Droit à déduction de l’impôt, poursuite, instance · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 2 février 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôt, poursuite, instanceTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-poursuite-instance-tribunal-bruges-2010-02-07bf

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
2 février 2010

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

56 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 02.02.2010

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :

In de zaak : 06/3358/A

NV A.,

met vennootschapszetel te …, … KBO nr. …

eiseres,

voor wie optreedt meester J. V. H., advocaat te …, …

TEGEN

BELGISCHE STAAT FOD FINANCIËN,

Invordering-sector BTW, in de persoon van de e.a. inspecteur van het 4° BTW-controlekantoor en van de e.a. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4

verweerder,

voor wie optreedt meester L. D. S., advocaat te …, ….

I. RECHTSPLEGING.

Gelet op het fiscaal verzoekschrift houdende verzet dwangbevel de data 10.11.2006.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 5 januari 2009.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK.

2.1. Eiseres is gekend en ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, ingevolge de door haar aangevatte activiteit van adviesbureau op het gebied van bedrijfsvoering en beheer.

Op 2 juni 2006 werd een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde en dit over de periode van 1 januari 2006 tot 31 maart 2006.

Door de controlerende ambtenaar werd op 17 augustus 2006 een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 9 oktober 2006 werd door de eerstaanwezend inspecteur a.i. van het BTW­ontvangkantoor te Brugge, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door C. M.-R., eerstaanwezend inspecteur a.i., daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 13 oktober 2006 bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan eiseres.

2.2. Eiseres vraagt dat het verzet dwangbevel ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel wordt ontheven en dat dienvolgens de teruggave wordt bevolen van alle sommen die op grond van de aldus ontheven aanslag werden geïnd. Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding , in haar hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag).

2.3. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag).

III. BEOORDELING.

3.1. nopens de ontvankelijkheid.

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. nopens de grond.

3.2.1. NV D. is gekend bij de BTW-administratie voor de aangevatte activiteit van vervaardiging van gedistilleerde alcoholische dranken. Tussen KBC Lease Belgium en de NV D. werd op 8.08.2001 een leasecontract afgesloten met als voorwerp één complete bottellijn voor mineraalwater. Eiseres heeft zich hierbij hoofdelijk en ondeelbaar verbonden.

Op 17.01.2006 werd de NV D. failliet verklaard en in een aangetekend schrijven van 1.02.2006 aan eiseres noteert KBC Lease Belgium dat eiseres zich akkoord heeft verklaard om de contractuele verplichtingen uit het voornoemde leasingcontract na te komen. De achterstallige leasingvergoedingen van de periode maart 2005 tot en met maart 2006 werden door eiseres betaald en door eiseres werd hierbij telkens de betaalde BTW in aftrek gebracht.

Deze BTW-aftrek werd door verweerder verworpen.

3.2.2. Het recht op aftrek is overeenkomstig artikel 45, § 1 W.BTW alleen en uitsluitend verbonden aan handelingen die binnen de werkingssfeer van het W.BTW vallen. De voorbelasting in verband met handelingen buiten de werkingssfeer is van iedere aftrek uitgesloten, met uitzondering van het bepaalde in artikel 45 , § 1 4° en 5° ten aanzien van sommige handelingen van verzekeraars, financiële instellingen en wisselagenten.

Overeenkomstig artikel 1 § 2 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde komt voor de aftrek in geen geval in aanmerking de belasting geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit.

Uit het bestemmingsprincipe van artikel 45 § 1 W.BTW volgt dat de belastingplichtige zelf het bewijs moet leveren dat het door hem uitgeoefende recht op aftrek bestaat. Het is met andere woorden eiseres, en niet verweerder, die de bewijslast draagt dat de voorwaarden van het recht op aftrek vervuld zijn.

3.2.3. Het voorwerp van het afgesloten leasingcontract, nl. één complete bottellijn voor mineraalwater, is duidelijk niet bestemd voor de economische activiteit van eiseres die is gekend en ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge de door haar aangevatte activiteit van adviesbureau op het gebied van bedrijfsvoering en beheer.

Niettegenstaande eiseres haar economische activiteit op 1.02.2006 heeft uitgebreid met 'productie van mineraalwater' wordt door haar niet aangetoond dat zij de bedoeling had om de bottellijn verder te exploiteren of dat zij geregelde belastbare handelingen heeft gesteld m.b.t de uitbating van de kwestieuze bottellijn.

Het feit dat eiseres zich in het leasingcontract hoofdelijk en ondeelbaar verbindt betekent nog niet automatisch dat deze bottellijn, na het faillissement van de NV D., in hoofde van eiseres een investeringsgoed uitmaakt en aldus betrekking heeft op haar economische activiteit.

De BTW-aftrek die door eiseres werd uitgeoefend m.b.t. de afbetaling van de contractuele leasevergoeding verschuldigd door de failliet verklaarde vennootschap NV D. dient dan ook te worden verworpen.

De vordering van eiseres dient dan ook als ongegrond te worden afgewezen.

3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen. De waarde van de vordering situeert zich tussen de … en de … EUR . In hoofde van verweerder worden zij dan ook begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzet ontvankelijk doch wijst het af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR rechtplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag twee februari tweeduizend en tien.

Aanwezig zijn :

H. N., alleenrechtsprekend rechter;

S. C., griffier.

C. S. N. H.

Textes cités

1
AR no 3 art. 11 occurrence