Droit à déduction de l’impôt · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 1er décembre 2005

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôtTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-gand-2005-12-01-1a37

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
1er décembre 2005

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

59 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 01.12.2005

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT- ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 01 DECEMBER 2005

Algemene rol nummer : 01/302/A

In de zaak van :

BVBA D. W. T., met zetel te …, …, ingeschreven in het H.R. te Gent onder nr. …,

eiseres,

voor wie optreedt meester A. D., advocaat te …, …,

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door Minister van Financiën, op vervolging benaarstiging van de Administratie van de BTW Registratie en Domeinen, Martelaarslaan 23, 9000 Gent,

verweerder,

voor wie optreedt meester W. D. V., advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

1. RECHTSPLEGING

Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 3.11.2005, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder de geding inleidende dagvaarding d.d. 17.1.2001, het tussenvonnis van deze rechtbank en kamer d.d. 21.4.2004, het verslag van de deskundige ir. P. W. neergelegd ter griffie op 23.9.2005, de onderscheiden conclusies van de partijen evenals de respectievelijke dossiers.

De partijen hebben rechtsgeldig de zaak van in den beginne hernomen voor de huidige samenstelling van de rechtbank.

2. BESPREKING

1. Inzake de ontvankelijkheid van de vordering, de omschrijving van de vordering en de feiten, alsmede een eerste deel van de bespreking verwijst de rechtbank naar het tussenvonnis d.d. 21.4.2004.

In het tussenvonnis werd tevens de heer W. als deskundige aangesteld. Het verslag van de deskundige werd neergelegd ter griffie op 23.9.2005.

2. Ter terechtzitting stelt verweerder dat hij afziet van de procedureargumenten t.a.v. het deskundigenverslag.

3. In zijn voorlopig verslag geeft de gerechtsdeskundige eerst een definitie van lichte vrachtwagen zoals die in artikel 1, § 2.5 van het KB van 15.3.1968 is opgenomen en voegt daaraan toe dat de kwestieuze voertuigen een maximale toegelaten massa van 2485 kg kennen en dat ze kunnen gebruikt worden voor het vervoer van zaken om vervolgens te besluiten : "In deze omstandigheden zijn de twee voertuigen van eiseres conform art. 1, § 2.5."

In zijn definitief verslag deelt de deskundige mede :

"Zuiver technisch gesproken dient een lichte vrachtwagen te voldoen aan de technische vereiste dat de maximaal toegelaten massa 3500 kg niet overschrijdt. Het voertuig van eiseres voldoet aan dit criterium.

Eiseres voertuig kan gebruikt worden voor het vervoer van goederen vermits de laadruimte voldoende groot is en de·nodige maatregelen werden getroffen om de laadruimte met een vaste wand af te scheiden.

Natuurlijk kan eiseres voertuig eveneens gebruikt worden om personen te vervoeren vermits 4 zitplaatsen voorzien zijn. Doch het merendeel van de lichte vrachtwagens - type camionette - kunnen ook minstens 4 personen vervoeren (vele camionettes kunnen zelfs 6 personen vervoeren).

M.a.w. het is niet omdat enkele personen kunnen vervoerd worden dat een voertuig niet langer als lichte vrachtauto mag bestempeld worden.”

4. Art. 45, § 1 W.BTW legt het principe vast dat de belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is in aftrek mag brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen in de mate dat hij die goederen gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

Volgens art. 45, § 2 W. BTW mag de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 % van de betaalde belasting voor "automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen”.

5. Wanneer deze tekst gekoppeld wordt aan art. 1, § 2 ,5° van het KB van 15 maart 1968 is een lichte vrachtwagen "elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van zaken waarvan de maximale toegelaten massa 3.500 kg niet overschrijdt”.

6. Eiseres die zich beroept op het recht op volledige aftrek van BTW draagt de bewijslast en dient dan ook het bewijs te leveren dat zij voldoet aan alle voorwaarden van het recht op volledige aftrek bij gebreke waaraan het recht op volledige aftrek niet kan worden toegestaan.

7. In zijn conclusie na deskundig verslag laat verweerder terecht gelden dat de deskundige ten onrechte het criterium in hogervermelde definitie "opgevat en gebouwd voor het vervoer van zaken” vertaalt in "kunnen gebruikt worden voor het vervoer van zaken”.

Opgevat en gebouwd voor … wil in casu zeggen speciaal geconcipieerd voor. Dit blijkt uit het feit dat art .1, § 2 van hetzelfde KB bv. voor een bootaanhangwagen, een aanhangwagen voor een zweefvliegtuig, een kraanauto of een kampeeraanhangwagen wel spreekt van gebouwd of omgebouwd.

De deskundige stelt dat kwestieuze voertuigen zowel voor het vervoer van personen als voor goederenvervoer kunnen dienen.

Uit de verklaringen afgelegd door de zaakvoerder van eiseres en door de invoerder van de voertuigen blijkt dat de kwestieuze voertuigen afgeleid werden van een personenwagen type Chrysler Grand Voyager (proces-verbaal d.d. 5 december 2001). Dit wordt bevestigd door de facturen van de importeur - leverancier. (stuk 6 verweerder).

Noch de passagiersruimte, noch de laadruimte is ontstaan uit de ombouwing van een gesloten bestelwagen of een voertuig type pick-up. Dit blijkt uit de foto's, de publiciteit van de constructeur Chrysler die meer bepaald de 5 echte passagiersplaatsen aanprijst en eveneens aantoont dat het geen echte bedrijfswagen betreft ( stuk 19 en 22 verweerder).

In casu wijst de carrosserie, de inrichting en het hele concept van kwestieuze voertuigen in de richting van een luxueuze stationwagen die, afgeleid van de Grand Voyager welke op zich een ruime monovolumewagen is, door het weghalen van de achterste zitbank (2 zitplaatsen) en het plaatsen van een scheidingswand, zowel voor het vervoer van personen als van goederen kan dienen.

Verweerder heeft dan ook terecht de aftrek van BTW beperkt tot 50 %.

(zie in dezelfde zin : Brussel 27.1.2005, AR 2001/AR/2103; Rb. Leuven 22.4.2005, AR 00/1661/A niet gepubliceerd)

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond;

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

aan de zijde van eiseres :

- dagvaardingskosten : … EUR (… frank)

- rechtsplegingsvergoeding : … EUR

- aanvullende rechtsplegingsvergoeding : … EUR

aan de zijde van verweerder :

- rechtsplegingsvergoeding : … EUR

- aanvullende rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 1 december 2005, waar aanwezig waren :

J. D. B., alleenzetelend rechter,

M. V., griffier.

M. V. J. D. B.