Droit à déduction de l’impôt · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 10 octobre 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôtTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-anvers-2003-10-02e2

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
10 octobre 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

91 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 10.10.2003

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op tien oktober tweeduizend en drie in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : A.R. Nr. 01/3753/A

D. R. BVBA, met BTW-nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester K. H. loco meester H. D., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

- Administratie van de BTW, registratie en Domeinen, in de persoon van de Hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor te Lier, wiens burelen gevestigd zijn te 2500 Lier, Kruisbogenhofstraat 24 (volgens inleidende dagvaarding),

- in de persoon van de Heer Minister van Financiën wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit met kantoor te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23 (volgens besluiten van verwerende partij).

verwerende partij,

verschijnende bij meester J. P. loco meester M. V. H., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder A.-M. G. in vervanging van gerechtsdeurwaarder E. M. te … op 28 mei 2001,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 12 september 2003.


De inleidende vordering strekt ertoe voor recht te zeggen dat eiseres de gevorderde sommen niet verschuldigd is, zowel wat de BTW, de boeten, de intresten, als wat de kosten betreft, dienvolgens verweerder te veroordelen om aan eiseres de ingehouden bedragen van … BEF en … BEF terug te betalen, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.

Bij conclusie, neergelegd ter griffie op 5 juli 2002, heeft eiseres gevorderd voor recht te zeggen dat zij de gevorderde sommen niet verschuldigd is, zowel wat de BTW, de intresten, als wat de kosten betreft, dienvolgens voor recht te zeggen dat eiseres de BTW met betrekking tot het luchthavenvervoer volledig in aftrek mag brengen, minstens de opgelegde geldboete kwijt te schelden, en verweerder te veroordelen tot de terugbetaling aan eiseres van een som van … EUR (… BEF), te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.

Relevante feiten

Eiseres verkoopt de door touroperators georganiseerde reizen aan haar klanten.

De prijs, die eiseres aan haar klanten aanrekent, is de prijs zoals vermeld in de brochures van de touroperators en in die prijs is het vervoer van en naar de luchthaven niet inbegrepen.

Eiseres organiseert zelf het vervoer van en naar de luchthaven in België en doet daarvoor beroep op derden, onder meer taximaatschappijen.

Op de facturen, die uitgereikt worden aan de klanten, wordt geen melding gemaakt van dit vervoer.

Eiseres maakt immers reclame dat het luchthavenvervoer voor de reiziger gratis is.

De BTW op de inkomende facturen met betrekking tot dit gratis luchthavenvervoer wordt via de periodieke BTW-aangiften in aftrek gebracht door eiseres.

Ingevolge een BTW-controle werd een ontwerp proces-verbaal opgesteld waarin de aftrek van BTW met betrekking tot de organisatie van het gratis vervoer van de klanten naar de Belgische luchthavens werd verworpen voor de jaren 1996 tot en met 1998.

Volgens dit ontwerp proces-verbaal is eiseres verschuldigd :

- BTW : … BEF

- geldboete : … BEF

- intresten vanaf 21 januari 1999.

In de correctieopgave werd de geldboete verminderd tot … BEF.

Bij brief van 7 augustus 2000 verklaarde de gevolmachtigde van eiseres zich niet akkoord met het ontwerp proces-verbaal.

Aangezien eiseres - volgens de administratie - gehouden was tot betaling van een belastingschuld voor een totaal bedrag van … BEF, te vermeerderen met de intresten vanaf 21 januari 1999, werden de hierna volgende inhoudingen verricht, namelijk :

- op 5 december 2000 : een inhouding op de som van … BEF, zijnde het saldo van de BTW rekening-courant in het voordeel van eiseres op 31 oktober 2000,

- op 5 maart 2001 : een inhouding op de som van … BEF, zijnde een deel van het saldo van de BTW rekening-courant in het voordeel van eiseres op 31 januari 2001.

Deze inhoudingen werden verricht om deze sommen ten bewarende titel te blokkeren tot het geschil omtrent de schuld definitief beëindigd was.

