Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Anvers du 29.06.2010
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :
In zake : 2009/AR/502
L. BVBA, met zetel te …, …, met ondernemingsnummer …;
appelIante,
tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 19 december 2008;
vertegenwoordigd door Meester A. G., advocaat te … (…), …,
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, in de persoon van de heer Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen 3, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Meester A. V. L. d. J., advocaat te …, …;
Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 19 december 2008, waarvan geen betekening voorligt.
Gelet op het verzoekschrift in hoger beroep neergelegd ter griffie van dit Hof op 19 februari 2009, waarbij tijdig en naar de vorm geldig hoger beroep wordt ingesteld.
1. Voorafgaande feiten en procedure
Voorwerp van de betwisting.
De betwisting heeft betrekking op de aftrek van de BTW op twee facturen :
- factuur nr. 04/60/0172 d.d. 30.06.2004 van NV N.
B.-L. G. t.b.v. … EUR; De omschrijving van de factuur is :
"Hiermee belasten wij Uw rekening voor geleverde prestaties van de heer P. V. over het 1e halfjaar 2004."
- factuur d.d. 10/09/2004 van Garage R. NV voor de aankoop van een voertuig VW TOUAREG.
2. Dwangbevel.
Het dwangbevel, uitgevaardigd op 8 november 2006, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 13 november 2006, werd samen met het proces-verbaal van 30 november 2005 ter kennis gebracht van de BVBA L. per aangetekend schrijven d.d. 24/11/2006 ter invordering van de volgende bedragen :
- als belasting over de toegevoegde waarde : … EUR
- als geldboete (saldo) : … EUR
- als verlopen intresten (bijkomend) : … EUR
Het bedrag van … EUR is als volgt samengesteld :
- … EUR : 50% van de BTW op factuur 09/60/0244 d.d. 10/09/2004 van garage R. NV
- … EUR : BTW op factuur 04/60/0172 d.d. 30/06/2004 van NV B.-L. G..
3. Procedure voor de eerste rechter.
De vordering van appellante, zoals verwoord in het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie op 9 februari 2007 strekt ertoe :
- het dwangbevel (Reg 127/3670) uitgevaardigd op 8 november 2006 en uitvoerbaar verklaard op 13 november 2006 nietig, minstens ongegrond te verklaren en te zeggen voor recht dat de in het dwangbevel gevorderde bedragen door appellante niet verschuldigd zijn;
- de terugbetaling te bevelen van alle bedragen die op grond van het aldus vernietigde dwangbevel werden betaald of ingehouden, namelijk inhouding na schuldvergelijking van een bedrag van … EUR en inhoudingen, geldend als bewarend beslag onder derden, met betrekking tot teruggaven inzake BTW van de bedragen van … EUR en … EUR, bedragen te vermeerderen met de wettelijke moratoriumintresten; voor zoveel als nodig te zeggen voor recht dat geïntimeerde handlichting dient te verlenen van de bewarende beslagen en dat het te vellen vonnis geldt als bevel en titel tot handlichting van deze bewarende beslagen onder derden;
- te zeggen voor recht dat ten onrechte aan appellante een geldboete werd opgelegd;
- in ondergeschikte orde de opgelegde geldboete kwijt te schelden.
4. De eerste rechter verklaart de vordering van appellante ontvankelijk doch ongegrond.
De eerste rechter overweegt dat uit geen enkel objectief element kan afgeleid worden dat appellante ooit de bedoeling heeft gehad het voertuig Volkswagen Touareg te gebruiken voor haar economische activiteiten, zodat zij omtrent deze factuur in haar bewijslast faalt.
Daarenboven blijkt uit geen enkel objectief element dat de gefactureerde prestaties door de heer V., NV N. B.-L. G., daadwerkelijk werden uitgevoerd voor de economische activiteiten van appellante, zodat zij dan ook in haar bewijslast faalt;
Het recht op aftrek werd volgens de eerste rechter terecht verworpen door de administratie;
5. Procedure voor het hof van beroep.
Het hoger beroep van appellante strekt ertoe het bestreden vonnis te horen te niet doen en de oorspronkelijke vordering van appellante ontvankelijk en gegrond te verklaren.
Voor zoveel als nodig te zeggen voor recht dat geïntimeerde handlichting dient te verlenen van de bewarende beslagen en dat het te vellen arrest geldt als bevel en titel tot handlichting van deze bewarende beslagen onder derden.
Te zeggen voor recht dat ten onrechte aan de BVBA L. een geldboete werd opgelegd.
In ondergeschikte orde : alleszins de door de BTW-administratie aan de BVBA L. opgelegde boete kwijt te schelden.
Geïntimeerde concludeert tot de bevestiging van het bestreden vonnis.
6. Bespreking
Appellante voert aan dat in tegenstelling tot de stelling van de BTW-administratie, daarin ten onrechte gevolgd door de eerste rechter, de BVBA L. zich wel degelijk in de vereiste voorwaarden bevond om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen, en het bewijs wordt geleverd dat de kwestieuze goederen en diensten waarvoor BTW-aftrek wordt toegepast wel degelijk bestemd zijn voor economische activiteiten die onderworpen zijn aan de BTW.
Appellante vordert in ondergeschikte orde tevens de kwijtschelding van de opgelegde boete, om reden dat het louter in rechte betwisten van een overheidsbeslissing middels de daartoe voorziene gerechtelijke procedures, geen aanleiding mag geven tot verhogingen door toepassing van boetes.
7. De BVBA L., is sinds 1 februari 1986 geregistreerd als BTW-belastingplichtige met als activiteit "adviesbureau op het gebied van bedrijfsvoering en beheer". Appellante is onderworpen aan de normale BTW-regeling en diende voor de gecontroleerde periode maandaangiften in.
