Droit à déduction de l’impôt · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 18 janvier 2008

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôtTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-anvers-2008-01-18-8987

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
18 janvier 2008

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

42 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 18.01.2008

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op achttien januari tweeduizend en acht in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter;

N. D., griffier.

In zake : A.R. Nr. 06/6025/A

M. J., voorheen wonende te …, …, thans wonende te …, ….

eisende partij,

- niemand verschijnend.

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, Spoorwegstraat 22.

verwerende partij,

verschijnende bij meester F. D. R., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het dossier van rechtspleging van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout gekend onder het algemeen rolnummer 04/116/A waarin vervat o.a. :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 28 januari 2004,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 7 april 2006,

- het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout van 22 september 2006,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 21 december 2007.

Overwegende dat eisende partij, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen, noch iemand voor haar.

Overwegende dat het voordeel van artikel 804 van het Gerechtelijk Wetboek werd gevorderd.


Gelet op het tegensprekelijk vonnis van 22 september 2006 van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout waarbij de zaak naar deze rechtbank werd verzonden.

De vordering strekt ertoe te zeggen voor recht dat zowel het dwangbevel Reg. 127/17059, uitgevaardigd op 18 december 2003 en uitvoerbaar verklaard op·19 december 2003, als het betekening-bevel ten onrechte geschiedde en dat beiden geen enkel rechtsgevolg hebben en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

Beoordeling

Uit de voorgelegde stukken blijkt ontegensprekelijk dat in de boekhouding van eiser fictieve facturen werden verwerkt.

Er is dan ook geen enkele reden om huidige vordering te schorsen tot beslist is over de strafvordering.

Op de terechtzitting van 21 december 2007 heeft de verschenen partij standpunt ingenomen over de rechtsplegingsvergoeding, die vanaf 1 januari 2008 van toepassing is, zodat de rechten van verdediging werden gerespecteerd.

Krachtens artikel 2 KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Ger.W. wordt voor geschillen die betrekking op in geld waardeerbare vorderingen het bedrag van de vordering vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger.W. in verband met de bepaling van de bevoegdheid en de aanleg.

Overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger.W. wordt te dezen geen som geëist zodat dit geschil betrekking heeft op niet in geld waardeerbare vorderingen en de rechtsplegingsvergoeding dan ook … EUR bedraagt.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak ten opzichte van verweerder en rechtdoende bij verstek overeenkomstig artikel 804 van het Gerechtelijk Wetboek ten opzichte van eiser,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer en/of anders gevorderde af.

N. D. P. W.