Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 16 mai 2002

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du TrésorTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-gand-2002-05-16-8c67

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
16 mai 2002

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

77 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 16.05.2002

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Zesde Kamer - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 16 MEI 2002.

Algemene rol nummer: 01/1816/A

In de zaak van :

…, …, echtgenote …, wonende te …, …

eiseres,

voor wie optreedt mr. J.-P. V., advocaat te …, …,

DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Gent, wiens kantoren gevestigd zijn te 9000 Gent, Martelaarslaan 23,

verweerder, voor wie optreedt mr. M. P., advocaat te …, …

Vonnist de rechtbank als volgt :

1. RECHTSPLEGING

Gelet op het dwangbevel d.d. 31.1.2001, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 1.2.2001 en aan eiseres betekend op 21.2.2001.

Gelet op de inleidende dagvaarding aan verweerder betekend op 16.5.2001.

De rechtbank neemt kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde stukken.

De partij en werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 18.4.2002, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

2. DE VORDERING

De vordering van eiseres zoals gelibelleerd in conclusies strekt ertoe te horen zeggen dat het dwangbevel ongeldig is.

In conclusie d.d. 18.6.2001 herleidt verweerder zijn vordering tot

BTW : … frank

boete : … frank

wettelijke intrest van 0,8 % van rechtswege verschuldigd op grond van art. 91, § 1, W.BTW vanaf 21.1.1998.

3. FEITEN EN GESCHIL

1. Eiseres, echtgenote van …, beiden samenwonende te …, …, was tot 31.1.1997 als BTW-belastingplichtige ingeschreven onder nummer BE … voor haar activiteit van zelfstandige kokkin.

Op 3.2.1999 wordt door de BTW op de woonplaats van eiseres een controle uitgeoefend over de periode 1.1.1994 tot 31.12.1997.

Dit resulteert in een aan eiseres toegestuurde correctieopgave vermeldend de verschuldigde bedragen :

BTW : … frank

Boeten : … frank

intresten vanaf 21.1.1998

welke door eiseres voor akkoord ondertekend wordt teruggestuurd.

2. 0p 4.3.1998 wordt de BTW-administratie door eiseres ervan in kennis gesteld dat de benaming van de belastingplichtige, zijnde …, echtg. …, met BTW-nr. … wordt gewijzigd in … (stuk 3 verweerder).)

3. Op 21.2.2001 wordt het dwangbevel d.d. 31.1.2001, geviseerd en uitverbaar verklaard op 1.2.2001 aan eiseres betekend.

4 Eiseres dagvaardt verweerder en stelt in hoofdorde dat de aanslag verjaard is; dat betekening van het dwangbevel d.d. 21.2.2001 ongeldig is ingevolge foutieve motivatie, nl. het verwijzen naar een niet ontvangen betaalbericht; dat het langdurig stilzitten van de administratie met betrekking tot de mededeling van hetgeen moest betaald worden geenszins getuigt van een zorgvuldig bestuur; dat het versturen van een geldig betaalbericht een conditio sine qua non is om tot betekening van een dwangbevel over te gaan.

In ondergeschikte orde stelt eiseres dat de intresten hoogstens beginnen lopen vanaf het verzoek tot betalen zijnde 21.2.2001.

Eiseres vraagt verweerder te veroordelen tot de gerechtskosten.

5. Bij conclusie d.d. 18.6.2001 herleidt verweerder gelet op de gedeeltelijk ingetreden verjaring zijn vordering tot … frank in hoofdsom.

Verweerder kan ermee instemmen dat de rechtsplegingsvergoeding elk voor de helft door de beide partijen wordt gedragen.

4. BESPREKING

1. M.b.t. de verjaring

Rekening houdend met het feit dat verweerder slechts op 21.2.2001 de verjaring van zijn vordering op eiseres rechtsgeldig heeft gestuit wordt de vordering van verweerder terecht herleid tot … frank in hoofdsom om reden van verjaring.

