Parcours procédural
2 étapes · 4 ans 7 mois- Décision affichéeTribunal de première instance d'Anvers05.06.2002
- Décision sur pourvoiCour de cassation de Belgique19.01.2007
Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 05.06.2002
Résume non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijf juni tweeduizend en twee In openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B. rechter, voorzitter van de kamer
P. W. rechter *Belg, meer dan 30 jaar oud, eerst ingeschreven
W. L. advocaat advocaat ter zitting aanwezig, zetelende bij belet
N. D. adjunct-griffier van alle werkelijke plaatsvervangende rechter.
ln zake : A.R. Nr. 01/3515/A
N.V. C..
met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer ….
EISENDE·PARTIJ
- verschijnende bij meester W. H., advocaat, kantoorhoudende te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
- in de persoon van de Minister van Financiën, van wie het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, en de administratieve diensten te 1000 Brussel, Bisschoffsheimlaan 38 (volgens dagvaarding en besluiten).
- Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige-ontvanger van het derde BTW-controlecentrum te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4 (volgens stukken bundel).
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, …
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder D. L. in vervanging van gerechtsdeurwaarder R. D. M. te Brussel op 15 mei 2001,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 18 januari 2002,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 8 mei 2002.
De vordering strekt ertoe te zeggen voor recht dat eiseres bij toepassing van artikel 45 § 2, lid 2, a) van het wetboek van BTW volledig recht op aftrek heeft van BTW in verband met handelingen die worden aangewend voor haar activiteit bestaande in de verhuur van auto's, en dat zij een bedrag van … BEF (… EUR) als BTW, een bedrag van … BEF (… EUR) als geldboete meer de intresten aan 0,8 % per maand vanaf 21 januari 1998 niet verschuldigd is, dienvolgens eiseres te ontslaan van betaling van de hiervoor genoemde bedragen en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.
Bij conclusies, neergelegd op 19 februari 2002, heeft eiseres in ondergeschikte orde gevorderd alvorens recht te doen, een prejudiciële vraag te stellen, gebeurlijk te herformuleren naar de inzichten van de rechtbank, en de zaak in afwachting van de uitspraak voor het overige naar de rol te verzenden.
Relevante feiten
Eiseres is concessiehoudster van de N.V. BMW Belgium.
Eiseres beschikte over een vloot van personenwagens die uitsluitend gebruikt werden voor de verhuur in de zin dat deze wagens ter beschikking. werden gesteld van klanten die hun wagen binnenbrachten voor onderhoud of herstelling of die in afwachting waren van de levering van hun nieuwe wagen. Voor deze terbeschikkingstelling werd circa … BEF (inclusief BTW) per dag aangerekend. Reclame naar buiten werd enkel gemaakt in de garage, waar de terbeschikkingstelling tegen betaling van een vervangwagen vermeld stond op een plakkaat.
De BTW op aankoop, leasing, onderhoud en herstelling van deze personenwagens werd voor 100 % in aftrek gebracht door eiseres.
Op 22 april 1999 en 10 september 1999 werd bij eiseres een BTW controle uitgevoerd.
Ingevolge deze controle werd op 19 oktober 1999 aan eiseres een correctieopgave verzonden waarin onder meer werd gesteld dat zij bij de aftrek van de BTW, ten aanzien van de levering, de invoeren.de intracommunautaire verwerving van personenwagens en van Ieveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen, geen rekening had gehouden met de beperking van aftrekbare BTW ingevolge artikel 45 § 2 van het wetboek van BTW tot maximum 50 % van de betaalde BTW.
Bij brief van 24 november 1999 antwoordde eiseres dat zij slechts gedeeltelijk akkoord was met de correctieopgave en dat zij niet akkoord was met de beperking van aftrekbare BTW op de huurwagens.
Op 2 december 1999 werd door de administratie een proces-verbaal opgemaakt waarin gesteld werd dat eiseres met voornoemde beperking van aftrekbare BTW geen rekening heeft gehouden bij de aftrek van BTW geheven van de leveringen van goederen en / of verstrekkingen van diensten die betrekking hebben op vervangwagens die ter beschikking gesteld worden van klanten wiens voertuig voor onderhoud of herstelling in de garage werd binnengebracht.
