Disposition pénale, amende administrative · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 22 janvier 2013

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrativeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-tribunal-gand-2013-01-22-820f

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
22 janvier 2013

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

51 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 22.01.2013

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 22 JANUARI 2013

Rolnummer AR 08/4460/A

In de zaak van :

D. BVBA, met maatschappelijke zetel te …, …, met als ondernemingsnummer BE …;

eiseres,

hebbende als raadsman Mter. S. S., advocaat, kantoorhoudende te …, …;

tegen :

1. De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12;

2. De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, vertegenwoordigd door de Eerstaanwezend inspecteur van het BTW-controlekantoor te Wetteren van wie de burelen gevestigd zijn te 9230 Wetteren, Gentsesteenweg 93.

verweerder,

vertegenwoordigd door Mter. E. V. A., advocaat, met kantoor te …, …;

Vonnist de rechtbank als volgt :

1. De rechtspleging

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 11 december 2012 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het geding inleidende verzoekschrift d.d. 30 december 2008 en de akkoordconclusies van de partijen, ter griffie neergelegd op 7 mei 2012.

2. De vordering

De eiseres verhaalt zich tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 19 december 2008 door de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Wetteren, en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 22 december 2008 door de gemandateerde eerstaanwezend inspecteur van het BTW-controlekantoor te Merelbeke.

De eiseres vordert de vernietiging van het bij het dwangbevel horende proces­verbaal van 25 september 2008 en vraagt de rechtbank te zeggen voor recht dat de daarin vermelde BTW, geldboeten en intresten niet verschuldigd zijn. De eiseres vordert de terugbetaling van de op grond van dit dwangbevel en proces­verbaal ten onrechte geïnde bedragen, te verhogen met de intresten.

In ondergeschikte orde vraagt de eiseres om aan het Hof van Justitie een prejudiciële vraag te stellen. De eiseres vraagt tevens de veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten van het geding en de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van elke kantonnering.

3. Beoordeling

3.1.

De administratie (verweerder) en eiseres zijn tot het volgende akkoord gekomen :

- ingevolge de beslissing d.d. 05 april 2012 vanwege de heer Gewestelijk directeur van de Administratie van de Fraudebestrijding (BBI, sector BTW) wordt de verschuldigde BTW a rato van € 60.604, 16 integraal gecompenseerd door een toegestaan recht op aftrek ervan;

- het recht op aftrek (compensatie) wordt bij diezelfde beslissing toegestaan op het moment van de oorzaak van verschuldigdheid van de BTW. In concreto houdt dit in dat er geen nalatigheidsinteresten meer zullen worden aangerekend;

- de verschuldigde geldboete (artikel 70, § 1 W.BTW) blijft behouden op 20 % van de verschuldigde BTW, zijnde € 12.120,00. Hieromtrent wordt eveneens verwezen naar de beslissing van 05 april 2012 voornoemd.

De partijen gaan akkoord dat over en weer geen enkele rechtsplegingsvergoeding wordt gevorderd in huidige procedure.

De verschuldigde sommen (BTW, boete en verlopen interesten) zijn integraal betaald onder voorbehoud. Aldus werd een som ten bedrage van € 78.056,96 voldaan.

Het vrijgekomen (te veel betaalde) bedrag zal in eerste instantie worden aangewend ter aanzuivering van de (eventueel) nog openstaande schulden ten aanzien van enige andere belastingadministratie (Venn. B, DB, ... ). In voorkomende geval zal het nog overblijvende tegoed worden terugbetaald aan eiseres, zonder enige nalatigheidsinterest : dit gegeven maakt eveneens deel uit van het tussen eiseres en verweerder getroffen akkoord.

3.2.

De partijen zijn tot een akkoord gekomen. Het voormelde akkoord komt de rechtbank in feite en in rechte als juist en rechtmatig over. Niets staat derhalve de onderhavige bekrachtiging bij vonnis in de weg.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Recht doende op tegenspraak.

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk.

Verleent aan de partijen akte van hun akkoord.

Zegt, conform dit akkoord, voor recht dat :

- de vordering van de eiseres gedeeltelijk gegrond is;

- de verschuldigde BTW wordt gecompenseerd door het toegestane recht op aftrek ervan;

- de geldboete a rato van 20 % van de verschuldigde rechten behouden blijft op € 12.120,00;

- de interesten door de toegestane compensatie van de aftrekbare BTW komen te vervallen;

- waarbij partijen akkoord zijn dat er over en weer geen enkele rechtsplegingsvergoeding wordt gevorderd;

Stelt vast dat de kosten tussen de partijen geregeld zijn.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op tweeëntwintig januari tweeduizend dertien, waar aanwezig waren :

de heer S. R., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw G. L., griffier.

G. L. S. R.