Exonération, opération intracommunautaire, exportation, importation, preuve, mesure de contrôle · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 24 novembre 2005

Rechercher
Texte en néerlandais

Exonération, opération intracommunautaire, exportation, importation, preuve, mesure de contrôleTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-operation-intracommunautaire-exportation-importation-tribunal-gand-2005-11-24-7483

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
24 novembre 2005

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

95 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 24.11.2005

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van Eerste aanleg te Gent, zesde kamer – openbare terechtzitting van 24 november 2005

Algemene rol nummer : 02/69/A

In de zaak van :

NV F.-D. IN VEREFFENING, met zetel te …, …,

eiseres,

voor wie optreedt meester F. V., advocaat te …, …,

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, met kantoren te 9520 Zottegem, G. Schockaertstraat 4,

verweerder,

voor wie optreedt meester E. V. A., advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

1. RECHTSPLEGING

Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 29.9.2005, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder de geding inleidende dagvaarding d.d. 31.12.2001,·het proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 9.9.2004, de onderscheiden conclusies van de partijen evenals de respectievelijke dossiers.

2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 15.10.2001, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 22.10.2001 en aan eiseres ter kennis gebracht op 24.10.2001.

Krachtens hogervermeld dwangbevel wordt aan eiseres bevel gegeven om te betalen :

- BTW : 26.145.058 frank ( 648.119,06 EUR)

- Geldboete ingevolge art. 70, § 1 W.BTW : 2.922.000 frank (72.434,49 EUR)

- Geldboete ingevolge art. 70, § 4, 1° lid W.BTW : 200.000 frank (4.957,87 EUR)

- Intresten krachtens art. 91, § 1 W.BTW berekend tot 20.10.2001 : 6.902.280 frank (171.103,05 EUR)

Totaal : 36.169.338 frank (896.614,47 EUR)

meer intresten;

De vordering zoals gelibelleerd in conclusies strekt er toe :

"alvorens recht te doen ten gronde, verweerder bij toepassing van art. 877 Ger. W. te bevelen de stukken over te leggen betreffende de IVK-staten die door concluante voor akkoord zouden zijn ondertekend.

Ten gronde de vordering van concluante ontvankelijk en gegrond te verklaren,

Dienvolgens, het bestreden dwangbevel op 15.10.2001 uitgevaardigd en op 22.10.2001 geviseerd en uitvoerbaar verklaard van nul en generlei waarde te verklaren;

Verweerster te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen vermeld in het bestreden dwangbevel;

Verweerster te veroordelen tot de kosten …”

3. FEITEN

Eiseres is een vennootschap wiens activiteit betrekking heeft op het slachten en versnijden van zeugen.

Op 15.12.1999 werd over de periode 1997 en 1998 een controle verricht in de kantoren van eiseres.

Op 18.5.2001 werd proces-verbaal opgesteld volgende inbreuken worden vastgesteld :

- Eiseres legt geen bewijs van intracommunautaire leveringen aan Spaanse medecontractanten voor waardoor een bedrag van 23.068.503 frank aan BTW in hoofdsom verschuldigd is. (art. 39bis W.BTW).

- Een nevenberekening brengt een omzettekort aan het licht waardoor 3.076.555 frank BTW verschuldigd is.

Op voormelde bedragen in hoofdsom wordt telkens een administratieve boete van 10 % toegepast.

De gegevens van het proces-verbaal werden overgenomen in het dwangbevel d.d. 15.10.2001.

Tegen voormeld dwangbevel werd verzet aangetekend.

4. BESPREKING

1. M.b.t. de onrechtmatige verificatie en de schending van art. 61, § 1 en 2 W.BTW.

Eiseres voert aan dat de BTW-ambtenaren eiseres verplichten om op actieve wijze stukken uit handen te geven, wat in strijd is met art. 61, § 1 W.BTW.

Art. 61, § 1W.BTW stelt : Eenieder is gehouden de boeken en stukken, die hij moet bewaren, op ieder verzoek van de BTW-ambtenaren, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen teneinde de juiste heffing van de BTW in zijnen hoofde of in hoofde van derden te kunnen nagaan.

Wanneer de boeken en stukken door middel van een geïnformatiseerd systeem worden gehouden, opgemaakt, uitgereikt, ontvangen of bewaard, hebben de ambtenaren het recht zich de op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage te doen voorleggen en om kopieën te laten maken onder de door hen gewenste vorm van het geheel of een deel van de voormelde gegevens, evenals om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om de juiste heffing van de BTW na te gaan.

Art.61, § 2 W.BTW stelt : De administratie heeft het recht om de voornoemde boeken en stukken alsmede de gemaakte kopieën tegen afgifte van een ontvangstbewijs te behouden telkens, wanneer zij menen dat de boeken, stukken of kopieën de verschuldigdheid van een BTW of geldboete in hoofde van de betrokkene of van derden aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen.

