Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Corps de la décision
Jugement du Tribunal de Première Instance de Gand dd. 21.12.2000
Impôt personnes physiques - IPP - TVA - Accord individuel - Mandat
Le litige porte en l'espèce sur la validité des accords conclus le 17 décembre 1999 avec l'Administration des Contributions directes et celle de la TVA par le comptable mandaté par les requérants et, plus spécifiquement, sur la portée du mandat du 15 avril 1995, par lequel les requérants chargent le comptable N. de remplir et signer en leur lieu et place toutes les formalités fiscales (déclarations TVA et Contributions directes). Selon les requérants, les termes de ce mandat sont d'interprétation restrictive et ne recouvrent pas la conclusion d'un accord individuel. Ce faisant, fait observer le Tribunal, les requérants perdent toutefois de vue le fait que, par le passé et sur la base du même mandat, leur comptable avait déjà conclu des accords dont la validité n'avait jamais été mise en cause par la suite. Le fisc avait donc légitimement pu croire que ce comptable était toujours fondé à signer les accords conclus le 17 décembre 1999 sur la base du même mandat. Les requérants soutiennent en outre dans leur requête qu'ils acceptent certaines parties des accords du 17 décembre 1999. On ne peut qu'en déduire, poursuit le Tribunal, qu'ils ne contestent pas tant le défaut de mandat que l'importance des sommes qui leur sont réclamées. Enfin, il n'y a pas lieu de réduire le montant des amendes appliquées, dès lors que les requérants ne font valoir aucun argument de nature à s'écarter des calculs effectués par le fisc, qui sont parfaitement légaux et opportuns. Le Tribunal déclare donc le recours des requérants non fondé.
Twaalfde burgerlijke kamer
Voorzitter: Dhr. R. Tack
Rechters: Dhr. J. De Backer, Dhr. M. Van Den Bossche
Griffier: Dhr. R. De Coninck
Partij: De Troyer Hugo en Ruysbergh Oda t. De Belgische Staat
Rolnr.: 0/3434/A
De rechtbank houdt rekening met volgende documenten:
1. het inleidend verzoekschrift op tegenspraak van eisers, neergelegd op 9 november 2000 tegen de beslissing van de gewestelijke directeur der directe belastingen te Gent van 10 augustus 2000 en tegen de regularisatieopgave inzake BTW van 17 december 1999.
1
De vordering
De vordering van eisers strekt ertoe:
- de bijkomende aanslagen in de personenbelasting voor de aanslagjaren 1996 tot 1998 te vernietigen voor wat betreft de omzetverhogingen, de toekenning aan de medewerkende echtgenote en de belastingverhogingen van 20% en de toekenning aan de medewerkende echtgenote te bepalen op 50%;
- de bijkomende aanslag in de personenbelasting voor het aanslagjaar 1999 te vernietigen voor wat betreft de omzetverhoging en de toekenning aan de medewerkende echtgenote en deze laatste te bepalen op 50%;
- verweerster te veroordelen tot terugbetaling aan eisers van de betaalde niet verschuldigde belasting;
- de nagevorderde BTW ten belope van 241.500 frank op de omzetverhogingen voor de jaren 1995 tot 1998 voor niet verschuldigd te verklaren en verweerster te veroordelen tot terugbetaling van deze BTW, evenals de berekende intresten en de boete
- verweerster te veroordelen tot de kosten van het geding.
2
Feiten, retro-akten en standpunt van de partijen
Dhr. D. baat samen met zijn echtgenote een café uit.
Een controle door de A.O.I.F. eind 1999 leidde voor de aanslagjaren 1996 tot 1999 enerzijds (behalve voor Aj 1999) tot een verhoging van de roerende inkomsten en een wijziging van de opdeling van het KI eigen woonhuis, beroepsmatig en privé verhuurd en anderzijds tot de vaststelling van niet aangegeven aankopen.
Als gevolg hiervan werden door de boekhouder als gevolmachtigde van eisers op 17.12.1999 voor de verschillende aanslagjaren een akkoordverklaring ondertekend. Op basis van deze akkoorden werden door de administratie der directe belastingen bijkomende aanslagen gevestigd voor Aj 1996, 1997, 1998, 1999.