Bij dagvaarding van 28 mei 2001 vorderde eiseres voor deze rechtbank dat voor recht zou gezegd worden dat zij de gevorderde sommen niet verschuldigd is, zowel wat de BTW, de boeten, de intresten, als wat de kosten betreft, en dat verweerder derhalve zou veroordeeld worden om aan eiseres de ingehouden bedragen van … BEF en … BEF terug te betalen, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.

De administratie maakte op 13 juni 2001 een proces-verbaal op; volgens dit proces-verbaal is de BTW geheven op geleverde goederen en verstrekte diensten die worden gebruikt voor het verrichten van handelingen zonder tegenprestaties, zoals in casu het gratis Belgisch personenvervoer van en naar de luchthaven, niet aftrekbaar; zelfs indien eiseres niet afzonderlijk optreedt als vervoerder maar handelt als reisbureau omdat zij een globaal pakket aanbiedt aan de reiziger is er, volgens dit proces-verbaal, op grond van artikel 45, § 4 W.BTW geen recht op aftrek van de BTW geheven van deze vervoerskosten.

Volgens het proces-verbaal van 13 juni 2001 heeft eiseres voor de jaren 1996 tot en met 1998 ten onrechte BTW afgetrokken voor een bedrag van … BEF zodat zij de hierna volgende bedragen verschuldigd is, namelijk :

- BTW : … BEF

- verminderde geldboete : … BEF

- intresten vanaf 21 januari 1999.

Op basis van dit proces-verbaal werd op 28 augustus 2003 een dwangbevel uitgevaardigd.

Beoordeling

Betreffende de bevoegdheid

In de inleidende dagvaarding stelt eiseres dat het vervoer van en naar de luchthaven gebeurt voor het verrichten van belastbare handelingen en dat zij voornoemde BTW aldus in aftrek mocht brengen.

Bij deze dagvaarding vorderde eiseres onder meer dat voor recht zou gezegd worden dat zij de gevorderde sommen niet verschuldigd is, zowel wat de BTW, de boeten, de intresten, als wat de kosten betreft.

Uit de inleidende dagvaarding blijkt ontegensprekelijk dat eiseres vorderde uitspraak te doen over de zaak zelf en in het bijzonder over het recht op aftrek van de BTW met betrekking tot het vervoer van en naar de luchthaven; bijgevolg is de beslagrechter dienaangaande onbevoegd en is deze rechtbank bevoegd.

Verder vordert eiseres dat verweerder zou veroordeeld worden om de ingehouden bedragen van … BEF en … BEF terug te betalen; deze inhoudingen gelden als bewarend beslag onder derden.

Bijgevolg vordert eiseres de opheffing van dit beslag waarvoor in beginsel de beslagrechter uitsluitend bevoegd is.

Krachtens artikel 1492 Ger. W. houdt het vonnis over de zaak zelf, waarbij de vordering wordt verworpen, de beslissing tot opheffing van het beslag in.

Bijgevolg is deze rechtbank, die uitspraak doet over de zaak zelf, ingeval de vordering wordt verworpen eveneens bevoegd om het bewarend beslag onder derden op te heffen.

Betreffende de toelaatbaarheid

Volgens verweerder is de vordering in rechte, die een belastingplichtige instelt tegen de Staat naar aanleiding van sommen die van hem worden gevorderd, doch waarvan de invordering nog niet werd geëist met de betekening of kennisgeving van het dwangbevel, niet ontvankelijk in de zin van voortijdig.

Krachtens artikel 569, 32° Ger.W. neemt de rechtbank van eerste aanleg kennis van geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet. Dit heeft tot gevolg dat de rechterlijke macht uitspraak zal kunnen doen over de wettelijkheid van om het even welke individuele toepassing van een belastingnorm (Parl. St., Kamer, zitting 1997-1998, nr. 1341/1 en 1342/1, blz. 35).

Krachtens de artikelen 17 en 18, lid 1 Ger.W. kan de vordering slechts worden ingesteld wanneer de eiser daarbij een reeds verkregen en dadelijk belang heeft.

