Droit à déduction, Contrôle fiscal, Refus de domicile fiscal · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 24/713/A 16 décembre 2025

Rechercher
Texte en néerlandais

Droit à déduction, Contrôle fiscal, Refus de domicile fiscal

https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-controle-fiscal-refus-tribunal-anvers-2025-12-16-fb6b

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Numéro de rôle
24/713/A
Date
16 décembre 2025

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

87 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 16.12.2025 - (24/713/A)

FIN 55134111-01

[ Jugement favorable ]

TVA – Droit à déduction – Contrôle fiscal – Refus de domicile fiscal

Texte intégral:

Corps de la décision

Ce jugement n'est disponible que dans la langue originale.

Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 16.12.2025 - (24/713/A)

Inzake:

Hoofdzaak

cie1 voorheen cie1_old

met maatschappelijke zetel te ... ..., ..., voorheen ...

..., ..., KBO: ...

eisende partij

- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. E.U. te ... ..., Witteduivenhof

42,

TEGEN:

DE BELGISCHE STAAT,

in de persoon van de minister van Financiën, van wie de kantoren gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal-centrumdirecteur van het centrum KMO Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat,

verwerende partij

- vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw N.V.D.S., attaché

e-mail :…

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 16 februari 2024, ingeschreven op 16 februari

2024,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747,§1 van het Gerechtelijk Wetboek op 15

maart 2024,

- de besluiten van partijen

- het verzoekschrift tot heropening der debatten neergelegd ter griffie op 12 november 2025

na de terechtzitting van 21 oktober 2025.

- het niet akkoord van verweerder met de heropening der debatten.


De rechtbank is van oordeel dat de neerlegging van het verzoekschrift en de bijkomende stukken niet van dien aard zijn dat de debatten dienen te worden heropend.

1. Feiten en procedurele voorgaanden

Huidige betwisting heeft betrekking op de in aftrek gebrachte btw door eiseres voor de jaren 2020, 2021 en het eerste kwartaal van 2022, zoals opgenomen in het proces-verbaal van 14 november 2023 (stuk 3 verweerder).

De maatschappelijke zetel van eiseres, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, is sinds 15 augustus 2023 gevestigd te ... ..., .... Voorheen was de maatschappelijke zetel gevestigd te ... ..., ... (stuk 1 eiseres).

Eiseres was het voorwerp van een fiscale controle inzake btw.

Diverse pogingen werden gedaan door de btw-administratie om de boekhouding van eiseres na te zien, doch zonder succes (zie vaststellingen opgenomen in stuk 3 verweerder).

Volgens het proces-verbaal van vaststellingen van 13 oktober 2023 kon eiseres niet worden aangetroffen op het adres van haar nieuwe maatschappelijke zetel, gelegen te ... ..., ... (stuk 1 verweerder).

Eiseres werd bij schrijven van 18 oktober 2023 op de hoogte gebracht dat de btw-administratie de nieuwe maatschappelijke zetel niet kan aanvaarden als fiscaal domicilie van waaruit de vennootschap wordt geleid als gevolg van de vaststellingen opgenomen in het proces-verbaal van 13 oktober 2023 (stuk 2 verweerder).

Eiseres betwistte deze vaststelling en stond erop dat de gevraagde boekhoudstukken werden ingezien op de nieuwe maatschappelijke zetel in ... (zie stuk 13 eiseres).

Omdat de wettelijke voorwaarden voor het uitoefenen van het recht op aftrek van de btw niet kon worden nagezien, werd op 14 november 2023 een proces-verbaal uitgevaardigd voor het terugstorten van de afgetrokken btw voor de jaren 2020, 2021 en het eerste kwartaal van 2022 voor een totaal bedrag van 166.512,25 euro, te vermeerderen met een boete van 16.650,00 euro en nalatigheidsinteresten vanaf 21 april 2022 (stuk 3 verweerder).

Op 14 november 2023 werd dit proces-verbaal ter kennis gebracht aan cie2, zijnde bestuurder van eiseres (stuk 4 verweerder).

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 16 februari 2024 stelde eiseres een vordering in rechte in ter betwisting van de fiscale schuld.

2. Vorderingen van partijen

Volgens de conclusie neergelegd op 30 december 2024, strekt de vordering van eiseres ertoe: de vorderingen van eiseres toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond te verklaren; het proces-verbaal d.d. 14 november 2023 lastens eiseres teniet te doen en van nul en generlei waarde te verklaren;

en nadat het proces-verbaal nietig zal zijn verklaard te zeggen te zeggen voor recht dat het niet kan strekken tot een aanslag voor welk bedrag dan ook of tot enige schuld in hoofdsom of aanklevenden lasten eiseres n.a.v. enig navolgend betaalbericht of gelijk welke andere uitvoeringsmaatregel;

het innings- en invorderingsbericht btw d.d. 21 december 2023 inzake dossier ..., artikelnummer ... teniet te doen en van nul en generlei waarde te verklaren en nadat het nietig zal zijn verklaard te zeggen voor recht dat er door eiseres niets is verschuldigd aan verweerder uit hoofde van dit innings- en invorderingsbericht;

dienvolgens verweerder te verwijzen in de kosten van het geding, begroot op de rechtsplegingsvergoeding van 7.500,00 euro (onder voorbehoud van indexatie).

