Disposition commune, preuve, mesure de contrôle · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Anvers 25 septembre 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Disposition commune, preuve, mesure de contrôleTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-commune-preuve-mesure-controle-cour-appel-anvers-2003-09-25-5ce5

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Anvers
Date
25 septembre 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

74 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Anvers du 25.09.2003

Résume non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :

1996/AR/1819

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Turnhout, wiens kantoren gevestigd zijn te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22;

appellant,

tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout d.d. 17 april 1996,

vertegenwoordigd door Mr. P. B. loco Mr. P V. D. S., advocaat te …, …;

tegen :

M. V., wonende te …, …;

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. F. J. loco Mr. L. V., advocaat te …, …;

1. ANTECEDENTEN

De Belgische Staat heeft op 15 mei 1984 een dwangbevel betekend aan de heer M. V. in betaling van een bedrag van € … (… BEF) aan BTW en een bedrag van € … (… BEF) aan boete meer interesten.

De gevorderde BTW had betrekking op een meeromzet berekend op grond van een reeks beweerd niet aangegeven aankopen van bloem die de heer V. zou gedaan hebben bij de NV M. H. en is gesteund op een proces-verbaal van 9 november 1983 opgesteld naar aanleiding van een controle bij de Heer V. en op gegevens geput uit een strafdossier inzake de NV M. H.

De heer V. heeft op 18 mei 1984 verzet gedaan tegen dit dwangbevel.

Ingeroepen werd dat (1) de bewijsvergaring op onregelmatige/onwettige wijze is geschied en (2) de regels omtrent de bewijsvoering door middel van feitelijke vermoedens werden geschonden.

Bij vonnis van 17 april 1996 heeft de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout het verzet gegrond verklaard en voor recht gezegd dat de belasting en boete niet verschuldigd zijn.

De eerste rechter overwoog hierbij dat de informatie geput uit het strafdossier inzake de NV M. H. door inzage en afschrift van bepaalde stukken uit dit strafdossier te nemen, op onwettige wijze was verkregen door de ambtenaren van de BTW­administratie nu het BTW-wetboek toen in 1982 - anders dan het WIB - de mogelijkheid van dergelijke onderzoeksdaden niet voorzag

Bij verzoekschrift neergelegd op 28 mei 1996 heeft de Belgische Staat hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

2. BEOORDELING

a) bewijsvergaring

Bij brief van 10.12.1981 werd aan de Procureur-generaal toelating gevraagd krachtens artikel 235 van het WIB en artikel 211 van het wetboek der met zegel gelijkgestelde taksen inzage te nemen van het strafdossier inzake de NV M. H. en afschrift te nemen van de nuttige stukken.

Bij schrijven van 12.1.1982 wordt deze toelating verleend onder verwijzing naar het verzoek en met bovenaan links een referte "B 64/81 - T 125 – art. 235, § 1 W.I.B."

Het gegeven dat in deze brief enkel artikel 235 WIB wordt vermeld betekent niet dat de toelating beperkend zou zijn verleend met uitsluiting van artikel 211 van het wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

Het is juist dat het BTW-wetboek voor de invoering van artikel 93quaterdecies geen tekst bevatte die inzage van een gerechtsdossier mogelijk maakte doch de ambtenaren van de BTW-administratie beschikten reeds voordien over deze onderzoeksbevoegdheid krachtens artikel 1 van de wet van 28 juli 1938, gewijzigd bij artikel 34 van de wet van 20.8.1947, die als gemeenschappelijke bepalingen gelden voor alle rijksbelastingen met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde.

Er werd dan ook op regelmatige wijze inzage en afschrift genomen van het desbetreffende strafdossier.

b) Bewijswaarde van de verzamelde gegevens

Het dwangbevel is gesteund op een proces-verbaal van 9.11.1983 waarin enerzijds vastgesteld wordt dat uit stukken tijdens een gerechtelijk onderzoek in beslag genomen bij de NV M. H. gebleken is dat in 1980 10.410 kg bloem en in 1981 5.020 kg bloem meer zou zijn geleverd aan de Heer V. dan in de facturen opgegeven en anderzijds de meeromzet berekend werd te weten … BEF voor 1980 en … BEF voor 1981.

