Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Bruxelles du 22.06.2009
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL – 33ste Kamer
AR 2008/2394/A
In zake van :
De NV V. C., met zetel te …, …
eisende partij,
vertegenwoordigd door Mr. P. T., advocaat te …, …
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit Sector BTW op vervolging en benaarstiging van de ea Inspecteur van het Ontvangkantoor Halle met kantoren te 1500 Halle Zuster Bernardastraat nr 32
verwerende partij,
vertegenwoordigd door Mr. F. S., advocaat met kantoor te …, …
In deze zaak in beraad genomen op 22/05/2009 wordt door de rechtbank
volgend vonnis uitgesproken
Gelet op :
- het gedinginleidend verzoekschrift neergelegd ter griffie op 15/02/2008 gelet op de beschikking genoemd in toepassing van art. 747, § 2, Ger. W. d.d. 21/03/2008;
- de conclusies en conclusies voor eisende partij neergelegd ter griffie op 30/09/2008 en 1/12/2008;
- de conclusies en syntheseconclusies van verweerder neergelegd ter griffie op 23/06/2008 en 23/02/2009;
- het bundel met stukken van verweerder neergelegd ter zitting op 22/05/2009;
- het bundel met stukken van eisende partij neergelegd ter zitting op 22/05/2009.
Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 22/05/2009 waarna twee bundels met de stavingstukken van partijen werden neergelegd en de zaak in beraad werd genomen.
Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
1 FEITEN
Het geding heeft betrekking op een geschil inzake BTW-wetgeving. Eisende partij is BTW-plichtige.
N.a.v. een controle m.b.t. de periode 1/1/2003 t/m 31/12/2004 stelden de diensten van verweerder een aantal overtredingen op de BTW-wetgeving vast.
Bij de verkoop van nieuwbouwappartementen in drie specifieke dossiers zou met name te weinig BTW zijn aangerekend omdat er volgens de diensten van verweerder door eisende partij uiteindelijk aan een lagere verkoopprijs dan de werkelijke verkoopprijs zou zijn gefactureerd waardoor de maatstaf van heffing lager lag.
De vastgestelde overtredingen werden opgenomen in een proces-verbaal d.d. 21/11/2007.
Uit dat proces-verbaal blijkt dat eisende partij volgende BTW verschuldigd zou zijn.
BTW € …
Interest (art 91, § 1 W.BTW) p.m.
Op 26 november 2007 vaardigden de diensten van verweerder een dwangbevel uit dat op 7/12/2007 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
Dit dwangbevel werd d.m.v. aangetekend schrijven d.d. 11/12/2007 aan eisende partij betekend.
Bij verzoekschrift art. 1385decies Ger W neergelegd ter griffie op 15/02/2008 vecht eisende partij dit dwangbevel en deze schuld aan.
2 VOORWERP VAN DE VORDERING
De vordering strekt ertoe het dwangbevel van 11 december 2007 en het proces-verbaal waar het op steunt nietig te horen verklaren.
In ondergeschikte orde vordert eisende partij toe te laten om met alle mogelijke middelen van bewijs in rechte te mogen aantonen dat de omzet die voor de BTW-aangifte in aanmerking dient te worden genomen niet hoger mag zijn dan deze vermeld in de initiële aangifte.
Tot slot beoogt zij de veroordeling van verweerder tot de kosten van het geding met inbegrip van de in art 1022 Ger W voorziene rechtsplegingsvergoeding.
3 BEOORDELING
3.I. Ontvankelijkheid
De vordering van eiseres werd ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 15/02/2008.
Verweerder betwist de ontvankelijkheid van de vordering van eisende partij met
Nu de rechtbank van oordeel is dat er ook geen ambtshalve op te werpen gronden van niet ontvankelijkheid voorhanden zijn dient de vordering van eisende partij ontvankelijk te worden verklaard
3.II. Gegrondheid
Eisende partij voert aan dat :
het p v en het dwangbevel nietig zouden zijn
de maatstaf van heffing die administratie vooropstelt met de juiste zijn
M b t de beweerde nietigheid van het proces-verbaal
Volgens eisende partij werd het proces-verbaal pas drie of vier jaar na de feiten opgesteld waardoor de rechten van de verdediging worden miskend.
Verweerder argumenteert terecht dat inzake BTW geen enkele wettelijke bepaling een termijn oplegt waarbinnen een proces verbaal dient te worden opgesteld.
Nu voorts uit het dossier blijkt dat de controle mede door toedoen van eisende partij lang aansleepte kan deze laatste zich nu moeilijk beroepen op het overschrijden van een redelijke termijn.
Dit middel van eisende partij is ongegrond.
M b t de maatstaf van heffing
Volgens eisende partij kan de Fiscale Administratie geen gevolgen trekken uit de aankoopbeloftes die ondertekend werden door de kopers (kopers S. C. en NV R.) en de makelaar die optrad voor haar.
De diensten van verweerder stelden vast dat er een verschil was tussen de prijs in de door de kopers ondertekende aankoopbeloftes en de de prijzen die in de uiteindelijke verkoopovereenkomsten werden vermeld.
Zo werden in de drie betwiste gevallen respectievelijk volgende bedragen in de aankoopbelofte vermeld en in de verkoopovereenkomst.
koper S. (appartement B3 in residentie Belcanto II)
€ … en € …
koper C. (appartement B3 In residentie Belcanto II)
€ … en € …
koper NV R. (appartement B3 In residentie Aria)
€ … en € …
Deze bedragen stemmen ook overeen met de richtprijzen inzake
Verweerder kan het terecht een vreemde zaak vinden dat eisende partij bij het ondertekenen van de verkoopovereenkomst plots eenzijdig haar prijs vermindert.
Op grond van art. 59, § 1 W.BTW kunnen overtredingen van bepalingen van het W.BTW af van ter uitvoering ervan gegeven regelen alsmede feiten die de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen door de administratie worden bewezen volgens de regelen en door alle middelen van het gemene recht getuigen en vermoedens inbegrepen doch uitgezonderd de eed en daarenboven daar de processen-verbaal van de ambtenaren van het Ministerie van Financiën.
De processen-verbaal leveren het bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen.
Verweerder argumenteert inzake terecht dat het tegenbewijs niet wordt ingebracht tegen de vaststellingen door haar agent gedaan.
Dit middel van eisende partij is ongegrond.
4 WAARDE VAN DE VORDERING EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING
Aangezien de vordering van eisende partij gegrond is worden de kosten van het geding in overeenstemming met artikel 1017 van het gerechtelijk wetboek ten laste gelegd van verweerder.
Uit het dossier blijkt dat de waarde van het geschil zich situeert tussen € 20.000,01 en € 40.000,00.
Op grond van de waarde van het geschil kan deze vergoeding in toepassing van de bepalingen van het KB d.d. 26 oktober 2007 begroot worden op € 2.000,00. Nu geen der partijen een vordering instelt tot verhoging of verlaging van dit basisbedrag kan dit bedrag toegekend worden.
Dispositif
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle andersluidende en meeromvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig.
Verklaart de vordering van eisende partij ontvankelijk maar ongegrond.
Veroordeelt eisende partij tot de betaling van de gedingkosten begroot op € … rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van verweerder.
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 22 juni 2009.
Waar aanwezig waren en zitting namen :
De heer M. L., rechter
Mevrouw I. D. griffier.
I.D. M. L.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.