Cour d'appel de Gand, 24 avril 2002 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Gand 24 avril 2002

Rechercher
Texte en néerlandais

Cour d'appel de Gand, 24 avril 2002Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/cour-appel-gand-2002-04-24-b0a2

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Gand
Date
24 avril 2002

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

33 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 24.04.2002

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

HOF VAN BEROEP GENT - 13° Kamer

1999/AR/1006 - In de zaak van :

I. V. V. NV, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Gent, onder het nummer …,

appellante,

hebbende als raadsman Mr. V. M. J., advocaat te …, …,

tegen :

BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het BTW-ontvangkantoor Gent 1, met kantoren te 9000 Gent. Martelaarslaan 23 (voorheen Ramen 1 ),

Woonstkeuze doende op het kantoor van gerechtsdeurwaarder D. K. P., wonende te …, …, geïntimeerde, hebbende als raadsman Mr. V. A. E., advocaat te …, …

Velt het Hof het volgend arrest

Bij verzoekschrift ter griffie van het Hof neergelegd op 5 mei 1999 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis op 4 februari 1999 uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Gent, derde kamer.

Er wordt geen bewijs van betekening van dit vonnis voorgelegd. Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

De feiten en het bestreden vonnis

De appellante is uitbater van een groothandel in tweedehands voertuigen welke zij verkoopt door middel van veiling.

Er werd een proces-verbaal opgesteld omdat vijf voertuigen zouden verkocht zijn aan een Franse onderneming, met vrijstelling van de BTW, terwijl de appellante niet het bewijs kon leveren van de uitvoer van deze voertuigen. Er werd betaling gevorderd van … fr.

De appellante tekende verzet aan tegen de beslissing van de administratie.

Door de eerste rechter werd het verzet afgewezen als ongegrond omdat de appellante er niet in slaagde het bewijs te leveren van de uitvoer.

Het hoger beroep en de beoordeling

De appellante stelde hoger beroep in en hield voor dat zij het bewijs nog niet had kunnen leveren omdat zij diende te rekenen op de inschikkelijkheid van de Franse administratie en dat deze voorlopig, (zo werd gesteld) hun medewerking weigerden.

Ter terechtzitting is gebleken dat de appellante nog steeds niet het bewijs kan leveren van de uitvoer van de voertuigen.

Daar de bewijslast rust op de appellante en deze het bewijs niet kan leveren, moet het bestreden vonnis bevestigd worden.

Dispositif

OP DEZE GRONDEN,

HET HOF,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Ontvangt het hoger beroep doch verklaart het ongegrond en bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis.

Veroordeelt de appellante tot de kosten van de aanleg in haren hoofde niet te begroten gezien ze eigen blijven en in hoofde van de geïntimeerde begroot op … EUR (… BEF) rechtsplegingsvergoeding, volgens opgave.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, DERTIENDE KAMER, rechtsprekende in burgerlijke zaken, heden 24 april tweeduizend en twee, door :

alleenrechtsprekend Kamervoorzitter L. G.,

bijgestaan door griffier C. S.

C. S. L. G.