Déchets d'emballage · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Anvers 6 décembre 2011

Rechercher
Texte en néerlandais

Déchets d'emballageTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/dechets-emballage-cour-appel-anvers-2011-12-06-56ae

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Anvers
Date
6 décembre 2011

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

50 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 06.12.2011

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

EINDARREST

Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :

In zake : 2009/AR/3296

L. N. OV, met maatschappelijke zetel te …, …,

appellante,

tegen het vonnis gewezen op 01 oktober 2009 door de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, vertegenwoordigd door Mr. B. E. loco Mr. V. H., advocaat te …, …,

tegen :

1. ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de Gewestelijk Directeur van de directie BTW, te 3500 HASSELT. Voorstraat 43 bus 40.

2. BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN, Kabinet van de Minister van Financiën, te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 10,

geïntimeerden,

vertegenwoordigd door Mr. P. B. loco Mr. V. D. S. P., advocaat te …, …;

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 1 oktober 2009, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 8 december 2009, waarbij een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld.

Gelet op het incidenteel beroep, ingesteld bij conclusie, door geïntimeerde neergelegd ter griffie van het hof op 1 april 2010.

Gelet op het tussenarrest van 21 juni 2011 waarbij het hof het hoger beroep en het incidenteel beroep ontvankelijk verklaart en alvorens verder ten gronde uitspraak te doen de heropening der debatten beveelt.

1. Voorafgaande feiten en procedure

1.1. Wat de feiten en de procedure betreft, verwijst het hof naar de uiteenzetting in het tussenarrest van 21 juni 2011.

De betwisting betreft de vraag of en in welke mate appellante kan overgaan tot aftrek van BTW met betrekking tot uitgaven die zij deed in verband met de diensten die zij verleent aan de VZW F. P.. De betwisting heeft nog betrekking op een bedrag van € … en betreft enerzijds de directe kosten met betrekking tot het selectief rechtstreeks inzamelen van het verpakkingsafval en anderzijds de kosten met betrekking tot de onrechtstreekse inzameling van verpakkingsafval (huisvuilzakken).

In het tussenarrest van 21 juni 2011 heeft het hof geoordeeld dat de eerste rechter terecht heeft geoordeeld dat, wat de directe kosten met betrekking tot het selectief rechtstreeks inzamelen van het verpakkingsafval betreft, appellante de BTW in aftrek kan brengen zoals gevorderd en dat de aldus ten onrechte verworpen aftrek € … bedraagt (bedrag dat door geïntimeerde trouwens niet wordt betwist). Wat de kosten (directe en indirecte) voor de onrechtstreekse inzameling van verpakkingsmateriaal (huisvuilzakken) betreft, heeft het hof reeds geoordeeld dat de eerste rechter de vordering van appellante op dit punt terecht ongegrond heeft verklaard. Wat de indirecte kosten met betrekking tot de rechtstreekse inzamelingen verwijdering van verpakkingsafval betreft, heeft het hof het standpunt van de eerste rechter bevestigd dat appellante ten onrechte het door de administratie weerhouden bijzonder verhoudingsgetal van 33,33 % heeft afgerond tot 34 %.

Appellante heeft in vak 62 van de BTW - aangifte van de maand januari 2005 eveneens een herziening opgenomen voor een bedrag van € …. Deze herziening heeft enerzijds betrekking op een bijkomend recht op aftrek in hoofde van appellante ingevolge de aanpassing van het verhoudingsgetal voor het jaar 2004 van 3 % naar 5 % (tonnage afval niet - vennoten/ totaal tonnage afval) ten bedrage van € … en anderzijds op een bijkomend recht op aftrek als gevolg van de volgens appellante van toepassing zijnde aftrekpercentages voor de codes 321, 322, 331 en 332 voor het vierde kwartaal 2004 (€ …). In conclusie heeft geïntimeerde gesteld dat het standpunt van de administratie met betrekking tot dit aspect mutatis mutandis hetzelfde is als voor de periode daarvoor, doch heeft geen verdere gedetailleerde uitsplitsing gemaakt. In het tussenarrest van 21 juni 2011 heeft het hof geoordeeld dat het aan geïntimeerde toekomt om rekening houdend met de in het arrest uiteengezette principes het bijkomend recht op aftrek voor het vierde kwartaal van 2004 in hoofde van appellante te berekenen en aan appellante om haar standpunt mee te delen en-om die redenen heeft het hof de heropening der debatten bevolen.

