Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 10 octobre 2006

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du TrésorTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-bruges-2006-10-2afd

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
10 octobre 2006

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

47 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 10.10.2006

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak 02/125/A Rep.nr.2006/12752

de NV T. R. J. B., (Ondernemingsnr. …), met zetel te …, …,

eiseres,

voor wie optreedt Meester F. M., advocaat met kantoor te …, …,

tegen :

De BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te OOSTENDE, met kantoren gevestigd te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1,

verweerder,

voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat met kantoor te …, …,

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift houdende verzet de dato 18 januari 2002.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 11 september 2006.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, voor de uitbating van een restaurant. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 18 september2001 werd door R. G., e.a. verificateur bij de administratie van de BTW, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1996 tot midden 1999.

Op 25 oktober 2001 werd door voormelde ambtenaar een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 11 december 2001 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW., een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 13 december 2001 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de R. D., waarnemend gewestelijk directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 15 januari 2002, bij gerechtsdeurwaardersexploot betekend aan eiseres.

Tegen de uitvoering van dit dwangbevel werd op 18 januari 2002 verzet aangetekend.

2.2. Eiseres vraagt dat de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel wordt vernietigd, minstens dat voor recht wordt gezegd dat de gevorderde bedragen ongegrond zijn en niet verschuldigd. Nog meer subsidiair wordt gevraagd dat de boete wordt vernietigd of herleid. Tenslotte vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle sommen die reeds zouden zijn ingehouden of betaald, meer de moratoriuminteresten en tot de kosten van het geding.

2.3. Verweerder vordert dat het verzoekschrift ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op 356,97 EUR rechtsplegingsvergoeding.

III. BEOORDELING

De rechtbank stelt vast dat huidige vordering tegen de belastingadministratie werd ingesteld bij tegensprekelijk verzoekschrift de dato 18 januari 2002.

Het (oude) artikel 89, 2° lid W.BTW, bepaalde dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts kan worden gestuit bij een door de belastingschuldige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding.

Artikel 59 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen bepaalt dat artikel 89, 2° lid W.BTW, wordt vervangen door de volgende bepaling : "de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts kan worden gestuit door een vordering in rechte".

Met betrekking tot de inwerkingtreding van de procedureregels stelt artikel 97 van voormelde wet van 15 maart 1999 dat voormeld artikel 59 van toepassing is op de belastingen, intresten en fiscale boeten wanneer de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan ten vroegste op 1 januari 1999.

Uit de door partijen voorgelegde stukken meent de Rechtbank te kunnen afleiden dat de oorzaak van opeisbaarheid van de hier betwiste sommen zich grotendeels heeft voorgedaan in de periode voor 1 januari 1999.

De vraag stelt zich dan ook of in casu niet de oude procedure regels moeten gevolgd worden met als gevolg dat eiseres deze zaak diende in te leiden met een dagvaarding.

Aangezien voormelde regels met betrekking tot de rechtsingang ressorteren onder de rechterlijke organisatie en de miskenning ervan zonder meer de onontvankelijkheid van de vordering inhoudt, wordt op grond van artikel 774 van het gerechtelijk wetboek de heropening van de debatten bevolen teneinde partijen toe te laten dienaangaande verder standpunt in te nemen.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend, minstens voorlopig onverlet latend.

Heropent de debatten teneinde partijen toe te laten te handelen zoals hierboven uiteengezet.

Stelt de zaak in voortzetting op maandag vijf maart tweeduizend en zeven.

Houdt de beslissing omtrent de gedingkosten aan.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag tien oktober tweeduizend en zes.

Aanwezig zijn :

H. N., alleenrechtsprekend rechter;

L. N., griffier.

N .L. N. H.