Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 2 avril 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du TrésorTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-anvers-2010-04-02-84cf

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
2 avril 2010

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

39 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 02.04.2010

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twee april tweeduizend en tien in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., alleenzetelend rechter,

N. V., griffier.

In zake : A.R. Nr. 08/7083/A

NV P. K., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,

woonstkeuze doende bij haar raadsman meester H. S.,

eisende partij,

verschijnende bij meester H. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen in de persoon van de rekenplichtige van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 10 november 2008,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 16 januari 2009,

- de conclusies en stukken van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 5 maart 2010.


De vordering strekt ertoe het dwangbevel, uitgevaardigd op en uitvoerbaar verklaard op 9 oktober 2008, nietig te verklaren, minstens te zeggen dat het geen enkel rechtsgevolg kan hebben, en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

Beoordeling

Het bestreden dwangbevel is volledig gesteund op de inregelstelling die op 6 september 2006 voor akkoord werd ondertekend door eiseres.

Deze akkoordverklaring is rechtsgeldig en eiseres is dan ook gebonden door deze inregelstelling en zij kan hierop slechts terugkomen als zij het bewijs levert dat deze akkoordverklaring aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite, hetgeen zij mag bewijzen door alle middelen van recht, met uitzondering van de eed.

Bijgevolg heeft eiseres de bewijslast dat deze akkoordverklaring aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite; loutere beweringen, die door geen controleerbare gegevens ondersteund worden, vormen vanzelfsprekend geen bewijs dat de akkoordverklaring aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite; ook het cassatiearrest van 4 oktober 2007 vormt geen bewijs dat de akkoordverklaring aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite.

Eiseres levert niet het minste bewijs dat de inregelstelling, die op 6 september 2006 voor akkoord werd ondertekend door eiseres, is aangetast door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite, faalt bijgevolg in haar bewijslast en is aldus gebonden door deze akkoordverklaring.

Het loutere feit, dat vóór het bestreden dwangbevel de administratie in de kennisgeving van 19 augustus 2008 in uitvoering van artikel 93quater W.BTW aan de notaris ten onrechte had bericht dat reeds een dwangbevel was uitgevaardigd en uitvoerbaar verklaard, maakt dit latere dwangbevel geenszins nietig.

Ook het loutere feit, dat in voornoemde inregelstelling éénmaal per vergissing "artikel 48 & 2 van het BTW-wetboek" werd vermeld, maakt het bestreden dwangbevel geenszins nietig, temeer nu verder in deze inregelstelling steeds "artikel 48, par. 2 van het BTW-wetboek" werd vermeld en eiseres dan ook zeer goed wist dat toepassing werd gemaakt van artikel 48, par. 2 van het BTW-wetboek.

Verder, stelt eiseres dat er ten onrechte in voornoemde inregelstelling werd vermeld dat er een controle is geschied te …, …, nu volgens haar aldaar geen controle zou geschied zijn, doch dit is een loutere bewering, waarvan zij niet het minste bewijs levert.

OM DE REDENEN

Dispositif

DE RECHTBANK

rechtdoende op tegenspraak,

alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

N. V. P. W.