Cour d'appel de Gand, 30 novembre 2004 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Gand 30 novembre 2004

Rechercher
Texte en néerlandais

Cour d'appel de Gand, 30 novembre 2004Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/cour-appel-gand-2004-11-30-d08b

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Gand
Date
30 novembre 2004

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

29 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 30.11.2004

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Hof van beroep te Gent - 5e kamer

In de zaak van :

S. C. NV, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Veurne, onder het nummer …,

appellante,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D. G., D. loco mr. S. J., advocaat te …, …

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de E.a. Inspecteur van het BTW­ontvangkantoor te Oostende, wiens kantoren gevestigd zijn te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1, en de Gewestelijke Directeur van het Controlecentrum van de A.0.I.F. te Oostende, wiens kantoren gevestigd zijn te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1,

geïntimeerde,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door. mr. S. D. loco mr. D. L., advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

De appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, vierde kamer, van 2 april 2001 waarbij haar verzet tegen het dwangbevel lastens haar uitgevaardigd door de e.a. Inspecteur bij het BTW­Ontvangkantoor te Oostende op 8 maart 1999 en aan de eiseres betekend op 19 maart 1999 ontvankelijk doch ongegrond werd verklaard en zij tevens werd veroordeeld tot alle kosten van de procedure.

Bij een geschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 1 september 2004 heeft de· administratie ter kennis gebracht dat er in onderhavige zaak tussen de partijen een dading werd afgesloten tot beëindiging van het geschil dat het voorwerp uitmaakt van onderhavige procedure en dat een doorhaling wordt gevraagd van onderhavige zaak. De appellante heeft deze zienswijze bevestigd in een geschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 13 september 2004.

Op de terechtzitting van het Hof van 2 november 2004 hebben de partijen bij monde van hun respectievelijke raadsman de vraag tot doorhaling bevestigd.

Naar luid van artikel 730 § 3 van het Gerechtelijk Wetboek doet de doorhaling van een zaak het geding vervallen.

Niets verzet zich ertegen het verzoek van de partijen in te willigen.

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

HET HOF, recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935.

Zegt dat de zaak wordt doorgehaald en dat ieder partij haar eigen kosten blijft dragen.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, op DERTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND EN VIER.

Aanwezig :

Mevrouw N. V. I., Voorzitter,

De Heren A. D. M. en G. T., Raadsheren,

M. V., griffier.

M. V. G. T. A. D. M. N. V. I.