1.2. In op 3 november 2011 ter griffie van het hof neergelegde akkoordconclusie zetten partijen uiteen dat zij in verband met de vraag gesteld door het hof tot een akkoord zijn gekomen, dat de uitspraak van het hof respecteert maar voor geen van beide partijen enige bekentenis of daad van berusting in het arrest inhoudt.

Met betrekking tot het bijkomend recht op aftrek ingevolge de aanpassing van het verhoudingsgetal voor het jaar 2004 betreft, zetten partijen uiteen dat appellante een bijkomend recht op aftrek heeft dat bepaald wordt door een verhoudingsgetal met in de teller het gewicht verbrand voor de vennoten en het gewicht van het schroot vergoed door F. P. (3.058.230 kg + 2.630.742 kg) en in de noemer het totaal gewicht van wat in 2004 verbrand werd (69.194.830 kg). Deze breuk resulteert in een verhoudingsgetal van 8,22 %. De initiële aftrek van 3 % dient dus gecorrigeerd te worden met 5,22 %. Bijgevolg heeft appellante geen bijkomend recht op aftrek van € … maar van € ….

Wat het bijkomend recht op aftrek met betrekking tot de codes 321 (selectief inzamelen van glas, papier en karton en kunststoffen), 322 (het ophalen van huisvuil), 331 (algemene kosten en investeringen die betrekking hebben op de administratieve zetel) en 332 (het verbranden van afval voor de vennoten en de niet - vennoten) betreft, zetten partijen uiteen dat - rekening houdend met het door het hof in het tussenarrest van 21 juni 2011 ingenomen standpunt - appellante een bijkomend recht op aftrek heeft van € … voor code 321, van € … voor code 322 en van € … voor code 331 en dat zij geen bijkomend recht op aftrek heeft voor code 332.

Het totaal bijkomend recht op aftrek in hoofde van appellante bedraagt aldus € … (in vak 62 werd een bedrag opgenomen van € … hetzij dus : een teveel van € …).

2. Beoordeling

2.1. Aan partijen kan akte verleend worden van hun akkoord.

Rekening houdend met het tussenarrest van 21 juni 2011 en met het akkoord van partijen, heeft appellante dus recht op een bijkomende aftrek ten bedrage van € … + € … of in totaal € ….

2.2. Het hoger beroep en het incidenteel beroep is slechts zeer gedeeltelijk gegrond.

De vordering van appellante is slechts gedeeltelijk gegrond.

Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk van partijen, oordeelt het hof dat iedere partij wordt veroordeeld tot zijn kosten en dat de rechtsplegingvergoedingen worden omgeslagen, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.

Dispositif

OM DIE REDENEN

HET HOF, recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935.

Het tussenarrest van 21 juni 2011 verder uitwerkend.

Verleent akte aan partijen van hun akkoord.

Verklaart het hoger beroep en het incidenteel beroep gedeeltelijk gegrond.

Zegt voor recht dat appellante recht heeft op een bijkomende aftrek-ten bedrage van € ….

Veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling aan appellante van het bedrag van € … vermeerderd met de wettelijke intresten vanaf 1 november 2005.

Wijst het meer of anders gevorderde af als ongegrond.

Veroordeelt partijen ieder tot zijn kosten en slaat de rechtsplegingvergoedingen om.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van ZES DECEMBER TWEEDUIZENDENELF,

waar aanwezig waren :

D. W., Raadsheer wd. Voorzitter;

S. B., en

M. G., Raadsheren;

A. V. L., Griffier.

A. V. L. M. G. S. B. D. W.