Preuve, mesure de contrôle · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Anvers 31 janvier 2002

Rechercher
Texte en néerlandais

Preuve, mesure de contrôleTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-cour-appel-anvers-2002-01-31-6bd2

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Anvers
Date
31 janvier 2002

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

41 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 31.01.2002

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Het Hof van Beroep zitting houdende te Antwerpen, Vijfde bis Kamer, recht doende in burgerlijke zaken, spreekt het volgende arrest uit :

Dwangbevel – BTW

Eindarrest

Terechtzitting van 31 januari 2002

In zake : 1996/AR/3821

BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, in de persoon van de Ontvanger van het derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met kantoren te 2000 Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4;

appellant,

tegen het vonnis uitgesproken op 21 oktober 1996 door de 13de B kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen;

vertegenwoordigd door mr. J. P. loco mr. M. V. H., advocaat te …, …;

tegen :

J. V., wonende te …, …;

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. C. V. O. loco mr. 0. V., advocaat te …, …;


1. De antecedenten en de vorderingen

1.1. Op 11.04.1994 heeft de ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor Antwerpen III ten laste van de heer V. een dwangbevel uitgevaardigd waarbij betaling werd gevorderd van 3.136,94 EUR BTW, 929,60 EUR boete en de interesten daarop. Dit dwangbevel was gesteund op een proces-verbaal d.d. 06.04.1994 waarbij een herberekening van de op de omzet verschuldigde BTW voor het aanslagjaar 1990 was verricht volgens de omzet zoals deze, volgens de Belgische Staat, door de administratie van de directe belastingen was bepaald. Het dwangbevel werd op 12.04.1994 uitvoerbaar verklaard en op 19.05.1994 aan de heer V. betekend.

1.2. Op 07.06.1994 heeft de heer V. de Belgische Staat doen dagvaarden om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen teneinde dit dwangbevel nietig en zonder rechtsgevolg te horen verklaren.

In het bestreden vonnis d.d. 21.10.1996 heeft de eerste rechter deze vordering gegrond verklaard, oordelend “dat uit het enige feit dat eiser zich akkoord verklaarde met een meerwinst inzake directe belastingen, niet het bewijs kan worden afgeleid dat eiser ook een meeromzet inzake BTW heeft gemaakt; dat de administratie deze beweerde gerealiseerde meeromzet moet bewijzen overeenkomstig art. 59, par. 1 BTW-wetboek, bewijs dat zij tot op heden niet levert".

De Belgische Staat heeft op 27.12.1996 hoger beroep ingesteld. Hij besluit tot de ongegrondheid van de vordering van de heer V.. De heer V. besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

1.2. Beoordeling

Het doel en de grondslag van de vorderingen werden, zo in feite ais in rechte, in de hieraan voorafgaande procedurestukken uiteengezet. Het hof verwijst ernaar.

Aan de hand van de voorgelegde stukken en de ingeroepen middelen besluit het hof dat de eerste rechter op oordeelkundige wijze de vorderingen van de partijen heeft beoordeeld.

Immers :

1) De Belgische Staat houdt staande de door de heer V. behaalde omzet te bewijzen aan de hand van de becijfering die door de administratie van de directe belastingen werd opgesteld.

Evenwel (a) uit niets blijkt dat deze berekening iets meer is dan een louter hypothetische opgave van cijfers om tot een aanvaardbare winst te komen, zonder op enig concreet gegeven gesteund te zijn - er wordt geen proces-verbaal noch ander stuk voorgelegd waaruit enige concrete vaststelling blijkt, andere dan de kennisname (door de fiscus) van de bewuste "berekening"; (b) uit niets blijkt dat de heer V. deze berekening ooit gezien heeft, zijn opmerkingen hierover heeft kunnen maken of deze heeft aanvaard - het is dus onbewezen dat deze berekening deel uitmaakt van het akkoord omtrent de bepaling van de winst - en (c) de fiscus zelf heeft deze berekening niet als juist beschouwd vermits hij de winst niet heeft bepaald op 10.104,09 EUR - wat het resultaat van deze berekening was - maar op 12.394,68 EUR, waarvoor geen enkele berekeningsgrondslag wordt voorgebracht.

2) De Belgische Staat argumenteert in het aangevochten proces­verbaal dus onterecht dat de administratie der directe belastingen de omzet op 87.879,25 EUR heeft bepaald : de administratie heeft de omzet niet op dit bedrag bepaald maar enkel een door hem uiteindelijk niet weerhouden en niet op enige bewezen grondslag gesteunde berekening gemaakt bij wijze van oefening ter vaststelling van een uiteindelijk forfaitair en op grond van een akkoord met de belastingplichtige bepaalde winst. De Belgische Staat argumenteert daarom eveneens onterecht dat de uiteindelijk weerhouden winst van 12.394,68 EUR steunt op de berekening van de omzet.

3) Aldus staat enkel de verhoging van de winst van 8.651,88 EUR tot 12.394,68 EUR vast. Het staat buiten betwisting dat deze hogere winst het bewijs levert van een hogere omzet voor hetzelfde bedrag, doch de BTW hierop werd reeds geheven en door de heer V. betaald.

4) De verhoging van de winst tot 12.394,68 EUR levert niet het bewijs van een verhoging van de omzet met een groter bedrag dan het verschil tussen de aangegeven winst en de uiteindelijk in akkoord weerhouden winst.

Dispositif

OM DIE REDENEN,

HET HOF,

Recht doende op tegenspraak;

Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ongegrond;

Verwijst de Belgische Staat in de kosten van het hoger beroep en begroot deze aan de zijde van de heer V. op 436,29 EUR (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van de vijfde bis kamer van het Hof van beroep te Antwerpen op EENENDERTIG JANUARI TWEEDUIZEND EN TWEE.

Aanwezig :

J. E., Raadsheer;

L. P., Griffier.

L. P. J. E.