Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Termonde du 26.11.2004
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
ZITTING VAN 26 november 2004 – 8ste Kamer-B.Z. Folio
AR nr. 99-665-A
In de zaak van :
NV M. C. R. B., met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het HR …, onder nummer ….
eiser,
vertegenwoordigd door mr. E. G., advocaat te …, ….
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon, van de heer Minister van Financiën; wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor SintNiklaas, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4, bus 2.
verweerster,
vertegenwoordigd door mr. B. W., die optreedt namens mr. J.-P. W., advocaat te …, ….
DE RECHTBANK VERLEENT HET VOLGEND VONNIS
Gelet op de stukken der rechtspleging waaronder de gedinginleidende dagvaarding d.d. 11 maart 1999, betekend door plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder P. L., loco gerechtsdeurwaarder O. S., met standplaats te …, ….
Gehoord partijen in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 18 juni 2004, achtste burgerlijke kamer, waar de bundels met stavingsstukken van partijen werden neergelegd, waarna de zaak in beraad genomen werd.
Feiten en vordering
Door de administratie der directe belastingen, controle vennootschappen te SintNiklaas werden voor de inkomsten 1994/aanslagjaar 1995 en inkomsten 1995/aanslagjaar 1996 berichten van wijziging verstuurd op 10 februari 1997 en 22 april 1997 waartegen eiseres zich heeft verzet bij schrijven van de bedrijfsrevisor d.d. 16 mei 1997.
Na uitvoerbaar verklaring van beide aanslagen op 14 juli 1997 heeft eiseres bezwaar tegen deze aanslagen aangetekend op 5 augustus 1997.
Er volgde op 18 juli 2001 een akkoordverklaring.
De verificateur verbonden aan de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Sint-Niklaas stelde op 20 januari 1999 een proces-verbaal op, vervangen door het proces-verbaal van 26 januari 1999 ,waarbij de meeromzet ,die werd vastgesteld bij de hiervoor omschreven controle door de administratie der Directe Belastingen, aanleiding heeft gegeven tot het bepalen van de verschuldigde BTW op een bedrag van 4.238.437 oude Belg. Frank.
Op 5 februari 1999 vaardigde e.a. Inspecteur a.i., van het BTW-ontvangkantoor te 9100 Sint-Niklaas een dwangbevel uit dat door de directeur van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Antwerpen werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
Dit dwangbevel werd aan eiseres per aangetekend schrijven van 9 februari 1999 ter kennis gebracht.
Eiseres vordert thans het voornoemd dwangbevel van nul en generlei waarde te verklaren en haar te ontslaan van de in dit dwangbevel van haar gevorderde sommen. Verweerster te horen veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en die werden berekend op de sommen vermeld in het dwangbevel
Tevens verweerster te horen veroordelen tot de gedingkosten rechtsplegingsvergoeding inbegrepen en het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.
Beoordeling
* Voorafgaandelijk stelde eiseres dat de zaak niet in staat was en in afwachting van de beslissing ten aanzien van de bezwaarschriften naar de rol diende te worden verzonden.
Uiteraard is dit verzoek thans niet meer aan de orde gelet op de dading die op 18 juli 2001 tussen eiseres en de directeur der directe belastingen werd afgesloten.
* Eiseres beroept zich op de schending van artikel 59 W.BTW om reden dat de verbalisant zijn proces-verbaal heeft gesteund op gegevens afkomstig uit het dossier inzake de directe belastingen en enkel de gegevens van de berichten van wijziging zou hebben overgenomen. Aldus zou het proces-verbaal niet dienstig zijn als bewijs en geen bijzondere bewijskracht bezitten.
Verder stelt eiseres dat de bijkomende BTW-vordering getuigt van willekeur.
Overeenkomstig artikel 59, § 1 W.BTW kunnen overtredingen van de BTWwetgeving, alsook feiten die de verschuldigdheid van de BTW of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen, door de Administratie bewezen worden volgens de regels van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, met uitzondering van de eed.
De Administratie kan zich ook steunen op twee bijzondere bewijsmiddelen, met name een proces-verbaal van de ambtenaren van het Ministerie van Financiën en een deskundige schatting.