Te dezen werd ingevolge een BTW-controle een ontwerp proces-verbaal opgesteld waarin de aftrek van BTW met betrekking tot de organisatie van het gratis vervoer van de klanten naar de Belgische luchthavens werd verworpen voor de jaren 1996 tot en met 1998.

Bij brief van 7 augustus 2000 verklaarde de gevolmachtigde van eiseres zich niet akkoord met het ontwerp proces-verbaal, doch bij brief van 29 november 2000 werd de verwerping van de aftrek van BTW bevestigd door de Gewestelijke Directeur van de AOIF, Controlecentrum Mechelen - Lier.

Ingevolge voornoemde verwerping van de aftrek van BTW heeft de administratie bovendien op 5 december 2000 en 5 maart 2001 inhoudingen verricht op de respectievelijke sommen van … BEF en … BEF om deze sommen ten bewarende titel te blokkeren tot het geschil omtrent de schuld definitief beëindigd was.

Door bij brief van 29 november 2000 de verwerping van de aftrek van BTW te hebben bevestigd, heeft de Gewestelijke Directeur van de AOIF, Controlecentrum Mechelen - Lier, ongetwijfeld een belastingnorm individueel toegepast en staat het onomstotelijk vast dat eiseres een reeds verkregen en dadelijk belang had om de rechtsvordering in te stellen, te meer nu tengevolge hiervan 2 inhoudingen werden verricht.

Bijgevolg is de vordering dan ook toelaatbaar niettegenstaande, op het ogenblik van de betekening van de dagvaarding, het dwangbevel nog niet was uitgevaardigd.

Betreffende het recht op aftrek van de BTW met betrekking tot de inkomende facturen van het vervoer van en naar de luchthaven

Het wordt niet betwist dat eiseres niet onder de toepassing valt van de bijzondere regeling voor de reisbureaus.

Bijgevolg kan de aftrek van de BTW niet worden verworpen op grond van artikel 45, § 4 W.BTW.

De aftrek van de BTW dient aldus beoordeeld te worden op grond van artikel 45, § 1 W.BTW.

Aangezien het vervoer van en naar de luchthaven gratis gebeurt, gaat het - volgens verweerder - bij gebreke aan een tegenprestatie om een handeling die niet bedoeld is in het wetboek van BTW; bijgevolg is de BTW geheven van de goederen en diensten die worden gebruikt voor het verrichten van de vervoersdienst niet aftrekbaar volgens verweerder.

Krachtens artikel 45, § 1 W.BTW en artikel 1 van het KB nr. 3 van 10 december 1969 heeft de belastingplichtige enkel recht op aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de goederen en de diensten die hij bestemt voor het verrichten van in artikel 45, § 1, 1° tot 5° van het wetboek bedoelde handelingen.

Eiseres heeft bijgevolg enkel recht op aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de ontvangen goederen en diensten die zij bestemt voor haar economische activiteit die bestaat in de verkoop van de door touroperators georganiseerde reizen.

Het staat onomstotelijk vast dat eiseres de ontvangen goederen en diensten in verband met het vervoer van en naar de luchthaven heeft bestemd voor haar economische activiteit die bestaat in de verkoop van de door touroperators georganiseerde reizen.

Bijgevolg heeft eiseres recht op aftrek van de voorbelasting met de ontvangen goederen en diensten in verband met het vervoer van en naar de luchthaven.

Betreffende de toepassing van artikel 45, § 2 W.BTW

Het wordt niet betwist dat artikel 45, § 2 W.BTW niet van toepassing is.

Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.

Dispositif

OM DIE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.

Zegt voor recht dat eiseres de gevorderde sommen niet verschuldigd is, zowel wat de BTW, de boeten, de intresten, als wat de kosten betreft, en zegt dienvolgens voor recht dat zij de BTW met betrekking tot het luchthavenvervoer volledig in aftrek mocht brengen voor de jaren 1996 tot en met 1998.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de ingehouden bedragen van in totaal … EUR, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 28 mei 2001 tot de datum der gehele betaling.

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot op heden door eiseres begroot op … EUR dagvaardingskosten en … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR dagvaardingskosten en … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer en/of anders gevorderde af.

N. D. P. W.

Textes cités

1
AR no 3 art. 11 occurrence