Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 5 janvier 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du TrésorTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-gand-2010-01-05-97b6

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
5 janvier 2010

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

56 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 05.01.2010

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 05 JANUARI 2010

Rolnummer AR 08/3257/A

In de zaak van :

V. V. F., wonende te …, … en met ondernemingsnummer …

eiser,

hebbende als raad Mter. J. V. P., advocaat te …, …

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen Sint-Niklaas, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 2

verweerder,

hebben de als raad Mter. Ph. V., advocaat te …, …

Vonnis de rechtbank als volgt :

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het geding inleidend verzoekschrift de dato 19 september 2008.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Ter terechtzitting d.d. 8 december 2009 dringen partijen niet langer aan op een uitstel der zaak.

Partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 8 december 2009 waarna het debat werd gesloten ende zaak in beraad genomen.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS DER ZAAK

2.1. Op 18 augustus 2008 werd aan eiser een betekening-bevel inzake BTW betekend waarbij eiser werd aangemaand om te betalen :

- hoofdsom van 18.153,47 EUR als volgt samengesteld : BTW 11.140,75 EUR, boeten 4.450,00 EUR en verlopen rente berekend tot 20.08.2008 : 2.562,72 EUR;

- intresten aan 0,80 % per maand vertraging op de BTW vanaf 21.08.2008;

- wettelijke intresten op boeten vanaf 18.08.2008;

- rechten en kosten voorzien bij KB van 27.12.1977;

- kosten van het deurwaardersexploot.

Als bijlagen aan het betekening-bevel werden bijgevoegd :

- de correctie-opgave opgemaakt door C. M. in zijn hoedanigheid van gemandateerd boekhouder, gevolmachtigde welke werd ondertekend voor akkoord op 18 december 2007;

- het dwangbevel (cf. art. 85, § 1 W.BTW) uitgevaardigd door e.a. inspecteur-rekenplichtige van het ontvangkantoor Sint-Niklaas op 5 augustus 2008, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 11 augustus 2008 door O. M., e.a. inspecteur a.i. BTW-Controle Sint-Niklaas 1, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, sector BTW te Antwerpen.

Eiser verzet zich tegen het betekening-bevel inzake BTW d.d. 18 augustus 2008 en het dwangbevel inzake BTW d.d. 11 augustus 2008.

2.2. Eiser vraagt dat : het verzoekschrift ontvankelijk en gegrond verklaard wordt, dienvolgens in hoofdorde dat gezegd wordt voor recht dat het bestreden dwangbevel ongegrond wordt verklaard en dat de bestreden vordering van verweerder ongegrond wordt verklaard en dat het bestreden betekening-bevel inzake BTW ongegrond wordt verklaard en in ondergeschikte orde dat huidige procedure verdaagd wordt tot wanneer de rechtbank van eerste aanleg te Gent zich heeft uitgesproken over de vordering van eiser en diens echtgenote betreffende de gewijzigde aanslagen in de personenbelasting gevestigd onder de artikelnummers … en … van de kohieren van de aanslagjaren 2005 en 2006 en dat verweerder veroordeeld wordt tot de gerechtskosten.

2.3. Verweerder vraagt dat : de procedure uitgesteld wordt tot wanneer de rechtbank van eerste aanleg te Gent zich heeft uitgesproken over de vordering van eiser en zijn echtgenote betreffende de gewijzigde aanslagen van eiser in de personenbelasting en dat indien de procedure niet wordt uitgesteld de vordering onontvankelijk minstens ongegrond verklaard wordt en eiser veroordeeld wordt tot de gedingkosten.

III. BEOORDELING

3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van deze vordering kunnen leiden. Nu de Rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. nopens de grond

3.2.1. Het bestreden betekening-bevel d.d. 18 augustus 2008 en het bestreden dwangbevel d.d. 11 augustus 2008 zijn een gevolg van de wijziging van de initiële taxatie van eiser en zijn echtgenote inzake de directe belastingen (aanslagen in de personenbelasting gevestigd onder artikelnummers … en … van de kohieren van de aanslagjaren 2005 en 2006 voor de gemeente Sint-Niklaas).

Eiser en zijn echtgenote hebben deze taxatie betwist in een procedure voor de rechtbank van eerste aanleg te Gent, procedure welke resulteerde in een vonnis uitgesproken door deze rechtbank en kamer d.d. 22.12.2009 (AR 08/3256/A) waardoor de fiscale vordering van eiser en zijn echtgenote inzake voormelde aanslagen in de personenbelasting, afgewezen werd.

De stelling van eiser en zijn echtgenote dat, de voor akkoord ondertekende correctieopgave door de gevolmachtigde accountant - C. M. - van eiser en zijn echtgenote d.d. 18 december 2007, waarbij deze zich akkoord verklaarde met de vordering van de fiscale administratie, aangetast zou zijn door een dwaling in feite, werd door het vonnis d.d. 22 december 2009 voormeld verworpen bij gebrek aan bewijs.

Eiser is dientengevolge gebonden door de akkoordverklaring van zijn gevolmachtigde met de vordering van de administratie.

Gelet hierop is het verzet van eiser tegen het betekening-bevel BTW d.d. 18 augustus 2008 en het dwangbevel inzake BTW d.d. 11 augustus 2008 die het gevolg zijn van de initiële taxatie van eiser en zijn echtgenote inzake de directe belastingen (aanslagen in de personenbelasting nopens aanslagjaren 2005 en 2006) niet gegrond.

Alle verder argumentatie is niet langer dienend.

3.3. nopens de kosten

Eiser wordt in het ongelijk gesteld en moet overeenkomstig artikel 1017, lid 1 Ger. W. de gerechtskosten dragen. De gerechtskosten belopen het basisbedrag der rechtsplegingsvergoeding zijnde 1.200,00 EUR, zoals gevorderd.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de gedingkosten aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 1.200,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op dinsdag vijf januari tweeduizend en tien, waar aanwezig waren :

mevrouw A. H., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw G. L., griffier.

G. L. A. H.