Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 15.11.2000
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijftien november tweeduizend in openbare zitting van de tweede F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :
P. W., enig rechter,
G. G., griffier.
Inzake : AR nr. 99/1071/A
1) D. C. J., advocaat, kantoorhoudende te …, …, en,
2) V. C. J., advocaat, kantoorhoudende te …, …, beiden handelend in hun hoedanigheid van curator over het faillissement van de BVBA A. Wild en Gevogelte, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met BTW-nummer …, met maatschappelijke zetel en uitbatingszetel gevestigd te …, …, ambt waartoe zij werden aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te …, tweede kamer, op 9 november 1999 (AR A/99/4001 ),
eisende partijen,
niet verschijnend, noch iemand voor hen.
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige-ontvanger van het Eerste BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4,
verwerende partij,
verschijnende bij Meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder G. L. te … op 12 februari 1999;
- de besluiten voor verwerende partij.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gehoord verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 18 oktober 2009,
Overwegende dat eisende partijen, alhoewel behoorlijk in kennis gesteld van de rechtsdag overeenkomstig artikel 751 Ger. W. niet zijn verschenen, noch iemand voor hen,
dat toepassing van artikel 751 Ger. W. lastens hen werd gevorderd en verleend.
De vordering strekt ertoe het verzet tegen het dwangbevel, uitgevaardigd op 12 augustus 1998 en ter kennis gebracht aan BVBA A. Wild en Gevogelte bij aangetekende brief van 24 september 1998, ontvankelijk en gegrond te verklaren, dienvolgens te horen zeggen voor recht dat op de factuur van 10 juni 1997 uitgereikt door de BVBA Pluimveeslachterij A. en gericht aan BVBA A. Wild en Gevogelte, terecht BTW werd gerekend.
Ondergeschikt strekt de vordering ertoe de opgelegde boete te herleiden als naar recht.
Verweerder te horen veroordelen tot de kosten van het geding.
Relevante feiten
Op 10 juni 1997 werd door de BVBA Pluimveeslachterij A. een factuur uit gereikt aan BVBA A. Wild en Gevogelte voor een bedrag van 31.000.000 BEF+ 6.510.000 BEF BTW voor de verkoop van een gebouw, inrichting, machines meubilair en kantoormateriaal.
Op 24 juni 1997 werd de BVBA Pluimveeslachterij A. failliet verklaard zon der dat zij aangifte en betaling deed van de BTW in verband met voornoemde factuur.
Volgens een proces-verbaal van 11 september 1997 blijkt dat de activiteiten van de gefailleerde BVBA Pluimveeslachterij A. gewoon werden verder gezet door BVBA A. Wild en Gevogelte.
Verder blijkt dat BVBA A. Wild en Gevogelte de gebouwen, de investeringen, de voorraad en het cliënteel heeft overgenomen van de gefailleerde BVBA Pluimveeslachterij A..
Na een BTW-controle op 28 augustus 1997 werd in een proces-verbaal van 23 juli 1998 vastgesteld dat de factur van 10 juni 1997 kadert in de overdracht van een algemeenheid van goederen zodat BVBA A. Wild en Gevogelte de BTW hierop dan ook niet in aftrek kon brengen en dit bedrag dan ook diende terug te storten.
Bij gebreke aan regeling werd op 12 augustus 1998 een dwangbevel uitgevaardigd dat bij aangetekende brief van 24 september 1998 ter kennis werd gebracht van BVBA A. Wild en Gevogelte.
Op 9 november 1999 werd BVBA A. Wild en Gevogelte op bekentenis failliet.
Beoordeling
Niettegenstaande dat in de voornoemde factuur van 10 juni 1997 niet uitdrukkelijk werd bepaald dat ook de financiële vaste activa, de liquide middelen, de vorderingen en het passief werden overgedragen, blijkt uit de feitelijke gegevens onmiskenbaar dat de BVBA Pluimveeslachterij A. een algemeenheid van goederen heeft overgedragen aan BVBA A. Wild en Gevogelte.
Conform artikel 11 van het Wetboek van BTW wordt dergelijke overdracht niet als levering beschouwd en is zij derhalve niet onderworpen aan BTW zodat de BVBA Pluimveeslachterij A. BVBA A. Wild en Gevogelte dan ook ten onrechte gefactureerd beeft met BTW voor een bedrag van 6.510.000 BEF.
Opdat BVBA A. Wild en Gevogelte de belasting geheven van de aan haar geleverde goederen en verleende diensten zou mogen aftrekken, moet conform artikel 2 van het KB nummer 3 van 10 december 1969 het recht op aftrek van die belasting ontstaan zijn en ontstaat dit recht op aftrek op de datum waarop de belasting opeisbaar wordt krachtens de artikel 17 en 22 van het Wetboek van BTW.
Conform artikel 17, § 1, eerste lid van het Wetboek van BTW vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed plaatsvindt.
Nu de overdracht van een algemeenheid van goederen niet als levering wordt beschouwd en de BTW dan ook niet opeisbaar wordt, ontstaat bijgevolg voor BVBA A. Wild en Gevogelte evenmin het recht op aftrek van deze BTW.
Verder is er geen enkele reden om de opgelegde boete te herleiden.
Tot slot worden door partijen geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van huidig vonnis.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende bij vonnis dat overeenkomstig artikel 751 Ger. W. geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering van BVBA A. Wild en Gevogelte toelaatbaar, door ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt BVBA A. Wild en Gevogelte tot de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van verweerder begroot op 12.600 BEF rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 12.900 BEF, rechtsplegingsvergoeding.
G .G. P. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.