Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 06.02.2006
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 03/90/A Rep. nr. 2006/1727
de BVBA T., (H.R. Kortrijk nr. … BTW-nr. BE …), met maatschappelijke zetel te … (…), …,
eiseres,
voor wie optreedt Meester B. C., advocaat met kantoor te …, …,
tegen :
1. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met burelen te 1000 Brussel, Wetstraat 12,
2. de BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de invordering, op vervolging en benaarstiging van da Ontvanger van het BTWOntvangkantoor Roeselare, met burelen te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30, die woonst kiest op het ontvangkantoor van zijn ambtsgenoot te Brugge, met burelen te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4, en die woonst kiest ter studie van gerechtsdeurwaarder J. G., kantoor houdende te 8800 Izegem, Meensestraat 181,
verweerders, hierna genoemd 'verweerder'
voor wie optreedt Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie van de rechtbank alhier de dato 10 januari 2003.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij mande van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 7 november 2005,
Op de zitting van 6 februari 2006, datum waarop de zaak voor uitspraak werd verdaagd, werden de debatten ambtshalve heropend. De zaak werd in zijn geheel hernomen voor de gewijzigde samenstelling van de zetel. Partijen hebben afstand gedaan van de formaliteiten als bepaald bij artikel 775, 2e lid van het Ger.W.
Partijen werden opnieuw gehoord op de zitting van 6 februari 2006 in de gewijzigde samenstelling van de zetel.
Artikel 2 en volgende van de wat van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTWregistratienummer …, voor haar beroepsactiviteiten van handel in grondstoffen en materialen van alle soorten. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Op 17 november 2000 werd door K. S. en Y. B., resp. inspecteur en verificateur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, een beperkt toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde en dit met betrekking tot de waarachtigheid van het BTW-tegoed van … Bf. van het 3e kwartaal 2000.
Op 28 november 2001 werd door K. S. en Y. B. voornoemd een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.
Op 10 april 2002 werd door P. N. en T. C., resp. e.a. verificateur en verificateur bij het AOIF-sector BTW, een grondige controle uitgevoerd. Een tweede proces-verbaal werd opgemaakt met betrekking tot inbreuken gepleegd in de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2000.
Op 5 november 2002 werd door K. N., e.a. inspecteur bij een fiscaal bestuur van het BTW-ontvangkantoor van Roeselare, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd.
Voormeld dwangbevel werd op 8 november 2002 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door A. d. R., waarnemend gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 21 november 2002 bij gerechtsdeurwaardersexploot aan eiseres betekend.
Op 10 januari 2003 werd door eiseres een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 1385decies Ger. W.
2.2. Eiseres vraagt dat het fiscaal verhaal ontvankelijk en gegrond wordt verklaard, dat dienvolgens het bestreden dwangbevel wordt vernietigd en dat de terugbetaling wordt bevolen van de onverschuldigd geïnde sommen, vermeerderd met de moratoriumintresten. In ondergeschikte orde vraagt eiseres dat het BTW-dwangbevel wordt vernietigd in de mate dat een bedrag van … EUR (… Bf.) wordt nagevorderd. In meer subsidiaire orde vraagt eiseres dat de opgelegde boete wordt vernietigd, kwijtgescholden of verminderd tot 10 %. Tenslotte vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.
2.3. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR recbtsplegingsvergoeding.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. Eiseres koopt het merendeel van haar vrachtwagens aan bij de firma T. H. T., waarna zij deze vrachtwagens verkoopt aan buitenlandse afnemers in ondermeer Ierland, Spanje en Nederland. Bij deze intracommunautaire leveringen is zij gerechtigd de door haar betaalde BTW op de aankopen van vrachtwagens bij de firma T. H. T. af te trekken van da door haar verschuldigde BTW aan de Staat (art. 45juncto, art. 39 W.BTW).
