Droit à déduction de l’impôt, poursuite, instance · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 11 février 2011

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction de l’impôt, poursuite, instanceTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-poursuite-instance-tribunal-anvers-2011-02-11-f828

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
11 février 2011

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

36 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 11.02.2011

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op elf februari tweeduizend en elf in openbare zitting van de eerste F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zetelden :

P. W., rechter,

N. V., griffier,

Inzake AR nr. 10/4982/A

CVBA L., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met zetel gevestigd te …, …, woonstkeuze doende bij haar raadsman meester P. D. F.,

eisende partij,

verschijnende bij meester P. D. F., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….


Gezien de stukken in het dossier van de rechtspleging, onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder M. B. in vervanging van gerechtsdeurwaarder E. S. te … op 9 juli 2010,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 10 september 2010,

- de conclusie van verwerende partij en stukken van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 110-3/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 3 0 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 14 januari 2011.


De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/123, uitgevaardigd op 4 december 2009 en uitvoerbaar verklaard op 4 december 2009, nietig te verklaren, dienvolgens verweerder te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen, zo in hoofdsom, intresten als boete, die ten onrechte werden betaald of ingehouden of toegerekend op sommen vermeld in het dwangbevel, te vermeerderen met de moratoire intresten overeenkomstig artikel 91 W.BTW, en verweerder tevens te veroordelen tot de kosten van het geding.

Beoordeling

Wat betreft de overtredingen opgenomen in het proces-verbaal van 23 april 2010, is de vordering ontoelaatbaar gezien deze alsdan nog niet waren opgenomen in een dwangbevel.

Wat betreft de overtredingen opgenomen in het proces-verbaal van 3 december 2009, is de vordering ongegrond gezien eiseres de aankoopfacturen niet heeft voorgelegd en het beroepsmatig gebruik van de goederen niet heeft aangetoond; verder werd de aftrekbare BTW met betrekking tot de voertuigen terecht beperkt tot 50 %, werd de aftrek inzake de kosten van logies, spijzen en dranken terecht geweigerd en werden de inbreuken op de artikelen 45 en 46 W.BTW en de terechte weigering van de aftrek dienaangaande voldoende gemotiveerd.

Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, zijn beide partijen respectievelijk in de dagvaarding en de conclusies akkoord met een bedrag van 1.200,00 EUR, waarvan de rechtbank akte kan verlenen.

Krachtens artikel 92bis W.BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

rechtdoende op tegenspraak,

alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering ontoelaatbaar wat betreft de overtredingen opgenomen in het proces-verbaal van 23 april 2010.

Verklaart de vordering voor het overige toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank vereffend op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

N. V. P. W.