Paiement de l'impôt, disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 15 octobre 2008

Rechercher
Texte en néerlandais

Paiement de l'impôt, disposition pénale, amende administrative, poursuite, instanceTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-disposition-penale-amende-tribunal-anvers-2008-10-15-4877

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
15 octobre 2008

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

72 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 15.10.2008

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op vijftien oktober tweeduizend en acht in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., griffier.

In zake : A.R. Nr. 06/4928/A

NV C. B., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester E. G. en meester J. G., advocaten, beiden kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

A. Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1030 Brussel, Koning Albert II laan 33,

B. Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met burelen gevestigd te Brussel, Invordering-Sector BTW, vertegenwoordigd door de eerstaanwezend inspecteur (rekenplichtige) van het BTW-ontvangkantoor te Antwerpen 1, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester L. A., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder P. D'H. te … (…) op 11 juli 2006 voor wat betreft verwerende partij sub A en betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder M. B. in vervanging van gerechtsdeurwaarder E. S. te … op 11 juli 2006 voor wat betreft verwerende partij sub B,

- de beschikking verIeend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 30 november 2007,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 15 september 2008.


De vordering strekt ertoe het dwangbevel, uitgevaardigd op en uitvoerbaar verklaard op 28 juni 2006, van nul en generlei waarde te verklaren / te vernietigen, eiseres te ontslaan van alle in dit dwangbevel te haren laste gevorderde sommen en bedragen, verweerder te veroordelen tot de integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald, ingehouden en / of toegerekend op de sommen en bedragen vermeld in het dwangbevel, waarvan de vernietiging wordt gevorderd, alsook tot de betaling van de over de voormelde bedragen verschuldigde moratoire intresten en de kosten van het geding.

Relevante feiten

Eiseres heeft als scheepsagent op 15 augustus 2001 een vrachtlijst 126 laten valideren voor de plaatsing van twee containers onder regeling tijdelijke opslag; de inhoud van de containers werd daarbij omschreven als chilisaus en tomatensaus.

Bij controle van deze containers heeft de douane vastgesteld dat er achter de kartons chilisaus en tomatensaus zich flessen met alcohol bevonden.

Volgens de BTW-administratie moet de niet-aangifte van de flessen met alcohol als sluikinvoer worden aangemerkt waarvoor de Belgische BTW verschuldgd is; daarbij is eiseres - volgens de BTW-administratie - hoofdelijk gehouden tot het betalen van de verschuldigde BTW sommen.

Beoordeling

Betreffende de verjaring

Krachtens artikel 81bis, lid 3, 3° W.BTW is er, in afwijking van het eerste en tweede lid van dat artikel, verjaring na het verstrijken van het zevende kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan, wanneer bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België of dat er belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die daarop van toepassing zijn.

Te dezen heeft de controle van de douane geleid tot de vaststelling dat er achter de kartons chilisaus en tomatensaus zich flessen met alcohol bevonden die niet werden aangegeven, hetgeen een bewijskrachtig gegeven vormt waarvan de BTW-administratie kennis heeft gekregen, zodat de zevenjarige verjaringstermijn dan ook van toepassing is.

De voorafgaande kennisgeving, voorzien in artikel 84ter W.BTW, is niet vereist bij de toepassing van de verjaringstermijn van artikel 81bis, lid 3, 3° W.BTW, zoals te dezen.

Nu eiseres de vrachtlijst 126 op 15 augustus 2001 heeft laten valideren voor de plaatsing van twee containers onder regeling tijdelijke opslag en het dwangbevel op 28 juni 2006 werd uitgevaardigd, is er geen sprake van verjaring.

Betreffende het begrip "aangever" als bedoeld in artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992

Krachtens artikel 52, lid2 W.BTW wijst de Koning aan op wiens naam de ter zake van invoer verschuldigde belasting mag of moet worden voldaan, en wie voor deze voldoening aansprakelijk is, hetgeen hij deed in artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de BTW.

Krachtens voornoemd artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 zijn de geadresseerde, de aangever, diens lastgever, de aangever inzake communautair douanevervoer evenals ieder ander persoon gehouden tot voldoening van de invoerrechten, hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, ook al zijn de goederen om welke reden ook niet aan invoerrechten onderworpen.

Het wordt niet betwist dat eiseres als titularis is opgetreden van de als summiere aangifte geldende vrachtlijst 126 voor de plaatsing van twee containers onder regeling tijdelijke opslag.

Volgens eiseres moet het begrip "aangever" van voornoemd artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 uitgelegd worden overeenkomstig het Communautair Douanewetboek (afgekort CDW) en kan zij alsdan niet worden aangemerkt als "aangever”.

