Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 05.04.2011
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Hof van beroep te Gent, 5be kamer - terechtzitting van 05-04-2011
Na tussenarrest d.d. 23.12.2008
Nr. 2007/AR/2675
in de zaak van :
E. C. BVBA, met maatschappelijke zetel te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,
appellante van een vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, d.d. 10.9.2007,
ter terechtzitting van 8 maart 2011 niet verschijnend - arrest op tegenspraak gewezen in toepassing van art. 747, § 2 Ger. W.
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het derde BTW-controlekantoor te Brugge en van de e.a. Inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Brugge, beiden met kantoor te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4,
geïntimeerde,
hebbende als raadsman mr. V. D. P. J., advocaat te …, …
spreekt het Hof het volgend arrest uit :
1. De procedure voor het Hof
Het Hof verwijst naar zijn tussenarrest van 23 december 2008 waarin het besloot om de volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie :
Moet een cabine die bestaat uit een afsluitbare ruimte waar plaats is voor slechts 1 persoon en waarin deze persoon op een televisiescherm films kan bekijken tegen betaling waarbij deze persoon de filmprojectie zelf op gang brengt door middel van een geldinworp en keuze heeft uit verschillende films en tijdens de betaalde tijd de keuze van de geprojecteerde film voortdurend kan wijzigen, beschouwd worden als een 'bioscoop' zoals bedoeld in de zesde BTW-richtlijn nr. 77/388/EEG van de raad van 17 mei 1977, bijlage H, categorie 7 (ondertussen : Bijlage III, nr. 7 van richtlijn-2006/112/EG-van de Raad van 28-november..2006) ?
Bij arrest van 18 maart 2010 heeft de achtste kamer van het Hof van Justitie van de Europese Unie als volgt uitspraak gedaan over die gestelde vraag (zaak C-3-09) :
Het begrip verlenen van toegang tot een bioscoop in bijlage H, categorie 7, eerste alinea, bij de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/4/EG van de Raad van 19 januari 2001, moet aldus worden uitgelegd dat het geen betrekking heeft op de betaling door een consument om individueel een of meer films of nog filmfragmenten te kunnen bekijken in een afgesloten ruimte als de cabines in het hoofdgeding.
Op verzoek van de geïntimeerde werd de zaak in staat gesteld.
De partijen hebben hun middelen en besluiten kunnen voordragen in de openbare terechtzitting van 8 maart 2011, waarop zij allen regelmatig uitgenodigd waren. Alleen de geïntimeerde is op die terechtzitting verschenen, terwijl de appellante niet verscheen, noch vertegenwoordigd was. De geïntimeerde heeft tegen de appellante arrest op tegenspraak met toepassing van artikel 747, § 2 Ger. W. gevraagd. Daarna nam het Hof de zaak in beraad.
Het Hof heeft de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken nageleefd.
2. De relevante feiten en de voorafgaande procedure
Het Hof verwijst daaromtrent naar zijn hoger vermeld tussenarrest van 23 december 2008.
3. De grieven, vorderingen en standpunten van de partijen
3.1. Stelling van de appellante
De appellante heeft na het arrest van het Hof van Justitie geen conclusie meer neergelegd en is niet meer verschenen, zoals hoger vermeld. Er kan verwezen worden naar het hoger vermelde tussenarrest.
3.2. Stelling van de geïntimeerde
De geïntimeerde verwijst naar het hoger genoemde arrest van het Hof van Justitie en leidt er uit af dat de vordering van de appellante en dus haar hoger beroep ongegrond is.
4. Beoordeling
4.0.
Met toepassing van artikel 747, § 2, 5de lid, laatste zin, is dit een arrest op tegenspraak.
4.1.
De stelling van de appellante is gebaseerd op de veronderstelling dat, ongeacht het aantal zitplaatsen, de aard van de vertoonde films of de techniek van de filmvertoning, de cabines waarin de klanten naar films van hun keuze kunnen kijken, moeten beschouwd worden als een bioscoop; haar cabines zouden daarom vallen onder het begrip 'inrichting voor cultuur, sport of vermaak' als bedoeld in KB nr. 20 van 20 juli 1970, bijlage, tabel A, rubriek XXVIII en dus aan het verlaagd tarief van 6 % zijn onderworpen.
Gelet op de hoger vermelde interpretatie door het Hof van Justitie, kan die stelling niet worden bijgetreden. De cabines waarin de films door haar vertoond worden, vallen niet onder het begrip bioscoop zodat zij geen inrichting exploiteert 'voor cultuur, sport of vermaak' als bedoeld in KB nr. 20 van 20 juli 1970, bijlage, tabel A, rubriek XXVIII. De vordering van de appellante is dus ongegrond; het bestreden vonnis moet worden bevestigd.
5. De gerechtskosten
De appellante wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de gerechtskosten van het hoger beroep dragen.
Overeenkomstig het eerste lid van artikel 1022 Ger. W., vervangen bij wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, heeft slechts de partij die in het gelijk gesteld wordt recht op een rechtsplegingsvergoeding. Voor de vaststelling van die rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig artikel 1022 Ger. W., uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007, moet, bij gebrek aan redenen tot afwijking ervan, het basisbedrag gehanteerd worden.
Vermits de waarde van de vorderingen, bepaald zoals voorzien in de artikelen 557 tot 562 en artikel 618 Ger. W. zich in de schijf van 40.000,01 tot 60.000,00 euro bevindt, is het basisbedrag van … euro toepasselijk.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
HET HOF,
recht doende op tegenspraak;
wijst het hoger beroep af als ongegrond; bevestigt het bestreden vonnis;
veroordeelt de appellante tot het betalen van de gerechtskosten van het hoger beroep, vastgesteld als volgt :
- aan de kant van de appellante : nihil
- aan de kant van de geïntimeerde :
• rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : … EUR.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer bis, recht doende in fiscale zaken, op VIJF APRIL TWEEDUIZEND EN ELF.
Aanwezig de Heren :
D. V., Raadsheer, waarnemend voorzitter, alleenrechtsprekend,
M. V., griffier.
M. V. D. V.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.