Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 30 juin 2004

Rechercher
Texte en néerlandais

Poursuite, instance, droits et privilèges du TrésorTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-anvers-2004-06-30-8206

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
30 juin 2004

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

36 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 30.06.2004

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op dertig juni tweeduizend en vier in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : A.R. Nr. 03/6353/A

BVBA A. W., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met zetel gevestigd te …, ….

Eisende partij

- verschijnende bij meester K. C., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Invorderingen sector BTW, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op benaarstiging van de Heer Gewestelijke Directeur der Belasting over de Toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Frankrijklei 73.

verwerende partij

- verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 14 oktober 2003,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 23 juni 2004.


De vordering strekt ertoe de bestreden beslissing van 23 juli 2003, betreffende het afwijzen van het verzoek tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van boetes en intresten voor de achterstand in betaling van de BTW, te vernietigen, dienvolgens over te gaan tot kwijtschelding van de opgelopen boetes en bij toepassing van de uitzonderingsmaatregel waarin artikel 84bis W.BTW voorziet over te gaan tot vrijstelling van intresten, minstens de opgelegde boetes te verminderen tot onder het wettelijk voorziene barema, en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

Beoordeling

Vanaf 1999 heeft eiseres stelselmatig nagelaten de verschuldigde BTW tijdig door te storten aan de administratie.

In deze omstandigheid is de rechtbank van oordeel dat :

- de boetes in redelijke verhouding staan met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten zodat er dan ook geen enkele reden is om deze boetes geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden, dan wel te verminderen,

- er geen enkele reden is om de van rechtswege verschuldigde intresten geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden, dan wel vrij te stellen.

Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Krachtens artikel 92bis W.BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.

Dispositif

OM DIE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

N. D. P. W.