Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 15 janvier 2008

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instanceTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-tribunal-bruges-2008-01-15-562f

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
15 janvier 2008

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

63 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 15.01.2008

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak 06/888/A

de N.V. IHC G., (RPR Brugge nr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,

eiseres

voor wie optreedt Meester F. S., advocaat met kantoor te …, …,

TEGEN

1. de F.O.D. FINANCIËN, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te BRUGGE, met kantoor gelegen te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4, doch voor zoveel als nodig woonstkiezende op het kantoor van de heer Eddy Vynck, gerechtsdeurwaarder, met burelen te 8000 BRUGGE, Leopold II-Iaan 130,

2. de F.O.D. FINANCIEN, in de persoon van de heer e.a. inspecteur diensthoofd bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, A.O.I.F. Controlecentrum Brugge, met kantoren gelegen te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

verweerders. hierna genoemd 'verweerder'

voor wie is opgetreden Meester F. N. (balie …) loco Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 16 maart 2006.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 18.12.2007.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge haar activiteit van realisatie van informaticatoepassingen. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 12 december 2005 werd door het AOIF een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde m.b.t. de periode van 1 januari 2002 tot 31 december 2004.

Op 20 december 2005 werd een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 20 december 2005 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd. Volgens dit dwangbevel was eiseres … EUR BTW en … EUR boete verschuldigd.

Voormeld dwangbevel werd op 21 december 2005 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door W. K., e.a. inspecteur-diensthoofd bij de BTW-directie te Brugge.

Met een tegensprekelijk verzoekschrift de dato 16 maart 2006 stelt eiseres haar vordering in.

2.2. Eiseres vraagt dat de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat het bestreden dwangbevel, uitgevaardigd op 20 december 2005 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 21 december 2005, ongegrond is en dat de in het bestreden dwangbevel vermelde BTW-sommen niet verschuldigd zijn. Ondergeschikt vraagt eiseres de kwijtschelding van de opgelegde boeten. Verder vraagt zij de terugbetaling van alle sommen die werden betaald of ingehouden, verhoogd met de moratoire rente vanaf de dag der betaling en· met de gerechtelijke rente vanaf heden.

Tenslotte vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.

2.3. Verweerder vordert dat het verzoekschrift ontvankelijk en, met uitzondering van de opgelegde boete, ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

III. BEOORDELING

3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. nopens de grond

3.2.1. nopens de schending van artikel 28, 2° en 77, W.BTW en de beginselen van behoorlijk bestuur

3.2.1.1. Op 12 april 2001 heeft eiseres met de vereniging I. (vereniging van Vlaamse ziekenhuizen die tot doel heeft te zorgen voor het beheer, de studie, de organisatie en de bedrijfsvoering van de informaticaverwerking bij ziekenhuizen die door OCMW's worden beheerd) een samenwerkingscontract gesloten inzake ziekenhuisinformatica. Deze samenwerking behelst in hoofdzaak de ontwikkeling van softwaretoepassingen in opdracht van de vereniging I. en ten behoeve van haar leden. Daarnaast worden door eiseres diezelfde toepassingen gecommercialiseerd naar andere ziekenhuizen niet-leden.

Naast de intellectuele eigendomsrechten op de voor de door de vereniging I. bestelde ontwikkelingen voor leden van de vereniging, bekomt de vereniging ook de intellectuele eigendom van de gecommercialiseerde toepassingen naar de niet-leden.

De verkoop van de softwaretoepassingen naar de niet-leden gebeurt door eiseres en de aan I. toekomende opbrengst van die commercialisatie wordt in mindering gebracht van de door eiseres aan I. uitgereikte facturen voor de diensten die in het kader van de door I. bestelde ontwikkelingen worden gefactureerd.

In tegenstelling met wat eiseres voorhoudt, kan deze aan I. toekomende opbrengst uit de commercialisatie geenszins beschouwd worden als een prijsvermindering van de voor de eigen leden van I. bestelde ontwikkelingen. Het feit dat in de overeenkomst uitdrukkelijk gesteld wordt dat die opbrengsten door middel van een korting ten goede komen van I. is een louter financiële regeling die geen enkele invloed heeft op de bepaling van de maatstaf van heffing voor! de dienstprestatie die eiseres uitvoert voor rekening van I., met name het ontwikkelen van softwaretoepassingen voor leden van I..

Uit de samenwerkingsovereenkomst blijkt dat de opbrengsten van de commercialisatie van de softwaretoepassingen naar niet bij de vereniging I. aangesloten ziekenhuizen toekomt voor 50 % aan I.. Bijgevolg heeft I. aan eiseres, die ten overstaan van de andere ziekenhuizen - niet-leden van I. optreedt als eigenaar van de ontwikkelde software en ze dus factureert, het recht verleend om haar aandeel in de eigendomsrechten te commercialiseren. Het verlenen van dergelijke rechten valt onder het toepassingsgebied van artikel 18, § 1, tweede lid, 7° W.BTW en diende dan ook door de vereniging I. gefactureerd te worden, los van de prestaties die eiseres voor I. verrichtte. Bijgevolg mocht eiseres de maatstaf van heffing voor haar prestaties niet verminderen met de waarde van de licentieopbrengsten.

3.2.1.2. Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat de beginselen van behoorlijk bestuur en in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel van toepassing zijn in fiscale zaken. Het rechtszekerheidsbeginsel is evenwel geen onbeperkt recht. In functie van de concrete omstandigheden dient een afweging plaats te vinden tussen het rechtszekerheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel. In casu verdient het legaliteitsbeginsel voorrang omdat er in hoofde van de belastingplichtige geen gerechtvaardigde verwachtingen werden gecreëerd naar aanleiding van het feit dat de administratie gedurende meerdere jaren de door eiseres toegepaste wijze van bepaling van de maatstaf van heffing heeft aanvaard, gelet op de uitdrukkelijke wetsbepalingen die de belastingplichtige geacht wordt te kennen.

Verweerder heeft derhalve het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur van: het opgewekt vertrouwen niet geschonden.

3.2.2. nopens de boete

3.2.2.1. Op grond van artikel 70, § 1, W.BTW is een evenredige fiscale geldboete verschuldigd voor de overtreding van de verplichting de belasting te voldoen van tweemaal het bedrag van de verschuldigde rechten. Deze geldboete werd verminderd overeenkomstig de schalen in bijlage aan het KB nr. 41 van 30 januari 1987.

3.2.2.2. Boetes van 10 % en 20 % op het BTW-bedrag en voor een bedrag van in totaal … EUR hebben een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

3.2.2.3. Nu de betwisting wordt gevoerd op principiële gronden welke niet van meet af aan als ongegrond konden worden aanzien, zijn er geen gronden om boetes op te leggen.

3.3. nopens de kosten

Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk van elk van de partijen moeten zij elk hun eigen gerechtskosten dragen.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzoekschrift ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder gevorderde BTW ten bedrage van … EUR gegrond is.

Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder opgelegde boetes ten bedrage van … EUR ongegrond is.

Beveelt dienvolgens verweerder om over te gaan tot terugbetaling aan eiseres van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte dat gegrond werd bevonden, te vermeerderen met de verwijlinterest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inning of de inhouding, daarin begrepen zijnde de gerechtelijke rente vanaf datum dagvaarding tot op datum van volledige betaling.

Wijst eiseres van het overige af.

Verwijst elk van de partijen in hun eigen gerechtskosten, in welk geval het overbodig is die kosten vast te stellen.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag vijftien januari tweeduizend en acht.

Aanwezig zijn :

H. N., alleenrechtsprekend rechter;

L. N., griffier.

N.L. H. N.