Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 24.06.2002
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgende vonnis verleend :
In de zaak 98/59/A Rep. nr. 2002/8288
…, frituuruitbater, voorheen wonende te …, … thans te …, … voorheen ingeschreven in het H.R. …, doch geschrapt op 12.04.95,
eiser,
voor wie thans optreedt Meester S. T., advocaat te ….
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, met burelen gevestigd te Brussel, Wetstraat 14, in de persoon van de heer Gewestelijk Directeur Registratie en Domeinen te Brugge, met burelen gevestigd te Brugge, Katelijnestraat 7, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, in de persoon van de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor Oostende, met burelen gevestigd te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1, 3e verdiep,
verweerder,
voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat te Brugge.
I. RECHTSPLEGING
Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet de dato 12 december 1997.
Gelet op het tussenvonnis de dato 25 oktober 1999 van de vijfde kamer van deze rechtbank.
Gelet op de verwijzing van deze zaak de dato 22 november 1999, in toepassing van artikel 90 van het gerechtelijk wetboek, naar de vierde kamer van deze rechtbank.
De zaak werd met akkoord van partijen in zijn geheel hernomen.
De rechtbank nam opnieuw kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden opnieuw gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 27 mei 2002.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
De rechtbank verwijst hiervoor naar de uiteenzetting in het tussenvonnis de dato 25 oktober 1999.
III. BEOORDELING
3.1. Volgens eiser maakt verweerder geen correcte toepassing van het bewijs door vermoedens doordat hij zich op geen enkel bekend feit steunt.
De verschuldigdheid van de BTW of van een geldboete kan door verweerder aangetoond worden via het bewijs door feitelijke vermoedens (art.59 W.BTW).
Overeenkomstig art. 1349 B.W. zijn vermoedens gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit.
Het is de rechter die soeverein oordeelt of het feit waarop hij zich steunt, al dan niet bekend is en hij kan een feitelijk vermoeden afleiden uit een geheel van gegevens, ook al geven die gegevens, elk afzonderlijk genomen, geen voldoende zekerheid.
In de rechtspraak wordt algemeen aanvaard dat gegevens uit geschriften en verklaringen uitgaande van derden een geheel van vermoedens kunnen vormen die gewichtig, bepaald en met elkaar overeenstemmen en bijgevolg voldoen aan de bewijsvoering door feitelijke vermoedens zoals bepaald in art. 1353 B.W.
Door verweerder wordt in casu beroep gedaan op een reeks van feitelijke gegevens die een geheel van bepaalde, gewichtige en met elkaar overeenstemmende vermoedens moeten vormen ten bewijze van de zwarte leveringen.
Bij de beoordeling van deze feitelijke gegevens dient gesteld dat deze samen in overweging moeten genomen worden teneinde te kunnen oordelen of er al dan niet sprake is van een geheel van bepaalde, gewichtige en met elkaar overeenstemmende vermoedens.
3.2. Uit de thans in de debatten gebrachte lijst LINK blijkt dat de volgorde van de nummers van de officiële facturen per dag overeenstemming vertoont met de volgorde van de nummers van de facturen particulier en zelfs met de volgorde van de klantennummers waaronder het klantennummer van eiser.
Niet alleen de opeenvolging van de nummers van de officiële facturen en de facturen particulier doch ook de volgorde van de leveringen aan de verschillende klanten, ingevolge vaste klantenrondes, zijn een belangrijke aanwijzing die toelaten een factuur particulier aan een welbepaalde klant toe te schrijven.
3.3. Verder tonen de voorliggende facturen op naam van eiser en de onmiddellijk erop volgende facturen gericht aan eiser onder de benaming "particulier" over het jaar 1992 een duidelijke overeenstemming aan qua aankoopdata, aard van aangekochte goederen, hoeveelheid van aangekochte goederen, volgorde van vermelding van de goederen op de factuur en handelskorting.
3.4. In het proces-verbaal de dato 5 april 1996 (stuk 9 verweerder) heeft de bestuurder en de voormalig afgevaardigde beheerder van de NV A. verklaart dat niet alle leveringen aan belastingplichtigen effectief “op naam van deze afnemers" werden gefactureerd.
In voormeld proces-verbaal heeft de voormalig afgevaardigde beheerder tevens verklaard dat de facturatie gebeurde aan de hand van een bestelbon, opgesteld door de reiziger, die van de klant verneemt wat en hoeveel er mag worden gefactureerd "op naam". Het restant van de levering wordt gefactureerd als verkoop "particulieren" en wordt contant ontvangen. Hij verklaarde eveneens dat voormelde bestelbons niet worden bewaard.
3.5. Van de 273 gecontroleerde afnemers van de NV A. die bij de fraude betrokken zijn werden er·door 256 minnelijke overeenkomsten gesloten. Volgens verweerder zijn er slechts 17, waaronder eiser, die de link tussen de officiële facturen en de facturen "particulier" betwisten. Bovendien heeft één van de afnemers niet alleen een minnelijke schikking ondertekend, maar tevens in een schriftelijke verklaring bevestigd dat de goederen van de NV A., vermeld op de facturen particulier effectief aan hem werden geleverd (stuk 10 van verweerder).
Het feit dat een groot aantal afnemers van de NV A. wel akkoord ging met de vordering van verweerder en dat één afnemer de effectieve leveringen heeft erkend, impliceert op zich uiteraard niet dat eiser ook deel had in het zwarte aankoopsysteem, maar vormt wel een belangrijk vermoeden dat samen met de andere feitelijke gegevens dient in overweging te worden genomen.
3.6. Op 24 februari 1993 werd, n.a.v. een levering door de NV A. aan een tearoom te Koksijde, door de opsporing- en documentatiedienst te Gistel, het reeds eerder geciteerde fraudemechanisme in de praktijk vastgesteld ( stuk 12 van verweerder).
Deze vaststelling toont aan dat het fraudesysteem zoals het aanvankelijk op papier werd vastgesteld effectief ten aanzien van de afnemers-belastingplichtigen werd gehanteerd.
3.7. Voormelde opgesomde feiten vormen een geheel van gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens die toelaten te besluiten dat eiser zwarte aankopen heeft gedaan aan de NV A..
3.8. Aangezien verweerder heeft bewezen dat eiser goederen heeft aangekocht welke niet opgenomen werden in zijn boekhouding, kan verweerder op deze zwarte aankopen het wettelijk vermoeden van artikel 64, § 1 W.BTW toepassen. Dit betekent dat alle aangekochte goederen, behoudens tegenbewijs, worden geacht te zijn aangekocht onder voorwaarden waaronder de BTW. opeisbaar wordt. Om de verkoopprijs van die goederen te bepalen heeft verweerder beroep gedaan op de door eiser gehanteerde winstmarges. De vordering van verweerder is derhalve zeker niet arbitrair opgemaakt.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart het verzet tegen tiet dwangbevel ontvankelijk doch wijst het al als ongegrond.
Veroordeelt eiser tot de gedingkosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR, uit hoofde van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op vierentwintig juni tweeduizend en twee.
Aanwezig zijn :
H. N., alleenrechtsprekend rechter
L. N., e.a. adjunct-griffier
N. L. N. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.