Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 01.06.2011
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 03/1759/A Rep. nr. 2011/7198
de NV T. H. T. P., (KBO-nr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,
eiseres,
voor wie is opgetreden Meester K. H. (balie Brussel) loco Meester B. C., advocaat met kantoor te …, …,
tegen :
1. de FOD FINANCIËN, sector BTW, in de persoon van de e.a. inspecteur van het BTW-controlekantoor ROESELARE III, met kantoren te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30,
2. de FOD FINANCIËN, Administratie van de Invordering, sector BTW, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Roeselare, met kantoren te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30,
verweerders, hierna genoemd 'verweerder',
voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het geding inleidend dagvaardingsexploot de dato 28 mei 2003.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 4 mei 2011.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS DER ZAAK
2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTWregistratienummer BE … voor de activiteit van groothandel in motorvoertuigen. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTWwetgeving en de ten uitvoering ervan genomen besluiten.
2.2. Naar aanleiding van een BTW-controle van de boekhouding gevoerd door eiseres over de periode van 1 februari 2003 tot 28 februari 2003, controle die aangevangen werd op 11 maart 2003 oordeelde verweerder dat eiseres ten onrechte een herziening in haar voordeel had verricht door inschrijving van 168.218,23 EUR in vak 62 van de BTW-aangifte van de maand februari 2003.
Eiseres steunde op artikel 77, § 1, 1° W.BTW stellende dat er in haar hoofde recht op teruggaaf was omdat de belasting (in casu de BTW vermeld op de uitgereikte verkoopfacturen aan de BVBA T.) het bedrag te boven ging dat wettelijk verschuldigd was.
Van deze controle werd op 24 juli 2003 een proces-verbaal geredigeerd door M-C D., e.a. inspecteur bij de administratie van de BTW, verbonden aan het controlekantoor van de BTW Roeselare 1, waarin de verwerping van de herziening werd geacteerd en waaruit blijkt dat eiseres zou verschuldigd zijn :
1. als BTW : de som van 168.214,24 EUR
2. als wettelijke geldboete op grond van artikel 70, § 1, 1° W.BTW : het dubbel van de verschuldigde BTW, zijnde 336.430 EUR;
3. de intresten bedoeld in en te berekenen overeenkomstig artikel 91, § 1 W.BTW verschuldigd sinds 21 maart 2003 (stuk 1 - administratief dossier).
Bij geding inleidend dagvaardingsexploot de dato 28 mei 2003 tekende eiseres verzet aan tegen voormeld proces-verbaal de dato 24 juli 2003.
2.3. Eiseres vraagt dat : de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard; dat alvorens ten gronde recht te doen, onderhavige zaak samengevoegd wordt met de BTW-zaak lastens BVBA T. (AR 08/216/A) hangende voor deze Rechtbank; dat de behandeling van beide gevoegde zaken opgeschort wordt op grond van het beginsel "Le criminel tient Ie civil en état" en dit in afwachting van de uitspraak door de strafrechter in de strafprocedure lastens eiseres; voor zover geen toepassing gemaakt wordt van het beginsel "Le criminel tient Ie civil en état'' prejudiciële vragen gesteld worden aan het Grondwettelijk Hof; dat minstens de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat gezegd wordt voor recht dat het bestreden proces-verbaal de dato 24 juli 2003 nietig en van generlei waarde is omdat de erin vervatte vordering van verweerder niet gegrond is en dat het daarin gevorderde bedrag ten titel van rechten en boeten niet verschuldigd is; subsidiair dat de administratieve boete van 200 % kwijtgescholden wordt of minstens substantieel verminderd en dat verweerder veroordeeld wordt tot de gedingkosten begroot op 5.000 EUR rechtsplegingsvergoeding.
2.4. Verweerder vraagt dat : de vordering ontvankelijk doch ongegrond verklaard wordt en de gedingkosten begroot op 5.000 EUR rechtsplegingsvergoeding ten laste van eiseres worden gelegd.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van deze vordering kunnen leiden. Nu de Rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. nopens de opschorting van de zaak
a.Eiseres voert aan dat er een procedure hangende is voor onderhavige Rechtbank gekend onder AR 08/216/A inzake BVBA T. die bij vonnis van november 2008 van de vierde kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge voor onbepaalde duur werd uitgesteld gelet op het adagium "Le criminel tient Ie civil en état'' en gelet op de thans hangende strafzaak lastens de BVBA T. bij de Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren gekend onder not. nr. … waarbij de BVBA T. in verdenking is gesteld van het plegen van BTW-fraude, zodat niet met zekerheid kan gesteld, worden dat de kwestieuze BTW sowieso niet aftrekbaar zal zijn.
