Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel dd
Jugement du Tribunal de Première Instance de Bruxelles dd. 10.01.2003, Cause 02/5766/A
Le Courrier Fiscal 2003/255
Déduction de la taxe.
Garagiste.
Location.
Moyens de transport.
Résumé
Il ne peut être déduit de l'art. 45, par. 2, al. 2, a CTVA que seules les entreprises spécifiques de location de voitures ont droit à la déduction intégrale de la taxe en amont. Les entreprises dont l'activité économique consiste en la vente de voitures ont également droit à la déduction intégrale de la taxe en amont sur les voitures qu'elles louent. L'art. 45, par. 2, al. 2, a CTVA utilisant deux fois la conjonction 'ou', il doit être admis que le législateur a prévu deux alternatives interchangeables pour l'application de cette exception à la limitation de déduction de la taxe en amont sur les véhicules automobiles. Dans le système TVA, la déduction intégrale de la taxe en amont est la règle. Les exceptions aux limitations de déduction ne doivent donc pas être interprétées de façon stricte, mais de façon large.
Texte intégral
Corps de la décision
A.R. : 02/5766/A
Fiscaal geschil
Op tegenspraak
Eindvonnis
Bijlage :
1 exploot
2 conclusies
In zake van :
GARAGE P., met maatschappelijke zetel gevestigd te … …, … , ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer …, B.T.W. nummer BE …
Eisende partij
Vertegenwoordigd door Mter F loco Mter S, advocaat te ...
Tegen :
De BELGISCHE STAAT, Administratie van de B.T.W., registratie en domeinen op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het B.T.W.-ontvangkantoor te Vilvoorde, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1800 Vilvoorde, Groenstraat, 51
Verwerende partij
Vertegenwoordigd door Mter J. loco Mter J , advocaat …
In deze zaak, in beraad genomen op 13 december 2002, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit :
I. PROCEDURE :
Gelet op de in regelmatige vorm voorgelegde stukken van de rechtspleging, inzonderheid :
- het exploot van dagvaarding houdende verzet tegen dwangbevel, betekend door gerechtsdeurwaarder P. Verhamme te 1160 Oudergem op 18 april 2002 op verzoek van eiseres, waardoor het geding aanhangig werd gemaakt;
- de besluiten van verweerder, neergelegd ter griffie op 30 juli 2002;
- de besluiten van eiseres, neergelegd ter griffie op 26 augustus 2002.
Gehoord de advocaten van partijen ter openbare zitting van 13 december 2002, waarna de bundels met de stavingsstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.
Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, zoals nadien gewijzigd.
II. FEITEN EN RETROACTEN :
De NV Garage P, huidige eiseres, is sinds 1 januari 1975 als BTW-belastingplichtige geregistreerd. Zij is dealer van Volvo-wagens en naast de verkoop van personenwagens staat zij ook in voor het onderhoud van de personenwagens van haar cliënteel.
Teneinde haar cliënten, die tijdelijk hun auto in de garage achterlaten, de mogelijkheid te geven zich verder te verplaatsen, beschikt de NV Garage P over een aantal vervangwagens, die voor kortere periodes door de cliënten worden gebruikt.
Tijdens de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 december 1999 onttrok de NV Garage P drie personenwagens aan haar voorraad om ze als vervangvoertuigen ter beschikking te stellen van haar cliënteel.
In toepassing van art. 12, § 1, lid 1, 3° W. B.T.W . maakte de NV Garage P telkenmale een inkomende factuur op en werd de aangerekende BTW hierbij integraal in aftrek genomen.
Daarnaast huurde de NV Garage P een aantal vervangwagens bij de NV Volvo Cars, waarbij de BTW op deze voertuigen eveneens integraal werd afgetrokken, wat ook gold voor de aangerekende BTW op de herstelling van de vervangwagens.
Op 20 november 2001 oefende de heer De Boeck, eerstaanwezend verificateur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, een controle uit bij de NV Garage P voor de periode van 1 juli 1997 tot 31 december 1999.
