Droit à déduction · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance 23/1334/A 27 novembre 2025

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-tva-amont-curateur-tribunal-2025-11-27-90e2

Juridiction
Tribunal de première instance
Numéro de rôle
23/1334/A
Date
27 novembre 2025

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

36 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance Hasselt du 27.11.2025 (23/1334/A)

WF 54923041/01

Résumé

Non fourni

Texte intégral

Uniquement disponible dans la langue du jugement.

Corps de la décision

Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt

27.11.2025

23/1334/A

INZAKE:

Mr. VANHOUTVIN Patrick, in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van cie1, KBO ..., met zetel te ... ..., ... ...,

- eiseres -

Ter zitting niet verschenen.

Tegen

DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën (KBO Belgische staat ... en KBO FOD Financiën ...), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoor te 100O Brussel, Wetstraat 12, handelend op verzoek van de adviseur-generaal van de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie, 5e directie, 9050 Ledeberg, G. Crommenlaan 6 bus 806,

- verweerder -

Tijdens de zitting vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde mevrouw V.I., attaché bij AABBI, 5e directie, Cel Geschillen.

VOLGT HET VONNIS:

Gelet op:

- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 14.07.2023;

- de beschikking overeenkomstig art. 747, §1 Ger.W. van 28.09.2023.

BEOORDELING

De cie1, oorspronkelijke eiseres, werd failliet verklaard bij een vonnis van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen, afdeling Hasselt, van 14.11.2024.

Krachtens art. XX.119 WER worden alle gedingen met betrekking tot de boedel, aanhangig op datum van het faillissement, waarin de gefailleerde betrokken is, van rechtswege geschorst tot aangifte van de schuldvordering is gedaan. Zij blijven geschorst tot na het registreren van het eerste proces-verbaal van verificatie, tenzij de curator de gedingen hervat in het belang van de boedel.

Indien de aldus ingediende schuldvordering in het eerste proces-verbaal van verificatie wordt aanvaard, worden de voormelde hangende gedingen zonder voorwerp ten aanzien van de boedel.

Indien de aldus ingediende schuldvordering in het eerste proces-verbaal van verificatie wordt betwist of aangehouden ten aanzien van de boedel, dan wordt de curator verondersteld de hangende gedingen te hervatten, minstens voor de beslechting van het betwiste of aangehouden gedeelte.

Bij brief van 13.05.2025 heeft verweerder gesteld dat zij aangifte van schuldvordering heeft gedaan op 26.11.2024 en dat deze werd opgenomen in het proces-verbaal van verificatie ingediend door de curator op 24.12.2024.1n dit proces-verbaal wordt de schuld aangehouden.

Middels een schrijven van 04.04.2025 heeft Mr. P. Vanhoutvin, curator van het faillissement van eiseres, te kennen gegeven het geding niet te zullen hervatten stellende dat de procedure een fiscaal bezwaarschrift betreft uitgaande van de gefailleerde en ingeleid voor datum van faillissement die voor de faillissementsboedel geen enkel batig resultaat zal geven.

De zaak is thans dan ook zonder voorwerp.

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtzaken werden nageleefd.

Dispositif

OM DEZE REDENEN:

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Stelt vast dat de zaak met rolnummer 23/1334JA zonder voorwerp is.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 11A kamer, op het gerechtshof te Hasselt, op 27 november 2025 alwaar zetelden:

Mevrouw M. COENEGRACHTS, alleenzetelend rechter,

Mevrouw G. BRUSSELAERS, griffier.