Naar aanleiding van een controle kwam de BBI tot de conclusie dat 10 intracommunautaire leveringen vanwege eiseres in het jaar 2000, in feite leveringen waren die verricht waren "voor rekening van" NV T. H. T., met als gevolg dat eiseres deze aankopen in feite zelf niet heeft gedaan en dus ook niet van de BTW-aftrek zou kunnen genieten. De voornoemde 10 leveringen betreffen de leveringen van 9 vrachtwagens Scania en 1 vrachtwagen Volvo (zie stukken 4 t.e.m. 13 van eiseres).
3.2.2. Uit de voorliggende stukken 4 t.e.m. 13 van eiseres blijkt dat de intracommunautaire leveringen van de bewuste vrachtwagens wel degelijk zijn gebeurd. Per vrachtwagen wordt er immers een verklaring van de koper gevoegd, een bankoverschrijving uit het betreffende land en een stuk waaruit de geldigheid van het BTW-nummer van deze buitenlandse koper blijkt.
Aangezien het vaststaat dat eiseres deze uitgaande leveringen verricht heeft, dan kan het ook niet anders dan dat zij deze vrachtwagens aangekocht heeft van de NV T. H. T..
Verweerder betwist immers niet dat de betwiste vrachtwagens in het bezit zijn geweest van NV T. H. T. en dat deze vrachtwagens effectief werden verkocht aan eiseres. Dit blijkt trouwens uit de voorliggende facturen. Verder wordt ook niet betwist dat deze facturen (met BTW) betaald zijn geworden en dat de NV T. H. T. deze BTW heeft afgedragen aan de Belgische Schatkist.
In tegenstelling met wat verweerder beweert is er wel degelijk sprake geweest van een overdracht van de macht om als eigenaar te beschikken (in de zin van artikel 10 W.BTW).
De vaststelling dat eiseres "banden heeft" met een andere vennootschap (nl. met de NV T. H. T.) bedrijvig in dezelfde sector, betekent niet dat met deze vennootschap geen verkoopovereenkomsten kunnen worden gesloten.
Er was bijgevolg geen enkele reden om eiseres het recht op aftrek van de voorbelasting te ontzeggen. De BTW op de inkomende facturen voor de aankoop van de bewuste 10 vrachtwagens is aftrekbaar.
Het bestreden dwangbevel dient dan ook te worden vernietigd.
Alle verdere argumentatie is vanaf dan niet langer dienend.
3.3. nopens de kosten
Verweerder wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de gerechtskosten dragen.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
De Rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond in de mate zoals hierna bepaald.
Zegt voor recht dat het bestreden dwangbevel nietig is en als onbestaande moet worden beschouwd.
Veroordeelt dienvolgens verweerder tot terugbetaling van het bedrag dat door hem reeds zou geïnd zijn ten nadele van eiseres, vermeerderd met de moratoire interest overeenkomstig artikel 91, § 4 W.BTW en dit te rekenen vanaf de inning ervan tot op datum van volledige terugbetaling.
Veroordeelt verweerder tot het betalen van de gerechtskosten, in zijn hoofde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en begroot deze aan de zijde van eiseres op … EUR rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag zes februari tweeduizend en zes.
N. H., rechter, voorzitter van de Kamer;
L. D., gerechtelijk stagiair, zetelend als rechter bij toepassing van artikel 259octies, paragraaf 6, laatste alinea Ger.W,, daartoe aangesteld bij beschikking van de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg d.d. 28.09.2005;
F. D. L., gerechtelijk stagiair, zetelend als rechter bij toepassing van artikel 259octies, paragraaf 6, laatste alinea Ger.W., daartoe aangesteld bij beschikking van de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg d.d. 28.09.2005;
N. L., e.a. adjunct-griffier.
N. L. F. D L. L. D. N. H.
Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit VONNIS ten uitvoer zullen leggen;
Dat Onze procureurs-generaal en Onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;
Ten blijke waarvan dit VONNIS is ondertekend en gezegeld met het zegel van de rechtbank.
Voor eensluidende UITGIFTE, afgeleverd aan GERECHTSDEURWAARDERS, H. & V. OPTREDEND VOOR DE EISERES.
De griffier-hoofd van dienst,
P. F.
Voor eensluidend afschrift.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.