Disposition pénale, amende administrative · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 30 mai 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrativeTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-tribunal-anvers-2003-05-30-53fb

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
30 mai 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

37 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 30.05.2003

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op dertig mei tweeduizend en drie in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : AR Nr. 02/4816/A

BVBA E.F.L., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met zetel :

- gevestigd te …, … (volgens inleidende dagvaarding),

- gevestigd te …, … (volgens bericht van verwerende partij).

eisende partij,

niet verschijnend.

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Administratie der belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de Rekenplichtige van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, wiens burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….


Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder J. D. M. te … op 7 augustus 2002,

- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 9 oktober 2002.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 2 mei 2003.

Overwegende dat eisende partij, alhoewel behoorlijk opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek, niet is verschenen, noch iemand voor haar.

Overwegende dat het voordeel van artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek werd gevorderd.


De vordering strekt ertoe de dwangbevelen, uitgevaardigd op 15 en 23 mei 2002, nietig te verklaren, dienvolgens verweerder te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen die ten onrechte werden betaald of ingehouden, of toegerekend op sommen vermeld in de dwangbevelen, te vermeerderen met de moratoire intresten overeenkomstig artikel 91 W.BTW, in ondergeschikte orde de opgelegde administratieve boetes te herleiden tot het minimum en verweerder tevens te veroordelen tot de kosten van het geding.

Beoordeling

De administratieve geldboeten zijn conform artikel 70, § 4 W.BTW en het KB nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW.

De rechtbank is van oordeel dat deze boeten in redelijke verhouding staan met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten.

Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.

Dispositif

OM DIE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak ten opzichte van verweerder en rechtdoende bij vonnis dat overeenkomstig artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen ten opzichte van eiseres,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 334,66 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 167,33 EUR rechtsplegingsvergoeding.

N. D. P. W.