De rechtbank stelt: vast dat op 15.12.1999 een niet aangekondigd controlebezoek doorging bij eiseres. Uit stuk 1 en 14 van verweerder, opgemaakt op 15.12.1999 en ondertekend door D. B. blijkt dat alsdan met de uitdrukkelijke toestemming van eiseres een aantal documenten en diskettes met computergegevens door de ambtenaren werden meegenomen voor controle. Uit niets blijkt dat eiseres zich hiertegen verzette of dat eiseres haar toestemming hiertoe weigerde. Niets verzet zich dan ook tegen deze werkwijze.

Uit het proces verbaal van getuigenverhoor d.d. 9.9.2004 blijkt dat het onderzoeksteam niet zelf de kasten en laden heeft geopend maar telkens heeft verzocht om ze te openen en bepaalde stukken voor te leggen. Bovendien blijkt nergens dat eiseres op enig ogenblik heeft geweigerd de kasten en laden te openen en bepaalde stukken voor te leggen. In casu blijkt niet dat gebouwen of delen van gebouwen werden betreden die bestemd zijn voor privé-woonst zodat eiseres ten onrechte stelt dat de ambtenaren hun bij art. 63 W.BTW toegelaten controle van de beroepslokalen van eiseres te buiten gingen.

2. Betreffende het bewijs van intracommunautaire leveringen

Krachtens art. 39bis, lid 1, 1° W.BTW zijn de leveringen van goederen vrijgesteld van de belasting indien :

- De leveringen worden verricht door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2,

- De leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-Staat en die aldaar ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen,

- De leveringen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van de belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4,

- De goederen worden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap door de verkoper, de koper of voor hun rekening.

Artikel 39bis, lid 2 W.BTW heeft aan de Koning opgelegd, de beperkingen en voorwaarden te bepalen die voor de toepassing van deze vrijstelling moeten worden nageleefd, hetgeen hij deed bij KB nr. 52 van 29 december 1992.

Krachtens voornoemd KB nr. 52 :

1° zijn de in artikel 39bis van het wetboek bedoelde vrijstellingen afhankelijk van het bewijs dat de goederen verzonden of vervoerd, zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap (artikel 1),

2° is de in artikel 39bis, eerste lid, 1° van het wetboek bedoelde vrijstelling bovendien afhankelijk van het bewijs dat de levering geschiedt voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (artikel 2)

3° moet de verkoper, te dezen eiser, ten allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt; hij moet ze op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren overleggen. Die stukken zijn onder meer de contracten, bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken.

Bijgevolg heeft eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, de bewijslast en dient zij dan ook het bewijs te leveren dat zij voldoet aan alle voorwaarden van de vrijstelling, bij gebreke waaraan de belasting verschuldigd is.

De BTW-administratie moet zich door middel van een sluitend geheel van bewijselementen kunnen vergewissen van het feit dat de goederen werkelijk het grondgebied hebben verlaten en zijn aangekomen, in een andere lidstaat.

De reeks uitgaande facturen zonder BTW opgenomen in het proces-verbaal d.d. 18 mei 2001 betreffen enerzijds, leveringen van 819.042 kg. verse slachtafval aan SA A. P. gevestigd te … in de periode 1997 en 1998 en anderzijds leveringen van grote hoeveelheden bevroren vlees, allen gefactureerd tussen 23.12.1998 en 31.12.1998 aan SA S. te … met een gewicht van 6.765.720 kg.

Eiseres beweert te goeder trouw, bij toepassing van art. 39bis W.BTW aan de twee Spaanse medecontractanten te hebben geleverd.

De rechtbank stelt vast dat eiseres, ondanks herhaalde vragen hieromtrent, niet het minste document (bestelbons, vervoerfacturen, vervoerbewijzen, betalingsstukken, contracten, enz.) voorlegt dat deze bewering van intracommunautaire levering staaft en waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen zou blijken, noch eertijds aan de controleambtenaren, noch nu voor de rechtbank.

Nu eiseres, er niet in slaagt te bewijzen dat zij aan de voorwaarden voldoet om te kunnen genieten van de vrijstelling voorzien in art. 39bis, 1°, heeft zij belastbare handelingen verricht, zodat zij de BTW verschuldigd is als verkoper.

3. M.b.t. de meer omzet door nevenberekening

Door eiseres werd voor de boekjaren 1997 en 1998 een omzet van respectievelijk 25.433.771 kg en 37.094.455 kg aangegeven.