De heer R., verificateur bij de FOD Financiën (BTW-controlekantoor Schoten) voerde een controle van de boekhouding van appellante uit voor de periode van 1 januari 2003 tot en met 30 september 2004.
Naar aanleiding van deze controle werden een aantal inbreuken op de toepassing van de BTW-wetgeving en reglementering vastgesteld die werden opgenomen in het proces-verbaal van 30 november 2005.
De administratie stelt dat zij twee inbreuken heeft vastgesteld op de aftrekregeling ten aanzien van goederen en/of diensten die gedeeltelijk of geheel bestemd zijn voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van een economische activiteit :
- aftrek van de BTW op de factuur d.d. 30.06.2004 van NV N. B.–L. G.;
- aftrek van de BTW op factuur 09/60/0244 d.d. 10.09.2004 van garage R. NV
8. Op grond van art. 45, § 1 W.BTW en van art. 1, § 2 KB nr. 3 van 10.12.1969, gewijzigd bij K.B. van 29.12.1992, komt in geen geval voor aftrek in aanmerking, de BTW geheven op de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit. Wanneer een goed of een dienst bestemd is om gedeeltelijk voor zulke doeleinden te worden gebruikt, is het recht op aftrek naar verhouding van dat gebruik uitgesloten.
De administratie houdt voor dat de BTW geheven op de hogervermelde facturen ten onrechte geheel of gedeeltelijk in aftrek werden gebracht, aangezien die goederen en/of diensten volledig bestemd waren voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van een economische activiteit.
9. Factuur van de NV N. B.-L. G. :
Deze factuur werd opgesteld door een vennootschap, die op hetzelfde adres is gevestigd als appellante en de omschrijving op de factuur luidt als volgt :
"Hiermee belasten wij Uw rekening voor geleverde prestaties van de heer P. V. over het 1ste halfjaar 2004."
Deze factuur zou betrekking hebben op de beroepsmatige verplaatsingen die de heer P. V., als chauffeur, in dienst van de NV N. B.-L. G. zou gemaakt hebben tijdens de eerste helft van 2004 in opdracht van de zaakvoerder van appellante, de heer M..
De factuur bevat geen enkele verwijzing naar de aard van de geleverde dienstprestaties. Buiten de loutere verklaring van de heer V. van 8 juli 2005, die nogmaals herhaald wordt in dezelfde bewoordingen op 29 januari 2009 met een lijst van verplaatsingen, die pas kon voorgelegd worden in februari 2009 wordt de aard van de prestaties niet aangetoond.
De factuur bevat niet de gegevens die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en de verstrekte diensten en hun hoeveelheid, alsook het voorwerp van de diensten, zoals voorzien in art. 5, § 1, 6° van het KB nummer 1 van 29 december 1992.
Appellante legt voor het eerst in hoger beroep een aantal stukken voor van vergaderingen en overeenkomsten, die de heren M. in de betreffende periode hebben bijgewoond en afgesloten. Dit geeft geen enkele informatie omtrent de prestaties van de heer V. als chauffeur, die in vast dienstverband is van de NV B.-L. G. met een vast dienstrooster en niet met flexibele uren als chauffeur. Er worden bovendien geen notities met gepresteerde uren en ritten voorgelegd, die de "geleverde prestaties" kunnen bewijzen.
10. Factuur d.d. 10.09.204 van garage R. NV
Appellante blijft in gebreke aan te tonen dat het voertuig VW Touareg in 2004 aangekocht bij Garage R. gebruikt werd voor het verrichten van belastbare handelingen. Appellante legt geen enkel gegeven voor wanneer het voertuig werd gebruikt en voor welke reis het werd gebruikt. Appellante dient aan te tonen dat het voertuig VW Touareg en niet één van de twee andere voertuigen, die werden aangekocht, gebruikt werd voor het verrichten van belastbare handelingen. De chauffeur V. die in de 2de helft van 2004 nog prestaties zou hebben geleverd maar waarvoor geen factuur noch een afrekening wordt voorgelegd, zou met de Touareg hebben gereden, volgens zijn verklaring. De bewijswaarde van deze verklaring is nihil.
Appellante levert zelf het bewijs dat de twee personeelsleden, geen gebruik maakten van de VW Touareg in het kader van hun professionele activiteiten voor de BVBA L..
Bij gebrek aan enig bewijs van beroepsmatig gebruik van het voertuig, heeft de administratie terecht vastgesteld dat de aftrek van de BTW geheven op de aankoop van de VW Touareg terecht verworpen werd.
11. Het Hof is het met de eerste rechter eens dat de opgelegde boete van 10 % wettelijk is, voldoende gemotiveerd en in redelijke verhouding met de gepleegde inbreuk en de ernst van de feiten.
Het hoger beroep is ontvankelijk doch ongegrond.
Het bestreden vonnis dient te worden bevestigd.
12. De rechtsplegingsvergoeding
Partijen zijn het erover eens dat de rechtsplegingsvergoeding, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep moet worden vastgesteld overeenkomstig de wet van 21 april 2007, uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007 en dat het een niet in geld waardeerbare vordering betreft. Er wordt niet betwist dat het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding aldus … EUR bedraagt en er is geen reden om van dit basisbedrag af te wijken.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
HET HOF,
Recht doende op tegenspraak;
Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.
Bevestigt het bestreden vonnis.
Verwijst appellante in de gedingkosten in hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde begroot op … EUR (rechtsplegingsvergoeding).
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van NEGENENTWINTIG JUNI TWEEDUIZENDENTIEN,
waar aanwezIg waren :
D. W., Raadsheer wd. Voorzitter;
M. D. en S. B., Raadsheren;
A. V. L., Griffier.
A. V. L. S. B. M. D. D. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.