Omwille van het feit dat voor de BVBA T. de aftrek van de BTW nog niet definitief verworden is en rekening houdende met het nog aan de gang zijnde strafonderzoek lastens de BVBA T. verzoekt eiseres huidige zaak, in afwachting van de uitspraak in de strafzaak lastens BVBA T. naar de bijzondere rol te verzenden.
b.In casu stelt de Rechtbank vast dat het geding hangende tussen BVBA T. en de Belgische Staat-BTW (AR 08/216/A) tot voorwerp heeft de vraag om het recht op aftrek van BTW in hoofde van de BVBA T..
Onderhavig geschil heeft als voorwerp de verwerping door verweerster van de door eiseres verrichte herziening in haar voordeel door inschrijving van 168.218,23 EUR in vak 62 van de BTW-aangifte van de maand februari 2003.
Eiseres roept ten gronde in dat het recht op teruggaaf in haren hoofde samenhangt met de verwerping van de aftrek van de BTW in hoofde van de BVBA T. en het beginsel van neutraliteit van de BTW.
In het geval dat de Rechtbank in het geschil BVBA T./BTW (AR 08/216/A) zou statueren dat BVBA T. de BTW terecht in aftrek heeft : gebracht, stelt eiseres dat haar verzoek tot teruggaaf van de door haar doorgestorte BTW zonder voorwerp is en stelt zij afstand te doen van de vordering tot teruggaaf.
Derhalve kan aangenomen worden dat de tussen te komen beslissing in de strafzaak zijn weerslag kan hebben op onderhavig geschil.
c.Ingevolge de hervorming van de fiscale procedure werd artikel 462 WIB 1992 geschrapt (opgeheven door artikel 47 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen - inwerkingtreding 6 april 1999).
In fiscale zaken was de strafrechter verplicht zijn uitspraak over fiscale tenlasteleggingen uit te stellen indien bij een andere gerechtelijke of administratieve overheid een fiscaal geschil aanhangig was waarvan de afloop een invloed kon hebben op de strafvordering. De strafrechter moet aldus de fiscale rechter laten voorgaan vooraleer hij tot een uitspraak kan komen. Deze regeling werd ongedaan gemaakt. In fiscale zaken, zowel inzake inkomstenbelasting als inzake BTW keert men aldus terug naar de toestand zoals deze gold voor het "charter van de belastingplichtige". Men is dus teruggekeerd naar een gewone toepassing van het in artikel 4 van de voorafgaande titel van het wetboek van strafvordering geformuleerde beginsel, "Le criminel tient Ie civil (en dus ook Ie fiscal) en état".
Door de wet tot hervorming van de fiscale procedure werd de voorrang van de 'fiscale rechter opgeheven.
d.Artikel 4, 1° lid, tweede zin VTSV heeft tot doel te vermijden dat er tegenspraak ontstaat tussen gerechtelijke uitspraken van enerzijds burgerlijke en anderzijds van strafrechtelijke aard met betrekking tot vorderingen die eenzelfde oorzaak hebben (over dezelfde feiten gaan) en waaruit gemeenschappelijke gevolgen voortvloeien. Dat artikel is hier wel degelijk van toepassing. In dat geval moet de rechtbank, zelfs ambtshalve, de burgerlijke vordering opschorten vermits ze krachtens de wet die van openbare orde, geschorst is.
Aangezien thans nog geen definitieve uitspraak is tussengekomen in de strafprocedure lastens BVBA T. en de aftrek van de BTW in hoofde van de BVBA T. nog niet definitief verworven is, dient onderhavige zaak dan ook te worden opgeschort tot er een definitieve uitspraak is in de strafzaak lastens BVBA T..
3.3. nopens de kosten
Vermits dit geen definitieve uitspraak is wordt de uitspraak over het lot der gerechtskosten voorlopig aangehouden.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet terzake dienend.
Schort de behandeling der zaak op tot definitief zal beslist zijn over de strafvordering die met betrekking tot de onderliggende feiten in verband met de BVBA T. is ingesteld en verzendt daartoe de zaak naar de bijzondere rol.
Houdt de beslissing nopens de gedingkosten aan.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op woensdag één juni tweeduizend en elf.
N. H., rechter, voorzitter van de Kamer;
L. D. P., rechter;
A. H., rechter;
N. L., griffier.
N. L. A. H. L. D. P. N. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.