2. M.b.t. de motiveringsplicht en het beginsel van zorgvuldig bestuur

Het dwangbevel is niet onderworpen aan enige wettelijke vormvereiste, maar moet afdoende gemotiveerd zijn.

Het dwangbevel is geldig zodra het de belastingplichtige in staat stelt het voorwerp en de oorzaak van de eis van de Belgische Staat te laten kennen, om de gegrondheid ervan na te gaan en de belastingplichtige in staat te stellen met kennis van zaken op een nuttige wijze de beslissing desgewenst aan te vechten.

De rechtbank stelt vast dat dit in casu het geval is nu uit de stukken blijkt dat het bestreden dwangbevel verwijst naar de door eiseres voor akkoord ondertekende correctieopgave met bijlagen welke als bijlagen bij het dwangbevel zijn gevoegd; dat deze correctieopgave en bijlagen op uitvoerige wijze de BTW inbreuken weergeven en berekenen; dat eiseres niet betwist dat zij deze correctieopgave voor akkoord ondertekende.

Eiseres stelt dat het dwangbevel verwijst naar betalingsberichten die zij nooit heeft ontvangen.

Verweerder stelt terecht dat geen enkele wettelijke bepaling de administratie verplicht om voorafgaandelijk een dwangbevel een uitnodiging tot betalen te versturen.

Indien eiseres niet zelf het betalingsbericht heeft gekregen maar haar echtgenoot …, is dit het gevolg van een fout van eiseres zelf die op 4.3.1998 ten onrechte een aangifte tot wijziging van een registratie indiende (stuk 3 verweerder) in de plaats van een aangifte van stopzetting van activiteit (zie specimen stuk 8 verweerder).

Bovendien kan eiseres niet ernstig ontkennen dat zij kennis had van deze betaalberichten, nu zij toekwamen op de naam en het adres van haar echtgenoot …, alwaar zij zelf ook ingeschreven was en verbleef.

Eiseres is dan ook slechts gekomen om verweerder te verwijten van onzorgvuldig bestuur, nu het versturen van een geldig betaalbericht geen voorwaarde is om tot betekening van het dwangbevel over te gaan en bovendien is casu eiseres zelf de oorzaak is van de versturing van het betaalbericht op naam van haar echtgenoot.

3. M.b.t. de intresten

Het berekenen van nalatigheidsintresten vanaf de betekening van het dwangbevel zoals eiseres stelt is in strijd met de wetgeving terzake.

De artt. 91, § 1 en 53, eerste lid, 4°, W.BTW stellen dat de intrest van rechtswege verschuldigd vanaf het verstrijken van de indieningsdatum van de respectievelijk in te dienen periodieke BTW­aangiften, in casu 21.1.1998.

4. M.b.t. de gerechtskosten

De rechtbank is van oordeel dat elk der partijen dient veroordeeld tot de helft van de gerechtskosten nu verweerder hangende het geding zijn vordering in ernstige mate heeft herleid.

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

De rechtbank,

Rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd,

Alle meeromvattende of strijdige conclusie verwerpend als niet terzake dienend,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond,

Herleidt de door eiseres verschuldigde som tot :

BTW : € … (… frank)

Boete : € … (… frank)

te verhogen met de wettelijke intresten van rechtswege verschuldigd op grond van art.·91, § 1 W.BTW vanaf 21.1.1998,

Veroordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling van de bedragen die desgevallend inmiddels teveel werden geïnd,

Veroordeelt elk der partijen tot de helft van de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

- aan de zijde van eiseres :

- dagvaardingskosten : € … (… frank)

- rechtsplegingsvergoeding : € …

- aan de zijde van verweerder :

- rechtsplegingsvergoeding : € ….

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op zestien mei tweeduizend en twee, waar aanwezig waren :

J. D. B. : alleenzetelend rechter,

J. D. T. : griffier.

J. D. T. J. D. B.