Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 08.12.2009
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend
In de zaak 06/401/A Rep. nr. 2009/15.334
de NV P. AND B., (Ondernemingsnr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,
eiseres,
voor wie optreedt Meester W. H., advocaat met kantoor te …, …,
tegen :
De FOD FINANCIËN, vertegenwoordigd door Minister van Financiën, met kabinet gevestigd te Brussel, Wetstraat 12-14, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, in de persoon van :
- de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Roeselare, met kantoren gevestigd te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30,
- de gewestelijk directeur van de AOIF te Brugge, Controlecentrum Brugge, met kantoren gevestigd te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,
verweerder,
voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat met kantoor te …, …,
EN
De NV P. C. AND B., (ondernemingsnr. …), met maatschappelijke zetel te …, …
eiseres,
voor wie optreedt Meester W. H., advocaat met kantoor te …, …,
tegen :
De FOD FINANCIËN, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet gevestigd te Brussel, Wetstraat 12-14, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, in de persoon van :
- de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Roeselare, met kantoren gevestigd te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30,
- de gewestelijk directeur van de AOIF te Brugge, Controlecentrum Brugge, met kantoren gevestigd te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4,
verweerder,
voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie van de. rechtbank alhier de dato 1.02.2006 (AR nr. 06/401/A).
Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie van de rechtbank alhier de dato 1.02.2006 (AR nr. 06/403/A).
De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 9.11.2009.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. Eiseres was voor haar economische activiteit van handel in tweedehandse auto's geregistreerd onder het BTW-nummer ….
Op 17.09.2002 werd een toezicht verricht met het oog op de juiste toepassing van de BTW-wetgeving over de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2001. Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld. Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd op 27.11.2003 een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd. Op 11.01.2006 werd een dwangbevel betekend aan eiseres. Bij tegensprekelijk verzoekschrift van 1.02.2006 werd verzet aangetekend tegen voormeld dwangbevel (06/401/A).
Op 31.08.2005 werd een toezicht verricht met het oog op de juiste toepassing van de BTW-wetgeving over de periode van 1 januari 2002 tot 31 december 2002. Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld. Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd op 9.12.2005 een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd. Op 16.12.2005 werd een dwangbevel betekend aan eiseres. Bij tegensprekelijk verzoekschrift van 1.02.2006 werd verzet aangetekend tegen voormeld dwangbevel (06/403/A).
2.2. Eiseres vraagt dat :
- De vorderingen niet worden samengevoegd;
- De verzetten ontvankelijk en gegrond worden verklaard.
- De bestreden dwangbevelen worden vernietigd.
- Dienvolgens voor recht wordt gezegd dat de in voornoemde processen-verbaal genoemde 159 voertuigen door haar terecht werden geleverd onder toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor tweedehands voertuigen.
- In ondergeschikte orde, het getuigenbewijs wordt toegelaten, bepaalde stukken worden bijgebracht, een deskundige wordt aangesteld en de vordering wordt herberekend.
- Verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle door haar betaalde of van haar ten onrechte ingehouden bedragen, meer de interesten.
- Verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, in haar hoofde begroot op 15.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.
2.3. Verweerder vraagt dat de vorderingen worden samengevoegd en dat zij ontvankelijk en ongegrond worden verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op 15.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de samenvoeging
De partijen zijn dezelfde en de betwisting is gelijklopend. De zaken zijn samenhangend in de zin van artikel 30 Ger.W. en worden dan ook gevoegd.
3.2. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vorderingen kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, zijn de vorderingen ontvankelijk.
3.3. nopens de grond
3.3.1. Uit de opgestelde processen-verbaal blijkt dat op basis van het onderzoek van de boeken en bescheiden eiseres de wettelijke bepalingen in verband met de belastingheffing over de tweedehandse vervoermiddelen, de zogenaamde margeregeling, niet werden nageleefd.
Meer bepaald stelt verweerder in voormelde processen-verbaal dat eiseres, met betrekking tot aankopen van 159 tweedehandse wagens afkomstig uit Duitsland die onderworpen werden aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge, het vereiste bewijs dat de wagens geleverd zijn door een in artikel 58, § 4, 2° W.BTW bedoeld persoon niet heeft geleverd.
Deze vervoermiddelen waarvan de belastingplichtige wederverkoper niet kan aantonen dat hij ze heeft gekocht aan één van de in voormeld artikel bedoelde personen werden dan ook geacht te zijn verkregen onder de normale regeling van de belasting.
3.3.2. De belastingplichtige wederverkoper die gebruik wil maken van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge moet het bewijs leveren dat hij onder de voorwaarden van artikel 58, § 4 W.BTW valt.
De leveringen, die volgens artikel 58, § 4, 2° W.BTW onder die bijzondere regeling vallen zijn : de door een belastingplichtige wederverkoper verrichte leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hem binnen de gemeenschap zijn geleverd :
- door een niet-belastingplichtige;
- door een andere belastingplichtige, voor zover de levering van het goed door deze andere belastingplichtige krachtens artikel 44, § 2, 13° is vrijgesteld;
- door een andere belastingplichtige voor zover de levering van het goed door deze andere belastingplichtige is vrijgesteld krachtens artikel 56, § 2, en het een bedrijfsmiddel betreft;
- door een andere belastingplichtige wederverkoper, voor zover de levering van het goed door deze andere belastingplichtige wederverkoper overeenkomstig onderhavige bijzondere regeling onderworpen geweest is aan de belasting.
