Disposition pénale, amende administrative · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 19 novembre 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrativeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-tribunal-gand-2003-11-19-1b06

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
19 novembre 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

48 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 19.11.2003

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 19 NOVEMBER 2003.

02/3024/A - In de zaak :

BVBA C., met maatschappelijke zetel te …, …, en met administratieve zetel te …, …, ingeschreven in het HR te Aalst onder nr. …,

eiseres,

hebbende als raadsman Mter B. R., advocaat te …, …;

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is aan de Wetstraat 12 te 1000 Brussel, in de persoon van de BTW-Ontvanger te Aalst, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9300 Aalst, Geraardsbergsesteenweg 234,

verweerder,

hebbende als raadsman Mter Ph. V., advocaat te …, …,

Vonnist de rechtbank als volgt :

1. PROCEDURE

1.1. Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 22 oktober 2003; Het debat werd gesloten en de zaak werd in beraad genomen;

1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen;

2. DE VORDERING

Eiseres verhaalt zich tegen de volgende administratieve beslissing :

Administratieve beslissing van de administratie van de BTW, registratie en domeinen, directie BTW-Gent te 9000 Gent, Savaanstraat 11 bus 4 d.d. 19/6/2002 (ref. : Gt. - BTW/437.473.463/MB) inzake de vraag tot vrijstelling van nalatigheidsintresten en kwijtschelding van geldboete gesteld door eiseres n.a.v. de haar opgelegde geldboete en nalatigheidsintresten in het kader van een beperkt fiscaal toezicht m.b.t. de teruggave van het 4de kwartaal 2001, over de periode van 1/10/2001 tot 31/12/2001.

De vordering, zoals laatst gelibelleerd in besluiten, luidt meerbepaald als volgt :

"De vordering van concluante toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond te verklaren;

De beslissing van de (Gewestelijke Directeur van de) Administratie van de BTW, registratie en domeinen, Directie BTW-Gent, Savaanstraat 11 bus 4 d.d. 19/6/2002 (ref. Gt.­ BTW/437.473.463/MB) waartegen deze procedure is gericht te vernietigen en de opgelegde geldboete en nalatigheidsintresten op te heffen.

Minstens de geldboete te verminderen tot de som van 123,95 EUR, wat volgens concluante ruim volstaat om deze inbreuk te bestraffen en de “schade” van de Belgische Staat te vergoeden, en de nalatigheidsintresten op te heffen.

De Belgische Staat te veroordelen tot het terugbetalen aan concluante van alle sommen die op grond van de aangevochten beslissing zijn geïnd, nl. de som van 2.055,00 EUR (verminderde boete) en de som van 329,42 EUR (nalatigheidsintresten), vermeerderd met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 418 WIB 92 en minstens de gerechtelijke intresten;

De Belgische Staat te veroordelen tot het betalen van de gerechtskosten met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding …"

3. BESPREKING

3.1. Partijen zijn het er ter terechtzitting over eens dat er te weinig BTW werd doorgestort, welke principieel het betalen van een boete en nalatigheidsintresten verschuldigd maken;

Partijen zijn het er tevens over eens dat er in hoofde van eiseres allerminst kwaad opzet in het spel was, maar dat er louter een administratieve fout in het spel was;

3.2. In het licht van wat voorafgaat komt een administratieve boete van 2.055,00 EUR, louter berekend op het te laat betaalde bedrag (5 % hiervan), overdreven over;

De aangerekende intresten daarentegen stemmen overeen met de schade geleden door verweerder, zodat hier geen matiging op zijn plaats is;

3.3. Gelet op wat voorafgaat en rekening houdende met de concrete elementen van het dossier, acht de Rechtbank het gepast de boete te herleiden tot het bedrag van 650 EUR, met dien verstande dat eiseres de kosten van de onderhavige procedure draagt (omdat haar vergissing uiteindelijk aan de basis ligt van de onderhavige procedure) en tevens met dien verstande dat verweerder tot op heden geen intresten verschuldigd is op het eventueel teveel ingehouden deel van de boete, rekening houdende met de onderhavige matigende beslissing;

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK, rechtdoende OP TEGENSPRAAK,

Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond in de hierna bepaalde mate;

Herleidt de litigieuze boete tot het bedrag van 650 EURO;

Beveelt de terugbetaling van het eventueel reeds teveel betaalde, rekening houdende met wat voorafgaat;

Wijst het anders en/of meergevorderde af;

Veroordeelt eiseres tot de kosten;

Begroot de kosten :

- in hoofde van eiseres op 171,05 EURO (6.900 BEF) rechtsplegingsvergoeding + 57,02 EURO (2.300 BEF) uitgavenvergoeding;

- in hoofde van verweerder op 171,05 EURO (6.900 BEF) rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gewezen en uitgesproken door de zesde fiscale kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van 19 november 2003, waar aanwezig waren :

alleenzetelend rechter M. V. d. B.,

griffier R. D.

R. D. M. V. d. B.