Eiseres had de aangerekende BTW volledig afgetrokken zodat zij - volgens dit proces-verbaal - … BEF BTW diende terug te storten.
Bij aangetekende brief van 2 december 1999 werd aan eiseres een eensluidend verklaard afschrift van voornoemd proces-verbaal verzonden en in een begeleidende brief werd het standpunt van de administratie ter kennis gebracht.
Beoordeling
Krachtens artikel 45 § 2, eerste lid van het wetboek van BTW mag ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwervingen van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 % van de betaalde belasting.
Krachtens artikel 45 § 2, tweede lid a) van het wetboek van BTW is de beperking van 50 % echter niet van toepassing ten aanzien van voertuigen die bestemd zijn om te worden verkocht of verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of verhuur van automobielen.
Opdat de uitzondering van artikel 45 § 2, tweede lid a) van het wetboek van BTW van toepassing zou zijn, is aldus vereist dat :
- de voertuigen bestemd zijn om te worden verkocht of verhuurd,
- door een belastingplichtige,
- die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of verhuur van automobielen.
Het wordt niet betwist dat de voertuigen bestemd zijn om te worden verkocht of verhuurd door eiseres, waarvan niet betwist wordt dat zij een belastingplichtige is. In casu zijn de voertuigen bestemd om te worden verhuurd door eiseres.
Het wordt evenmin betwist dat eiseres een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop van automobielen.
Aangezien eiseres een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop van automobielen volstaat dit - volgens eiseres - opdat zij recht heeft op de volledige aftrek van BTW met betrekking tot de voertuigen die bestemd zijn om te worden verhuurd.
Uit de bepalingen van artikel 45 § 2, tweede lid a) van het wetboek van BTW volgt ontegensprekelijk dat :
- enerzijds de zinsnede "bestemd om te worden verkocht" dient te worden samen gelezen met de zinsnede "door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop van automobielen'',
- anderzijds de zinsnede "bestemd om te worden verhuurd" dient te worden samen gelezen met de zinsnede "door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielen".
De specifieke economische activiteit van eiseres, die bestaat in de verkoop van automobielen, volstaat dan ook geenszins opdat zij recht zou hebben op de volledige aftrek van BTW met betrekking tot de voertuigen die bestemd zijn om te worden verhuurd.
Bijgevolg heeft eiseres slechts recht op de volledige aftrek van BTW met betrekking tot de voertuigen die bestemd zijn om te worden verhuurd, indien zij een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielen.
Het staat vast dat :
- eiseres geregeld automobielen verhuurde,
- er voor de verhuring een vaste organisatie was (onder meer vaste huurtarieven en facturatie van deze dienst),
- reclame naar buiten werd gemaakt in de garage waar de terbeschikkingstelling, tegen betaling, van een vervangwagen vermeld stond op een plakkaat,
- eiseres voor de verhuring BTW aanrekende aan haar huurders.
Hieruit volgt ontegensprekelijk dat eiseres een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielenb.
De verhuuractiviteit van eiseres verliest geenszins haar karakter van “specifieke economische activiteit” in de zin van artikel 45, § 2, tweede lid a) van het wetboek van BTW omdat :
- eiseres niet aan iedereen zou verhuren, doch slechts aan een beperkte doelgroep, namelijk aan klanten die hun wagen binnenbrachten voor onderhoud of herstelling of die in afwachting waren van de levering van hun nieuwe wagen,
- eiseres als verhuurder van automobielen geen reclame zou gemaakt hebben naar het publiek in het algemeen.
Bijgevolg is het bewezen dat eiseres een specifiek economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielen zodat zij recht heeft op de volledige aftrek van BTW met betrekking tot de voertuigen die bestemd zijn om te worden verhuurd.
Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad
Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.
Dispositif
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Na erover beraadslaagd te hebben.
Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.
Zegt voor recht dat eiseres een bedrag van … EUR als BTW, een bedrag van … EUR. als geldboete meer de intresten aan 0,8 % per maand vanaf 21 januari 1998 niet verschuldigd is.
Veroordeelt verweerder toe de kosten van het geding tot op heden door eiseres begroot op … EUR dagvaardingskosten en … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR dagvaardingskosten en … EUR rechtsplegingsvergoeding.
Wijst het meer en / of anders gevorderde af.
N. D. W. L.
P. W. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.