Op een door een belastingplichtige wederverkoper verrichte leveringen van goederen die hem binnen de Gemeenschap zijn geleverd door personen die bij de aankoop, de intracommunautaire verwerving of de invoer van de goederen, de vrijstelling van belasting hebben genoten krachtens artikel 42 W.BTW of die hebben genoten van de teruggaaf van de belasting krachtens artikel 77, § 2 W.BTW.
Krachtens artikel 58, § 4, 12° W.BTW worden de leveringen van de goederen waarop de belastingheffing krachtens de bijzondere regeling van belastingheffing op de winstmarge in beginsel van toepassing is, voor dewelke de voorwaarden en modaliteiten die voor de toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge zijn gesteld, niet worden nageleefd, behoudens tegenbewijs, geacht te zijn verricht onder de normale regeling van de belasting.
3.3.3. In toepassing van voormeld artikel 58, § 4, 2° en 12° W.BTW dient eiseres derhalve aan te tonen dat de levering van het goed door deze andere belastingplichtige wederverkoper (leverancier van het goed) overeenkomstig onderhavige bijzondere regeling onderworpen is geweest aan de belasting. Dit betekent dat ook voor die voorgaande regering de voorwaarden en modaliteiten moeten vervuld zijn, met andere woorden dat moet aangetoond worden dat de vorige levering terecht aan die bijzondere regeling onderworpen was.
Door in het bezit te zijn van een geheel van overeenstemmende documenten die aantonen dat bij de verkoop de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge kan toegepast worden (vb. aankoopborderel, factuur, kopie inschrijvingsbewijs, door de leverancier te ondertekenen attest met betrekking tot de vorige fiscale toestand van het verkocht voertuig), toont de belastingplichtige wederverkoper de facto aan dat ook in de vorige fasen de bijzondere regeling kon toegepast worden.
Het is duidelijk dat de voorlegging van de factuur van een leverancier belastingplichtige wederverkoper of een door de leverancier te ondertekenen attest niet alles bepalend is en dat het slechts één van de elementen is die in het kader van de bewijsvoering nuttig kan zijn.
Van de hier ter sprake zijnde 159. wagens kocht eiseres er 39 van een particulier die haar een attest overhandigde. Honderdnegentien (119) wagens werden aangekocht van een andere beroepsmatige wederverkoper die haar een factuur zonder aanrekening van de BTW overhandigde. Tenslotte werd één (1) wagen aangekocht van een vrijgestelde belastingplichtige die haar een factuur overhandigde zonder aanrekening van de BTW.
Het feit dat de wagens niet waren ingeschreven op naam van de aan eiseres verkopende particulier of slechts voor een korte tijd is onvoldoende om te gaan stellen dat de margeregeling onterecht werd toegepast. De gebruiker van de wagen is immers niet noodzakelijk de verkoper van de wagen. Een wagen kan worden gebruikt door iemand die er niet noodzakelijk de eigenaar van is en die de wagen later verkoopt. Aangezien in Duitsland een wagen kan of moet worden ingeschreven op de gebruiker van de wagen, doet dit het beperkte belang blijken van de "Fahrzeugbrief' (inschrijvingsbewijs) en de "Abmeldebescheiniging" (uitschrijving), zijnde de documenten waaruit in Duitsland blijkt dat op wiens naam een wagen is ingeschreven.
Tenslotte bewijst verweerder ook niet dat de verkoper en koper zouden samengespannen hebben om een vals attest of een valse factuur op te maken.
(eerste stuk van de zin niet leesbaar) stukken dan ook het bewijs geleverd dat de kwestieuze voertuigen werden aangekocht van personen bedoeld in artikel 58 § 4, 2° W.BTW, zodat zij deze voertuigen onder de margeregeling kon verkopen.
Alle verdere argumentatie is niet langer dienend.
3.4. nopens de kosten
Verweerder wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de gerechtskosten dragen. De waarde van de vorderingen situeert zich boven de 1.000.000,00 EUR. In hoofde van eiseres worden zij dan ook begroot op 15.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag).
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Voegt de zaken met AR nrs. 06/401/A en 06/403/A samen.
Verklaart de vorderingen ontvankelijk en als volgt gegrond.
Vernietigt de bestreden dwangbevelen.
Zegt dienvolgens voor recht dat de in voornoemde processen-verbaal genoemde 159 voertuigen door eiseres terecht werden geleverd onder toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor tweedehands voertuigen.
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle door eiseres betaalde of van eiseres ten onrechte ingehouden bedragen, meer de interesten.
Veroordeelt verweerder tot de gedingkosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven aan de zijde van eiseres begroot op 15.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag acht december tweeduizend en negen.
Aanwezig zijn :
H. N., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
L. N. N. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.