Preuve, Régime forfaitaire, juge d'appel, chiffre d'affaires · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 12 juin 2013

Rechercher
Texte en néerlandais

Preuve, Régime forfaitaire, juge d'appel, chiffre d'affairesTaxe sur la valeur ajoutée – Preuve – Régime forfaitaire

https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-regime-forfaitaire-juge-appel-tribunal-anvers-2013-06-12-d5fd

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
12 juin 2013

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF
Sens lu par le SPF
favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

71 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 12.06.2013

(10/8164/A)

Taxe sur la valeur ajoutée - Preuve - Régime forfaitaire

(10/8164/A)

Résumé

A défaut d'une comptabilité correcte et suite à la complication du contrôle, le régime forfaitaire peut être utilisé comme preuve d'une augmentation du chiffre d'affaires lors du contrôle d'un assujetti 'normal'.

La décision est publiée uniquement dans la langue originale

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 12.06.2013

(10/8164/A)

Texte intégral

Corps de la décision

VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twaalf juni twee-duizend veertien

In openbare zitting van de 4 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen. al waar zetelden:

L. B., enig rechter.

N.D., griffier.

Inzake : A.R..Nr. 10/8164/A

L.K.,

Zelfstandige, geboren op … met ondernemingsnummer …, wonende te …

EISENDE PARTIJ

- verschijnende bij meester K.R. loco meester V.B. en loco meester S.G., advocaten beden kantoorhoudende te …

Tegen:

DE BELGISCHE STAAT

Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, met burelen gevestigde te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22.

VERWERENDE PARTIJ

- verschijnende bij de heer D. S. in hoedanigheid van eerstaanwezend inspecteur.

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 30 december 2010,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747,§2 van het Gerechtelijk Wetboek op 11 februari 2011,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 11 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 22 mei 2013.

Eiser staat voor de BTW geregistreerd met activiteit 'eetgelegenheid met volledige bediening" en handelt daartoe onder benaming D. K.

Hij koos daartoe niet voor de forfaitaire regeling, valt aldus onder de gewone regeling.

Een ter zake bevoegd ambtenaar van AOIF verrichtte controle over periode 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008.

Blijkens dossiergegevens kostte het alvast, bij gebrek aan positieve medewerking van eiser en diens boekhouder, heel wat moeite om effectief tot controle ter plaatse te kunnen overgaan.

Bij dan toch plaatsbezoek werd vastgesteld dat het dagontvangstenboek bijna twee maand niet was bijgewerkt (vanaf 1 oktober tot en met 24 november 2008), zijnde de dag vóór het bezoek; eiser nam wel vakantie van 24 oktober tot 2 november 2008).

Eiser legde voorts louter Z-rapporten van de kassa voor, zonder aldus de controlebanden.

Parallel geschiedde ook controle door een ter zake personenbelasting bevoegd ambtenaar.

Daarop gebeurde ook gezamenlijke controle inzake beide belastingen.

Eiser verklaarde oude prijslijsten niet te bewaren.

Hij verklaarde de kassa zelf te tellen en dan daarvan de Z-totalen af te drukken.

Hij verklaarde ook nooit een stock (inventaris) op te maken.

Er werd vastgesteld dat in het ontvangstenboek, waar bijgewerkt, "verbeteringen" waren aangebracht.

De ambtenaren gingen nog opnieuw ter plaatse ter verificatie.

Eiser was toen niet ter plaatse, wat aldus niets opleverde.

Op een verzoek tot in regel stelling verklaarde eiser zich slechts akkoord op enkele, kleinere punten.

26 november 2010 werd dan proces-verbaal opgesteld.

Daarin wordt gedetailleerde navordering geformuleerd.

Het gaat om per jaar berekende rechten, conform KB 41 inzake BTW tot 20% herleide en intrest pro memorie vanaf 21 januari 2009.

Vermeld proces-verbaal is eraan gehecht en maakt er deel van uit.

Het werd op 8 december 2010 uitvoerbaar verklaard.

Het werd middels exploot van 14 december betekend met bevel tot betalen

Een toenmalig raadsman legde op 30 december 2010 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.

Afschrift van het dwangbevel met het eraan gehecht proces-verbaal is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting. ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Ten gronde

Het kan de belastingdienst dan ook niet ten kwade worden geduid dat deze zich beroept op de forfaitaire regeling bij wijze van bepaaldelijk bewijsvoering van de belastbare omzet (vgl.hier Cass. 4 november 1993 - FJF 94/66, zie ook deze rechtbank 2/4/2007- AR 04/7765/A).

Dit is te dezen volkomen correct en op gedetailleerde wijze gebeurd.

Minuscule berekeningsfoutjes maken deze toepassing niet ongedaan.

Eiser ondernam pogingen tot ondermijning van de controle (pogingen tot tijdwinst, saboteren van gevraagde medewerking, achterhouden van prijslijst(en), …).

Tijdens de periode van uitbating had hij zodanig gehandeld dat latere controle kennelijk werd bemoeilijkt, waarover reeds hogerop werd uiteengezet.

De toegepaste tot 20% herleide (aldus 1/10 van het wettelijke) boete is gemoduleerd conform de normen van KB 41 inzake BTW en volop evenredig met de feiten van tijdens de uitbating.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de rechtsvordering toelaatbaar maar ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder niet, dit bij gebrek aan opgave en begroting van eigen kosten in conclusie.

N. D. : griffier

L. B. : rechter