Verweerder verzoekt de rechtbank:

- de fiscale vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond te verklaren; eiseres in haar eisen af te wijzen en de fiscale vordering te behouden; eiseres te veroordelen tot de kosten als naar recht.

3. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt door verweerder niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De vordering van eiseres is ontvankelijk.

4. Beoordeling

4.1. Voorafgaand

Op de terechtzitting van 1 april 2025 werd de zaak in voortzetting gezet naar de zitting van 21 oktober 2025 teneinde eiseres de kans te geven de stukken voor te leggen aan verweerder m.b.t. de door haar in aftrek gebrachte btw voor de jaren 2020, 2021 en het eerste kwartaal van 2022.

Deze stukken werden niet voorgelegd.

Wel werd door eiseres een nieuwe conclusie voorgelegd ter terechtzitting van 21 oktober 2025 en een nieuw stuk. Dit nieuw stuk, stuk 18 van de inventaris van eiseres, betreft een aangetekend schrijven van 4 oktober 2025 uitgaande van eiseres gericht aan verweerder, met de vraag een mail te verzenden op het opgegeven mailadres zodat een afspraak kan worden belegd tijdens de kantooruren.

Verweerder vraagt de wering uit de debatten van deze laatste conclusie en het nieuw bijgebracht stuk.

Aangezien verweerder pas kennis kreeg van de laatste conclusie van eiseres op de zitting van 21 oktober 2025, heeft verweerder zich niet kunnen verdedigen ten aanzien van de inhoud ervan, zodat deze laatste conclusie van eiseres uit de debatten moet worden geweerd.

Van de inhoud van de aangetekende brief van 4 oktober 2025 was verweerder daarentegen wel op de hoogte en tijdens de zitting van 21 oktober 2025 heeft verweerder hierover standpunt ingenomen.

De rechtbank ziet bijgevolg geen reden om dit schrijven van 4 oktober 2025 uit de debatten te weren.

4.2. Is het proces-verbaal van 14 november 2023 nietig ?

Eiseres houdt voor dat het proces-verbaal van 14 november 2023 nietig is omdat de opsteller geen enkele controle heeft gedaan zodat de verwerping van het recht op aftrek niet op een wettelijke wijze werd gemotiveerd.

De rechtbank is van oordeel dat dit proces-verbaal afdoende is gemotiveerd op grond van de vaststelling dat eiseres niet de inkomende facturen of andere stukken ter inzage heeft voorgelegd die haar haar recht op aftrek verantwoorden.

Het standpunt van eiseres dat de controle kon en diende te gebeuren op haar nieuwe maatschappelijke zetel, die volgens eiseres bovendien door verweerder werd erkend, doet hieraan geen enkele afbreuk.

Evenmin de beweerde onzorgvuldigheden begaan door verweerder bij de aanzeggingen en het dossierbeheer, zoals toegelicht door eiseres in haar conclusie, is relevant bij de beoordeling van de geldigheid van het proces-verbaal van 14 november 2023.

De vordering van eiseres is op dit punt ongegrond.

4.3. Heeft het niet doorgaan van de controle op de maatschappelijke zetel invloed op de btw-schuld?

Eiseres blijkt te poneren dat indien er geen controle gebeurt op de maatschappelijke zetel van de belastingplichtige, het recht op aftrek van de btw m.b.t. te onderzoeken facturen automatisch dient te worden toegestaan.

De rechtbank volgt evenmin dit standpunt van eiseres en wijst er op dat eiseres het bewijs dient te leveren dat aan de aftrekbaarheidsvoorwaarden voldaan is van artikel 45, §1 Wbtw voor de afgetrokken btw in de roosters 59 van de btw-aangiften van 2020, 2021 en het eerste kwartaal van 2022, en dit ongeacht het antwoord op de vraag of de controle diende te gebeuren op de werkelijke maatschappelijke zetel, dan wel op de zetel welke de belastingadministratie als fiscaal domicilie heeft erkend.

Op de terechtzitting van 1 april 2025 werd aan eiseres vooralsnog de kans gegeven om de inkomende facturen en andere stukken die het recht op aftrek van de btw verantwoorden, voor te leggen aan verweerder.

Eiseres heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Het staat dan ook vast dat eiseres niet het op grond van artikel 45, §1 Wbtw vereiste bewijs heeft geleverd.

De vordering van eiseres is ongegrond.

5. Kosten van het geding

Eiseres dient als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld te worden tot de kosten van het geding.

Aangezien verweerder niet wordt vertegenwoordigd of wordt bijgestaan door een raadsman, is er geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk, doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet begroot en welke door de rechtbank vereffend worden op 0,00 euro.

Dit vonnis werd uitgesproken op zestien december tweeduizend vijfentwintig in openbare

zitting van de Kamer AFi1, die samengesteld was uit:

J. Vanden branden, rechter

C. Croon, griffier