Uit het proces-verbaal d.d. 18.5.2001 blijkt dat de boekhouding van eiseres werd verworpen en dat de administratie op grond van de artikelen 59, § 1 en 64, § 1 W.BTW voor de jaren 1997 en 1998 de belastbare omzet herberekend heeft op basis van de input rekening houdend met de brutowinst en/of de rendementsnormen en/of de eigen productieve prestaties exclusief BTW. Het proces verbaal d.d. 18.05.2001 bevat op p.10 t/m 17 op gedetailleerde wijze deze herberekening. De berekende omzet exclusief BTW werd vergeleken met de omzet aangegeven in de ingediende BTW-aangiften. Hieruit bleek een niet aangegeven omzet van respectievelijk 318.582 kg en 677.544 kg waarop respectievelijk 1.177.670 en 1.898.098 BTW verschuldigd is.

Eiseres is van oordeel dat deze berekening willekeurig is dat bij de berekening uitgegaan wordt van een aantal veronderstellingen die niet met de realiteit overeenkomen.

Eiseres voert aan dat de taxatiedienst bij de herberekening uitgaat van de veronderstelling dat het percentage slacht afvallen 11,6 % van het levend gewicht is waarbij de administratie zich beroept op een steekproef welke in het jaar 1996 werd uitgevoerd op 50 dieren en derhalve niet representatief is dat het vochtverlies en de eetbare afvallen door de BTW-ambtenaren zonder meer worden geraamd op 3 % dat bij de uiteindelijke omzetting van gewichten naar meer omzet gebruik gemaakt wordt van een gemiddelde verkoopprijs per kilo zonder rekening te houden met de fluctuerende marktprijzen.

Feitelijke vermoedens zijn gevolgtrekkingen die in de voorwaarden van art.1349 en 1353 van het Burgerlijke Wetboek uit een bekend feit worden afgeleid om te besluiten tot een onbekend feit in casu een meer omzet.

De rechtbank stelt vast dat langs de inputzijde de hoeveelheidscontrole rekening houdt met de gegevens uit het slachtregister (stukken 8 en 9). Deze gegevens zijn een correcte basis nu zij in overeenstemming zijn met de IVK staten, rekening houdende met een klein verschil in het koud gewicht van 349 kg voor 1997 en 963 kg voor 1998, die door eiseres voor akkoord werden ondertekend (stukken 10 en 11).

Door verweerder werd rekening gehouden met een vochtverlies van 3 % en eetbare slacht afvallen van 3 %. Deze percentages zijn geenszins willekeurig en komen overeen met de IVK normen (stuk 17). Bovendien ging eisers met deze percentages akkoord in het kader van de berekening van IVK - rechten zoals blijkt uit het vonnis van 6.10.2000 van de Rechtbank van Dendermonde (stuk 18).

Bij de bepaling van. de verkoopbare slacht afvallen werd gebruikt gemaakt van een percentage van 11,6 % toegepast op het aangekocht levend gewicht. De rechtbank stelt vast dat verweerder hiervoor beroep doet op interne gegevens (tabellen) van eiseres, dat het percentage het resultaat is van een steekproef op 6122 dieren gedurende 7 werkende dagen in april 1996 en derhalve representatief is. Eiseres beweert dat de enige acurate wijze waarop het percentage slacht afvallen kan worden bekomen een berekening is waarbij rekening gehouden wordt met het aantal kilo's verkocht bloed en dat op basis van deze methode het percentage van de slacht afvallen dient bepaald op respectievelijk 2,57 %, boekjaar 1997, en 2,56 %, boekjaar 1998, doch staaft deze stelling niet aan de hand van enig document of controleerbaar gegeven.

De gemiddelde verkoopprijs per kg. blijkt uit de exploitatierekening en de op factuur vermelde gewichten (zie punt 6 proces-verbaal p.17) waaruit blijkt dat rekening werd gehouden met de gemiddelde verkoopprijs per kg. Deze berekeningswijze houdt rekening met alle soorten vlees en alle prijsschommelingen.

Hoewel de berekeningswijze die verweerder in zijn proces-verbaal d.d.18.5.2001 gebruikt nogal ingewikkeld is komt het de rechtbank voor dat, verweerder geenszins willekeurig is tewerk gegaan en gebruik heeft gemaakt van een opeenstapeling van vermoedens. Het komt aan eiseres toe om te bewijzen dat het resultaat van de herberekening omwille van diverse factoren niet realiseerbaar zou zijn. Eiseres laat in elk geval na dergelijk bewijs te leveren.

Wat de boeking van 68.828 kg. betreft in de kolom “geslacht", laat ,eiseres na aan te tonen dat het levende dieren ,betreft. zodat er zich geen aanpassing opdringt.

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond;

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

aan de zijde van eiseres :

- dagvaardingskosten : 3.068 frank

- rechtsplegingsvergoeding : 349,53 EUR

aan de zij de van verweerder :

- rechtsplegingsvergoeding : 349,53 EUR

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 24 november 2005, waar aanwezig waren :

J. D. B., alleenzetelend rechter,

M. V., griffier.

M. V. J. D. B.