Volgens de BTW administratie daarentegen moet het begrip "aangever" van voornoemd artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 uitgelegd worden overeenkomstig de reglementering die de invoer van goederen regelt op het stuk van de BTW en moet de titularis van de vrachtlijst 126, zijnde eiseres, als aangever worden aangemerkt.

Aangezien de BTW wetgeving geen omschrijving geeft van het begrip "aangever", dient de omschrijving uit de douanewetgeving te worden gehanteerd, te meer nu artikel 1 van voornoemd KB nr. 7 van 29 december 1992 bepaalt dat voor niet-communautaire goederen, zoals te dezen, de douanereglementering geldt, onder meer wat betreft de verplichting die goederen aan te geven en de wijze waarop die aangifte moet worden gedaan en hetzelfde geldt wanneer de goederen, na bij de douane te zijn aangebracht, overeenkomstig de douanewetgeving onder een regeling van tijdelijke opslag worden geplaatst

Aangezien :

- artikel 4,18) CDW "aangever" omschrijft als de persoon die in eigen naam een douaneaangifte doet of de persoon in wiens naam een douaneaangifte wordt gedaan,

- artikel 4, 17) CDW "douaneaangifte" omschrijft als handeling waarbij een persoon, in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, het voornemen kenbaar maakt goederen onder een bepaalde douaneregeling te plaatsen,

- artikel 14, 16) CDW de verschillende douaneregelingen exhaustif opsomt en de tijdelijke opslag hierbij niet vermeld wordt,

kan eiseres, die een aangifte deed tot tijdelijke opslag, niet aangemerkt worden als een "aangever" in de zin van artikel 4,18) CDW en aldus evenmin in de zin van artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992.

Betreffende het begrip "persoon gehouden tot voldoening van de invoerrechten" als bedoeld in artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992

Krachtens artikel 202.3 CDW wordt de persoon, die de goederen bij invoer op onregelmatige wijze heeft binnengebracht, aangemerkt als douaneschuldenaar.

Eiseres heeft de flessen alcohol in de vrachtlijst 126 onder een onjuiste benaming aangegeven, namelijk chilisaus en tomatensaus, zodat zij de goederen op onregelmatige wijze heeft binnengebracht en zij aldus douaneschuldenaar is.

Aangezien eiseres douaneschuldenaar is, is zij in beginsel gehouden tot voldoening van de invoerrechten.

Krachtens voornoemd artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 is, ieder ander persoon gehouden tot voldoening van de invoerrechten, hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, ook al zijn de goederen om welke reden ook niet aan invoerrechten onderworpen.

Niettegenstaande de douaneschuld is tenietgegaan door de verbeurdverklaring van de goederen (artikel 233, d) CDW) en de goederen aldus niet aan invoerrechten werden onderworpen, blijft eiseres, die in beginsel gehouden was tot voldoening van de invoerrechten, hoofdelijk gehouden tot voldoening van de BTW gelet op de zinsnede "ook al zijn de goederen om welke reden ook niet aan invoerrechten onderworpen" in voornoemd artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992.

Verder dient te worden opgemerkt dat uit geen enkele wettelijke bepaling volgt dat de verbeurdverklaring van de goederen ook het tenietgaan van de BTW schuld inhoudt.

Betreffende de schending van het rechtszekerheids- en het evenredigheidsbeginsel

Er is geen sprake van dat het rechtszekerheids- en / of het evenredigheidsbeginsel werd geschonden.

Betreffende de geldboete van 200 %

Gezien achter kartons chilisaus en tomatensaus flessen met alcohol werden verstopt, staat het ontegensprekelijk vast dat er overtredingen werden begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken zodat de geldboete van 200 % niet kan worden verminderd.

Krachtens artikel 70, § 1, lid 2 W.BTW is de geldboete van 200 % verschuldigd individueel door ieder die krachtens de artikelen 51, §§ 1, 2 en 4, 51bis, 52, 53, 53ter, 53nonies, 54, 55 en 58, of krachtens de ter uitvoering ervan genomen besluiten, gehouden is tot voldoening van de belasting.

Aangezien eiseres - zoals hoger vermeld - krachtens voornoemd artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 gehouden is tot voldoening van de belasting, is zij eveneens gehouden tot voldoening van de geldboete van 200 % zelfs wanneer zij te goeder trouw is en noch rechtstreeks noch onrechtstreeks kennis had van deze sluikinvoer van alcohol.

Er is geen sprake van dat het rechtszekerheids- en / of het evenredigheidsbegihsel werd geschonden.

Betreffende de rechtsplegingsvergoeding

Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, zijn beide partijen in hun conclusies akkoord met een bedrag van … EUR.

Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Krachtens artikel 92bis W.BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op en door de rechtbank vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

N. D. P. W.

Textes cités

1
AR no 7 art. 810 occurrences