
- aan de zijde van eiseres :
dagvaardingskosten : € 109,47 (4.416 frank)
rechtsplegingsvergoeding : € 334,66;
- aan de zijde van verweerder :
rechtsplegingsvergoeding : € 334,66.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.