Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 12.10.2006
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 12 OKTOBER 2006 :
Algemene rol nummer : 03/1498/A
In de zaak van :
B.V.B.A. N. EN M. O., afgekort, "NEMO" ,handelsvennootschap, met·zetel te …, …,
eiseres, voor wie optreedt meester A. D., advocaat te …, …,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het BTW-kantoor te Wetteren, met kantoren te 9230 Wetteren, Gentsesteenweg 93,
verweerder, voor wie optreedt meester M. P., advocaat te …, …,
vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 14.9.2006, waarna het debat zaak in beraad werd genomen.
Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het verzoekschrift neergelegd op 8.4.2003, de onderscheiden conclusies van de partijen evenals de respectievelijke dossiers.
2. DE VORDERING
De vordering van eiseres strekt ertoe het dwangbevel uitgevaardigd op 8.10.2002, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 9.10.2002 en aan eiseres betekend op 17.10.2002 en waarin betaling gevorderd wordt van een bedrag aan BTW van … EUR in hoofdsom vermeerderd met een administratieve boete van … EUR en met intresten te vernietigen.
De Belgische Staat te veroordelen tot terugbetaling van de bedragen die zouden zijn ingevorderd bij eiseres, vermeerderd met de wettelijke intresten vanaf datum betaling.
De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten.
3. FElTEN EN GESCHIL
Eiseres verkocht op 11.9.2001 het vaartuig Westhinder aan de gemeente ….
De factuur werd uitgereikt op 11.9.2001 voor een bedrag van … EUR (… frank) + … EUR (… frank) BTW (stuk 7 verweerder).
Bij een controle werd door de BTW-administratie vastgesteld dat de verkoopfactuur niet werd opgenomen in de boekhouding noch in de BTW aangifte van eiseres en dat de BTW niet werd doorgestort.
Op 24.5.2002 werd door de verbaliserende ambtenaar een correctieopgave opgemaakt waarbij een bedrag. werd gevorderd van :
BTW : … EUR
Fiscale geldboete : … EUR
Interesten : p.m.
Eisres verklaarde zich hiermee akkoord.
Op 8.10.2002 werd lastens eiseres een dwangbevel uitgevaardigd dat op 17.10.2002 bij deurwaardersexploot werd betekend.
Eiseres legt op 8.4.2003 een verzoekschrift neer.
De discussie in onderhavige zaak betreft de vraag of de verkoop op 11.9.2001 van het vaartuig "Westhinder" een levering is onderworpen aan BTW.
4. BESPREKING
1. M.b.t. de ondertekening van de correctieopgave en de vermelding op de door eiseres uitgereikte factuur.
Eiseres stelt dat de akkoordverklaring dd. 24.5.2002 niet geldig is nu er over de toepassing van de fiscale wet geen overeenkomsten kunnen worden afgesloten en er in casu een akkoord werd gesloten over de onderworpenheid aan BTW van de levering van een lichtschip.
De belastingheffing vindt haar grondslag in de fiscale wet en niet in een akkoord dat tussen de belastingplichtige en de administratie is afgesloten. Bovendien zijn belastingwetten van openbare orde.
De belastingplichtige behoudt steeds het recht om op het akkoord terug te komen indien hij aantoont dat hij een dwaling in feite of in rechte heeft begaan of indien hij een wilsgebrek kan aantonen.
Vermits de door eiseres ingeroepen vergissing een dwaling in rechte of in feite uitmaakt, gaat het door eisende partij te leveren bewijs samen met het bewijs ten gronde, zijnde het bewijs van de niet belastbaarheid van de levering van het vaartuig "Westhlnder".
2. Ten .gronde
Betreffende de belastbaarheid van de levering van de "Westhinder".
Eiseres stelt dat de "Westhinder" op het ogenblik van de levering een schip is dat bestemd is voor het gebruik als lichtschip zodat de vrijstellingsregeling van art. 42 § 1, 1° a W.BTW van toepassing is; dat de wet niet voorschrijft dat de koper het ook effectief als zeeschip (in casu lichtschip) moet gebruiken; dat in geval van dubbelzinnigheid de fiscale wet tegen de fiscus moet worden uitgelegd.
De levering van het schip heeft plaatsgevonden in België en is in principe onderworpen aan BTW.
Art.42, § 1 W.BTW stelt :
"Van belasting zijn vrijgesteld :
1°de levering :
a) van zeeschepen bestemd voor passagiers - of goederenvervoer tegen betaling, voor de visserij of meer algemeen, voor de uitoefening van enigerlei industriële of handelsactiviteit;
b) …
…"
Verweerder betwist niet dat lichtschepen, die als zodanig aangewend worden nl. voor bebakening op zee, onder het toepassingsgebied vallen van de vrijstelling van belasting van zeeschepen.
In casu was het verkochte schip oorspronkelijk een lichtschip dat door eiseres in zwaar gehavende toestand werd aangekocht met de bedoeling het te restaureren en nadien te exploiteren (maritieme club, restaurant, congres- en seminariemogelijkheden). Bij gebrek aan financiële middelen werden de geplande werken die moesten toelaten het schip te gebruiken voor cateringsdoeleinden niet uitgevoerd. De koper, de gemeente …, wendt het schip aan ten behoeve van scholen en toeristen die het schip wensen te bezoeken.
Eiseres beweert maar toont niet aan dat het kwestieuze vaartuig, dat zelfs geen motor heeft (zie verslag BVBA D. M.. & C° p. 3, stuk D/5 eiseres) op het ogenblik van de levering voldoende gerestaureerd was zodat het als lichtschip kon worden gebruikt.
Bovendien stelt de rechtbank vast dat de verkoopovereenkomst en de factuur (stukken 6 en 7 verweerder) de aankoop vermelden van "een ex-lichtschip genaamd 'Westhinder' gebouwd (...) in 1950, niet meer in dienst voor de vaart (...) thuishaven Gent. Niet meer te boek gesteld als schip."
Aangezien in casu het betrokken vaartuig "Westhinder" niet langer werd gebruikt of bestemd was voor enige winstgevende verrichting van scheepvaart op zee was het op het ogenblik van de verkoop geen zeeschip, in de zin van art. 42, § 1, 1°, a) W.BTW ( zie in dezelfde zin Gent 23.6.1997 F.J.F. 97/292 p.643)
Dispositif
Op die gronden,
De rechtbank,
Rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;
Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk, doch ongegrond;
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :
aan dé zijde van eiseres :
rechtsplegingsvergoeding : … EUR
aan de zijde van verweerder :
rechtsplegingsvergoeding : …EUR.
Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 12 oktober 2006; waar aanwezig waren :
J. D. B., alleenzetelend rechter,
M. V., griffier.
M. V. J. D. D.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.