Met betrekking tot het proces-verbaal dient gesteld dat deze een bewijs opleveren tot bewijs van het tegendeel.
Deze bijzondere bewijswaarde van het proces-verbaal inzake BTW is evenwel enkel toepasselijk voor de materiële vaststellingen die door de BTW-ambtenaar zelf werden verricht.
Aldus kan de BTW-ambtenaar de gegevens die naar aanleiding van onderzoeken door andere diensten werden vastgesteld, hernemen doch deze informatie geniet in dat geval niet van de bijzondere bewijswaarde zoals het geval is voor een proces-verbaal inzake BTW.
Het dwangbevel dient gemotiveerd te zijn en kan verwijzen naar het proces-verbaal. Alsdan is het proces-verbaal de enige wettelijke basis van het dwangbevel dat een onafscheidelijk geheel vormt met het aangehechte proces-verbaal.
Het dwangbevel in casu werd als volgt gemotiveerd :
"Aangezien NV M. C. R. B., waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, … als BTW-belastingplichtige is geregistreerd onder het nummer …, op grond van een bijgevoegd, voor eensluidend verklaard afschrift van procesverbaal, hierna vermelde sommen verschuldigd is.".
Dit proces-verbaal is evenwel niet gesteund op de persoonlijke materiële vaststellingen van de verbalisant derwijze dat het niet over de bijzondere bewijswaarde beschikt.
Terecht stelt verweerster dat het haar niet belet het bewijs te leveren van de feiten die werden opgenomen in het proces-verbaal door alle middelen van het gemene recht getuigen en vermoedens inbegrepen.
Verweerster toont niet aan dat zij persoonlijk andere vaststellingen heeft verricht doch zij gaat ervan uit dat de inhoud van het voornoemd proces-verbaal een bekend gegeven is waaruit een vermoeden van meeromzet dan aangegeven kan worden afgeleid.
De rechtbank kan deze stelling van verweerster bijtreden nu dient vastgesteld dat eiseres op 18 juli 2001 een akkoordverklaring heeft ondertekend inzake het dossier van de vennootschapsbelasting waaruit de impliciete erkenning van de hogere omzet door eiseres vaststaat.
Er is dan ook geenszins sprake van een opeenstapeling van vermoedens zoals eiseres laat gelden noch is het dwangbevel gebaseerd op willekeurige motieven.
De vaststelling dat de in het proces-verbaal opgenomen berekening van de niet aangegeven meeromzet cijfermatig niet overeenstemt met de thans herleide vordering door de ambtenaar doet geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van het proces-verbaal noch aan de bewijswaarde ervan. Immers, eiseres heeft hiervan kennis kunnen nemen en heeft zich kunnen rekenschap geven van de bedragen die worden gevorderd.
Bovendien kan het proces-verbaal dat de motivering vormt van het dwangbevel steeds worden aangevuld met andere bewijsmiddelen.
In casu is de ambtenaar uitgegaan van een feitelijk vermoeden en bovendien is het proces-verbaal, en dus ook het dwangbevel, uitgegaan van de gegevens die door eiseres werden betwist en haar dus bekend waren.
Na haar bezwaar werden de taxaties herleid door de Administratie der Directe Belastingen, Gewestelijke directie Antwerpen, waarna gedeeltelijke ontheffingen werden verleend.
Door de tussengekomen dading heeft eiseres zich akkoord verklaard met de weerhouden omzetcijfers en zijn deze dienvolgens niet meer voor betwisting vatbaar.
De vordering van eiseres komt dan ook niet gegrond voor.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak en in eerste aanleg;
Alle meeromvattende, strijdige of andersluidende besluiten verwerpende als ongegrond, niet terzake dienend of overbodig.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Verklaart zowel de vordering van eiseres ontvankelijk doch wijst deze af als ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, aan de zijde van verweerster, begroot op 349,53 euro, rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken door de achtste burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, in openbare terechtzitting van ZESENTWINTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND EN VIER.
Aanwezig :
Mevr. S. D. L., rechter, voorzitter van de achtste burgerlijke kamer
Mevr. R. D. G., griffier;
R. D. G. S. D. L.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.