Op 30 november 2001 werden de tijdens deze controle gedane vaststellingen en de verschuldigde sommen opgenomen in een proces-verbaal.
Uit voornoemd proces-verbaal blijkt dat de NV Garage P de volgende sommen aan de BTW-administratie verschuldigd is :
•als BTW : 7.236,06 euro
•als wettelijke boete : 718,89 euro
•interest op grond van art. 91, § 1, W. B.T.W ., te berekenen
•vanaf 21 januari 2000 aan 0,8 % per maand over 7.213,70 euro : p.m.
Op 22 januari 2002 vaardigde de Belgische Staat, huidig verweerder, een dwangbevel uit, dat op 29 januari 2002 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
Op 4 februari 2002 werd een dwangbevel betekend, aangezien de NV Garage P niet akkoord ging met het standpunt van de administratie. Daarbij werden de volgende bedragen gevorderd :
•als BTW : 7.236,06 euro
•als wettelijke boete : 718,89 euro
•interesten (25 maanden) : 1.446,00 euro
•inningsrecht : 89,42 euro
•kosten exploot : 131,64 euro
totaal : 9.622,01 euro
bedrag vanaf 1 februari 2002 te verhogen met uitvoeringskosten en interesten ten bedrage van 63,52 euro per begonnen maand.
Op 15 februari 2002 bracht de BTW-controle te Asse de NV Garage P bij aangetekend schrijven ter kennis dat haar tegoed van 9.533,60 euro op 30 januari 2002 ambtshalve werd overgeboekt naar haar openstaande schuld in Mechelen ref. 401.1204.71893.
Op 18 april 2002 tekende de NV Garage P verzet aan tegen het dwangbevel.
III. IN RECHTE :
A. STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Eiseres vraagt haar vordering tot teruggaaf ontvankelijk en gegrond te verklaren; dienvolgens :
•verweerder te veroordelen tot terugbetaling aan haar van de som ten belope van 9.533,60 euro, bedrag te vermeerderen met de wettelijke nalatigheidsinteresten vanaf datum betaling;
•het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad, niettegenstaande verzet of beroep en met uitsluiting van elke mogelijkheid van kantonnement.
Verweerder vraagt het verzet tegen dwangbevel ongegrond te verklaren en eiseres ervan af te wijzen.
B. BEOORDELING :
1) Wat de vordering van eiseres betreft :
1.1. Verweerder is van oordeel dat eiseres niet kan genieten van de in art. 45, § 2, lid 2, a W. B.T.W . bepaalde uitzondering inzake de verhuur of de ter beschikkingstelling van personenwagens en wagens voor dubbel gebruik omdat zij niet bekend staat als een specifiek verhuurbedrijf van personenwagens, maar enkel gespecialiseerd is in de verkoop van personenwagens en wagens voor dubbel gebruik.
Verweerder meent dat voor de toepassing van voormelde bepaling uit het W. B.T.W . een strikte scheiding dient te worden gemaakt tussen verkoop en verhuur van personenwagens.
Dit houdt volgens hem in dat een garagehouder de uitzonderingsbepaling van art. 45, § 2, lid 2, a W. B.T.W . niet kan inroepen indien hij verhuurt of vervangwagens ter beschikking stelt van zijn cliënteel.
1.2. Eiseres is van oordeel dat de redenering van de administratie op een foutieve lezing en interpretatie van art. 45, § 2, lid 2, a W. B.T.W . berust.
Als algemene regel stelt art. 45, § 1 W. B.T.W . dat elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek mag brengen die geheven is van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen in de mate dat die goederen en diensten worden gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.
Bij wijze van uitzondering bepaalt art. 45, § 2, lid 1 W. B.T.W . dat de aftrek in geen geval hoger mag zijn dan 50 % van de betaalde belasting ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen.
Als uitzondering op de uitzondering stelt art. 45, § 2, lid 2, a W. B.T.W . dat art. 45, § 2, lid 1 W. B.T.W . niet van toepassing is "op voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen".