Dat meer bloem geleverd werd dan gefactureerd werd steeds volgens dit proces-verbaal afgeleid uit een vergelijking tussen de facturen en de vervoerdocumenten enerzijds en de bij de NV M. H. teruggevonden interne transportoverzichten anderzijds zoals weergegeven in het proces-verbaal van 14 maart 1986 van de ambtenaar van de BTW-administratie aan wie toelating werd verleend het gerechtelijk dossier in te zien.

Krachtens artikel 59, § 1 W.BTW leveren de processen-verbaal bewijs op tot het tegendeel is bewezen.

Deze bijzondere bewijskracht is beperkt tot de eigen vaststellingen van de verbalisanten doch strekt zich niet uit tot de conclusies die zij uit deze vaststellingen trekken.

Zo zulks in casu betekent dat het bestaan zelf van deze verschillen in de onderzochte documenten tot bewijs van het tegendeel dat niet wordt bijgebracht geldt, blijft te onderzoeken cf de conclusie van de administratie dat de heer V. bloem zonder factuur aankocht bij de NV M. H. op grond van deze stukken verantwoord is.

De heer V. betwist bloem zonder factuur aangekocht te hebben.

De transportoverzichten hoe gedetailleerd ook opgesteld zijn interne eenzijdige stukken, afkomstig van een derde en zij tonen op zich niet de materialiteit van de zwarte leveringen aan doch moeten getoetst en aangevuld worden door andere elementen om een bewijskrachtig geheel te vormen.

In casu worden er door de administratie geen andere elementen - ook niet het gerechtelijk dossier inzake de NV M. H. ­ dan de twee processen-verbaal bijgebracht zodat de bewijsvoering faalt.

Het gegeven dat er rechterlijke beslissingen zijn in gelijkaardige zaken waarin geoordeeld werd dat de afnemers van de NV M. H. wel hoeveelheden bloem zonder factuur aankochten is niet relevant nu de regelmatigheid van de bewijsvoering door middel van feitelijke vermoedens in concreto moet beoordeeld worden aan de hand van de elementen eigen aan de specifieke zaak.

Het bestreden vonnis dient dan ook bevestigd te worden zij het op grond van andere motieven

OM DIE REDENEN

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ongegrond.

Verwijst appellant in de kosten van het hoger beroep, deze tot op heden aan de zijde van geïntimeerde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijfentwintig september tweeduizend en drie.

waar aanwezig waren :

de heer E. H., Voorzitter

mevrouw A. W., Raadsheer

de heer E. L., Raadsheer

mevrouw G. V., Griffier.

G. V. E. L. A. W. E. H.

Kop

CASSATIE. - ALGEMEEN. OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. – AARD VAN HET CASSATIEGEDlNG. - Opdracht van het ……… – Verbetering van een arrest. - Art. 794, Ger.W.

Samenvatting

In burgerlijke zaken verbetert het Hof, op verzoek van een partij, een verschrijving in een van zijn arresten.

Wettelijke basis

GERECHTELIJK WETBOEK, ART. 794

Publicatie

- ARRESTEN VAN HET Hof van Cassatie VAN 2000 (201)

- PASICRISIE BELGE VAN 2000 (1/201)

Tekst

HET HOF,

Gelet op het arrest van het Hof van 2 september 1999;

Gelet op het verzoekschrift tot verbetering van het arrest;

Overwegende dat het arrest als volgt beslist ; “Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre dit de voorziening ontvankelijk verklaart";

Dat uit de redenen van het arrest blijkt dat het middel wordt ingewilligd; dat uit die redenen kennelijk volgt dat het woord "behalve" bij verschrijving in het dictum is weggelaten;

Dat het verzoek gegrond is;

Dispositif

OM DIE REDENEN,

eenparig beslissend,

Zegt voor recht dat het woord "behalve'' moet worden ingevoegd in de eerste regel van het dictum tussen het woord “arrest” en de woorden “in zoverre” zodat de eerste zin van het dictum luidt :

“Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit de voorziening ontvankelijk verklaart”.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het arrest van het Hof van 2 september 1999 en van het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 4 februari 1997;

Legt de kosten ten laste van de Staat.