Tegen deze aanslagen hebben eisers bezwaar aangetekend op 26.5.2000, 5.6.2000, 6.6.2000 stellende dat de akkoorden niet geldig zijn omdat zij namens eisers werden afgesloten door iemand die daar niet toe bevoegd was. Dit werd door de fiscus betwist.
Door de boekhouder werd als gevolmachtigde op 17.12.1999 eveneens een regularisatieopgave inzake BTW ondertekend, wat leidde tot een navordering van BTW.
Ook hiertegen werd bezwaar aangetekend.
Eisers aanvaarden voor de Aj 1996 tot 1998 de verhoging van de roerende inkomsten en de wijziging van de opdeling van het KI eigen woonhuis, beroepsmatig en privé verhuurd. Tegen de verwerping van aftrekbare BTW voor een bedrag van 21.319 frank verzetten zij zich evenmin. Zij zouden daar ook mee akkoord gegaan zijn, hadden ze de individuele akkoorden van 17.12.1999 zelf afgesloten.
Eisers gaan thans in beroep.
3
Bespreking
1. Het geschil betreft de geldigheid van de akkoorden afgesloten op 17.12.1999 met de Administratie der directe belastingen en de BTW door de boekhouder als gevolmachtigde van eisers, meer specifiek de draagwijdte van de volmacht d.d. 15.4.1995.
Over feiten kunnen akkoorden gesloten worden met de fiscus. Deze overeenkomsten zijn onderworpen aan de gewone civielrechtelijke regels. Het akkoord moet niet noodzakelijkerwijze worden gesloten door de belastingplichtige zelf. Hij kan hiervoor een lasthebber aanduiden b.v. een boekhouder.
Eisers betwisten niet dat in het permanent dossier van de fiscus een door hen beiden op 15.4.1995 ondertekende volmacht berust waaruit blijkt dat aan boekhouder N. volmacht gegeven wordt ' om in mijn plaats alle belastingformaliteiten te vervullen en te naamtekenen (BTW aangiften en Directe Belasting)'.
Eisers stellen thans dat de bewoordingen van deze volmacht restrictief moeten geïnterpreteerd worden en het aangaan van een individueel akkoord hier niet onder valt.
Eisers gaan hiermee evenwel voorbij aan het feit dat in onderhavig geval de boekhouder in het verleden op basis van diezelfde volmacht reeds akkoorden heeft afgesloten waarvan de geldigheid achteraf nooit werd betwist zodat de fiscus er terecht mocht op vertrouwen dat de boekhouder op 17.12.1999 op basis van diezelfde volmacht de akkoorden kon ondertekenen.
Immers de boekhouder heeft, in zijn functie van gevolmachtigde, het onderzoek gevoerd op 27.4.1998 over de inkomsten van 1996 en 1997. Voor beide jaren werd door hem een akkoord getekend op 27.4.1998. Voor het Aj 1997 werd nadien een tweede supplement, toegevoegd, zodat gevolmachtigde op 30.4.1998 een nieuw akkoord ondertekende. Deze akkoorden gaven aanleiding tot een bijkomende aanslag waarvan de geldigheid door eisers nooit werd betwist. Deze volmacht d.d. 15.4.1995 werd voor 17.12.1999 ook nooit ingetrokken of beperkt.
Bovendien stellen eisers in het verzoekschrift dat zij bepaalde deelaspecten van het akkoord van 17.12.1999 wel aanvaarden waaruit enkel kan afgeleid worden dat eisers niet zozeer het gebrek aan volmacht betwisten doch de hoegrootheid van de gevorderde bedragen.
2. Er bestaat geen aanleiding om de boeten te herleiden nu eisers geen argumentatie naar voor brengen om van de berekening van de fiscus af te wijken en deze volkomen wettelijk en opportuun zijn.
3. De grief als zouden geen geldige akkoorden zijn afgesloten, zodat de aanslagen, bij gebrek aan een bericht van wijziging dienen nietig te worden verklaard is derhalve niet gegrond.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op verstek,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd,
Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend,
Verklaart het beroep ontvankelijk en ongegrond,
Veroordeelt eisers tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt:
aan de zijde van eisers:
- uitgavenvergoeding: 2150 frank
- rechtsplegingsvergoeding: 12.900 frank
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.