Eiseres leidt hieruit met reden af dat de voorbelasting volledig aftrekbaar is met betrekking tot voertuigen die bestemd zijn om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen.
Uit art. 45, § 2, lid 2, a W. B.T.W . kan bijgevolg niet worden afgeleid dat de volledige aftrek voor auto's bestemd voor verhuring enkel zou zijn voorbehouden voor verhuurondernemingen.
Ook ondernemingen, waarvan de activiteit bestaat uit de verkoop van automobielen, zoals dat het geval is voor eiseres, komen derhalve in aanmerking voor de volledige aftrek van de BTW op de wagens die door hen worden verhuurd (in dezelfde zin, zie : Rb. Gent, 7 juni 2001, Fiscoloog, 2002, nr. 836, p. 7).
Volkomen terecht houdt eiseres voor dat de wet tweemaal de term 'of' gebruikt, hetgeen inhoudt dat het om twee alternatieven gaat die onderling verwisselbaar zijn (in dezelfde zin, zie : Rb. Gent, 7 juni 2001, voormeld).
Indien de interpretatie van verweerder de juiste zou zijn geweest, had de wetgever ofwel twee specifieke artikelen uitgevaardigd, ofwel gebruikt gemaakt van de term 'respectievelijk' of een gelijkaardige uitdrukking.
Bovendien benadrukt eiseres nog met reden dat de in art. 45, § 2, lid 1 W. B.T.W . bepaalde uitzondering op de algemene regel van art. 45, § 1 strikt dient te worden uitgelegd, terwijl de in art. 45, § 2, lid 2 W. B.T.W . terug te vinden uitzondering op deze uitzondering niet strikt, maar ruim dient te worden geïnterpreteerd (anders, ten onrechte : Rb. Turnhout, 24 december 1993, Fisc. Koer., 1994, 517).
Derhalve dient de vordering van eiseres te worden ingewilligd.
2) Wat de gevraagde uitvoerbaarheid bij voorraad van het tussen te komen vonnis betreft, niettegenstaande verzet of beroep en met uitsluiting van elke mogelijkheid van kantonnement :
Aangezien onderhavige zaak reeds geruime tijd aansleept, meent de rechtbank dat het verantwoord is om in te gaan op het verzoek van eiseres om het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande verzet of beroep.
Wat de gevraagde uitsluiting van elke mogelijkheid van kantonnement betreft, dient te worden aangenomen dat het door de schuldeiser gevorderde verbod tot kantonnement beschikking over de gelden nodig heeft. Enkel indien de vertraging in de regeling hem blootstelt aan een ernstig nadeel, kan het kantonnement worden verboden (zie : Brussel, 25 april 1997, P. & B., 1997, 224; Brussel, 8 juli 1998, J.T., 1998, 796; DIRIX, E. en BROECKX, K., Beslag, in A.P.R., Brussel, E. Story-Scientia, 1992, nr. 360, p 196).
De rechtbank dient vast te stellen dat eiseres haar vordering ter zake geenszins motiveert.
Aangezien het kantonnement een recht is voor de debiteur, onder voorbehoud van toepassing van art. 1406 Ger. W. (zie : Brussel, 25 april 1997, voormeld), dient het door eiseres gevraagd kantonnementsverbod te worden afgewezen.
Dispositif
OM DIE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, zoals nadien gewijzigd.
Rechtsprekend in eerste aanleg, na tegenspraak.
Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,
Verklaart de vordering van de NV Garage P ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond.
Veroordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling aan de NV Garage P van de som ten belope van 9.533,60 euro, bedrag te vermeerderen met de wettelijke nalatigheidsinteresten vanaf datum betaling.
Veroodeelt de Belgische Staat tot de kosten van het geding, begroot in hoofde van de NV Garage P op 541,39 euro, en in zijnen hoofde op 327,22 euro.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of beroep.
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel,
op datum van : 10 januari 2003,
Waar aanwezig waren en zitting namen :
•de heer VERSTAPPEN, alleenrechtsprekend rechter, en
•mevrouw BOMBAERTS, afgevaardigd adjunct-griffier
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.